Nederland maakt kans op extra IOC-lid

AMSTERDAM, 1 OKT. Nederland heeft een goede kans om naast Anton Geesink een tweede vertegenwoordiger te krijgen in het Internationaal Olympisch Comité. Dat zei IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch gisteren in Amsterdam waar hij de openingsceremonie van de dertiende Europese Sport Conferentie bijwoonde. Nederland, en in het bijzonder het bestuur van NOC*NSF, moet dan wel zijn belangstelling kenbaar maken. “Bij wie dat moet? Gewoon bij mij”, aldus de invloedrijke Samaranch.

Nederland heeft eigenlijk recht op meer dan één IOC-plaats omdat het ooit de Olympische Spelen organiseerde. “Er zijn maar twee organisatoren die niet twee vertegenwoordigers hebben: Oostenrijk en Nederland”, concludeerde Samaranch. Afgezien van Geesink zit er in het IOC nog een andere Nederlander, Hein Verbruggen. Hij is echter niet uit hoofde van zijn nationaliteit lid, maar als voorzitter van de internationale wielrenunie UCI. Samaranch dacht lange tijd dat Verbruggen een Belg was.

Volgens Samaranch zou het NOC zelf kandidaten kunnen aandragen, maar dat is niet noodzakelijk. “We kennen de mensen”, aldus de Spanjaard. Het IOC heeft tegenwoordig grote voorkeur voor vrouwelijke leden én voor voormalige topsporters. Staatssecretaris Erica Terpstra (sport) voldoet aan beide eisen. “I like her”, oordeelde Samaranch over de ex-zwemster, maar hij zei geen goede ervaringen te hebben met een “minister” als IOC-lid. Terpstra zei gisteren dat ze het IOC-lidmaatschap alleen serieus in overweging wil nemen als ze geen “zware” politieke functie meer heeft.

Een andere Nederlandse vrouw met bestuurlijke ambitie is Els van Breda Vriesman, secretaris-generaal van de internationale hockeyfederatie FIH. Vorig jaar werd ze door Samaranch aangewezen voor de commissie die het aantal olympische kandidaat-steden voor 2000 van twaalf naar een selecte groep van vijf moest terugbrengen.

Zelf noemde Samaranch Wouter Huibregtsen als mogelijke kandidaat. De voorzitter van NOC*NSF heeft interesse voor een functie binnen het IOC, maar wil dat niet openbaar maken. Hij is bang voor negatieve reacties. “Als ik grote internationale ambities zou hebben, kan ik dat beter maar niet zeggen. Mijn kandidatuur voor het Europese Olympische Comité, die niet veel voorstelt, geeft al zo veel gezeur.” Bewust sprak Huibregtsen ook niet met Samaranch over de kansen op een tweede Nederlandse IOC-plaats. “Ik wil niet de schijn wekken dat ik mezelf loop te promoten.”

De voorzichtigheid van Huibregtsen heeft te maken met zijn slechte verstandhouding met Anton Geesink. De voormalig judoka ageert constant tegen het functioneren van de voorzitter en zijn bestuur, waarvan hij overigens zelf deel uitmaakt. Geesink zei “verbijsterd” te zijn over het - in deze krant - uitlekken van de inhoud van de brief die hij van NOC*NSF kreeg over zijn functioneren. Het is dus ook niet te verwachten dat Geesink de IOC-kandidatuur van Huibregtsen zou steunen. “Je zou eerst eens moeten onderzoeken of een tweede vertegenwoordiger in het IOC wel nut heeft voor Nederland”, aldus Geesink.

Huibregtsen denkt niet dat Geesink het op hem persoonlijk heeft gemunt. “Het gaat om de functie. Als iemand anders voorzitter was geweest, had die onder vuur gelegen.” Zelf probeert hij positief over Geesink te blijven. “Ik mag hem best. Soms ook weleens niet. Maar Anton heeft unieke kwaliteiten”, zei Huibregtsen die in zijn toespraak over de judoka Geesink sprak voor wie hij ten tijde van de Spelen van 1964 als 13-jarige jongen grote bewondering had.

Samaranch toonde in zijn toespraak tot de vertegenwoordigers uit 37 Europese landen respect voor de Nederlandse sportprestaties. In Atlanta was hij er alle keren bij toen Nederland een gouden medaille won, vier in het totaal. Samaranch zei de spannende volleybalfinale nooit meer te zullen vergeten. Het was de 2.09 meter lange volleyballer Jan Posthuma die de kleine Spanjaard gisterochtend op Papendal namens de Nederlandse sport een beeldje aanbood.