Mogelijke uitweg uit het dilemma van de armoedeval: 'Bestrijd armoede via belasting'

Bij de financiële beschouwingen in de Tweede Kamer is het weer aan de orde: de armoedeval, het financiële gat dat ontstaat als subsidies wegvallen, zodra iemand een baan heeft gevonden.

DEN HAAG, 1 OKT. Huursubsidie, studiefinanciering, kwijtschelding van lokale lasten, bijdragen voor thuiszorg, kinderopvang en rechtsbijstand - het zijn allemaal potten en potjes geld waarvoor mensen in aanmerking komen als hun inkomen laag genoeg is.

Inmiddels zijn er zoveel van deze 'inkomensafhankelijke regelingen' dat het bijna niet meer loont om er in inkomen op vooruit te gaan.

Iemand met een uitkering en dus een laag inkomen, zou er per saldo wel eens op achteruit kunnen gaan als hij of zij gaat werken en opeens allerlei kosten krijgt, zoals die voor kinderopvang en nette kleding. Ziedaar: de armoedeval.

De armoedeval kwam gisteren weer ter sprake toen het Tweede-Kamerlid Van der Ploeg (PvdA) er in het debat over de rijksbegroting voor pleitte de armoedeval via de belastingen te bestrijden. Via de fiscus moet het voor iemand met een uitkering aantrekkelijk worden gemaakt een baan te accepteren. Dat kan bijvoorbeeld met een arbeidstoeslag: iemand die werkt, krijgt belasting terug en iemand die niet werkt, krijgt niets.

Van der Ploeg bracht daarmee een van de hoofdpunten uit het concept-verkiezingsprogramma van zijn partij naar voren. Die lijkt het op haar beurt weer te hebben gevonden in een rapport dat op Prinsjesdag werd gepresenteerd door een commissie van topambtenaren afkomstig van alle acht ministeries die met inkomensafhankelijke regelingen te maken hebben. Voorzitter van die commissie was prof. W. Derksen, PvdA'er en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De commissie onderzocht de manier waarop de overheid de armoede bestrijdt en wat Derksen betreft kan zijn rapport zo meegenomen worden bij de volgende formatie.

Nog maar net begonnen, stuitten de voorzitter en zijn commissie onmiddellijk op “het eeuwige dilemma” bij de armoedebestrijding. In het kort schetst Derksen de centrale tegenstelling zoals zijn commissie die heeft vastgesteld: “Terwijl een vermindering van de armoede gebaat zou zijn met meer inkomensafhankelijke regelingen, zou de bestrijding van de armoedeval juist gebaat zijn bij minder inkomensafhankelijkheid van regelingen.”

Derksen: “Inkomensafhankelijke regelingen binden mensen vast aan een uitkering. Je gaat toch niet werken, als je er daardoor nauwelijks op vooruit of er zelfs op achteruit gaat?”. Hij heeft het een paar maal laten narekenen, maar het blijkt echt waar: de meeste ex-uitkeringsgerechtigden zouden er hooguit vijf tientjes op vooruitgaan als ze een baan tot zo'n 2.700 gulden bruto per maand zouden accepteren, waarbij de kosten voor het krijgen van de baan zijn meegerekend.

Hoe kan dit dilemma van de armoedeval worden doorbroken? De oplossing waarmee de topambtenaren kwamen is nieuw noch onomstreden: een zogenoemd generiek inkomensbeleid. Niet langer moet de armoede worden bestreden met specifieke regelingen, zoals de huursubsidie, voor specifieke groepen zoals huurders met een laag inkomen. Alle maatregelen moeten daarentegen juist alle laagste inkomens bereiken, bijvoorbeeld door de belasting te verlagen, uitkeringen te verhogen of extra aftrekposten in te voeren.

Hoe ziet een generiek inkomensbeleid er precies uit?, was de volgende vraag die de commissie-Derksen zichzelf stelde.

Oppervlakkige beantwoording van die vraag leidt wat Derksen betreft tot verkeerde koppen in de krant: 'Commissie-Derksen pleit voor afschaffing van de huursubsidie'. Maar zo simpel is generiek inkomensbeleid niet, aldus Derksen. Waar hij en zijn commissie voor pleiten is het zogenoemde fiscaliseren van regelingen waarvoor het inkomen bepalend is. Die moeten voortaan via de belastingen bij de juiste mensen terechtkomen. Met de huursubsidie is dat bijvoorbeeld betrekkelijk eenvoudig. Derksen: “Je hoeft alleen maar de vraag toe te voegen 'Wat is uw huur?' en dat te koppelen aan het inkomen.” Afhankelijk van de verhouding tussen huur en inkomen betalen mensen dan meer of minder belasting.

De commissievoorzitter gebruikt de huursubsidie niet voor niets als voorbeeld. Mensen vinden de aanvraagprocedure te ingewikkeld, of denken niet voor deze subsidie in aanmerking te komen. Daardoor is het niet-gebruik van juist die subsidie zeer hoog. Een kwart tot eenderde van de mensen die er wel recht op hebben, krijgt niets, zo'n 300.000 mensen met het minimum-inkomen.

Het volledig terugdringen van het niet-gebruik van de huursubsidie is volgens Derksen onbetaalbaar. Als die subsidie zou worden overgemaakt aan iedereen die er recht op heeft, kost dat de schatkist jaarlijks naar schatting twee miljard gulden extra. “Het lijkt in dit verband ook opvallend dat fraudebestrijding veel meer aandacht krijgt dan de bestrijding van niet-gebruik”, merkt de commissie-Derksen in haar rapport op.

“Terugdringen van dat niet-gebruik lukt dus gewoon niet”, dicteert Derksen langzaam. “Als bij iemand de aanvraag voor de huursubsidie is afgewezen, gaat hij niet nog eens proberen om subsidie voor kinderopvang te krijgen. Al met al treft armoede vooral individuen die niet om kunnen gaan met de complexiteit van deze samenleving. Toch worden hele ingewikkelde regelingen verzonnen waarvoor mensen aanvraagformulieren van 65 pagina's moeten invullen, omdat de overheid alleen die mensen wil helpen die hulp echt nodig hebben. Wat ze allemaal wel hebben is een sofi-nummer, dus laat ze maar minder belasting betalen.”

Via die belasting kunnen ook de naar schatting 300.000 mensen op het minimum worden bereikt die geen recht hebben op een inkomensafhankelijke regeling, omdat ze bijvoorbeeld een klein eigen huisje hebben, of een te lage huur voor huursubsidie.

Via de 'methode-Derksen' worden mensen met een laag inkomen geholpen door hen allemaal via de belasting te helpen. Derksen: “Het gaat daarbij om hele grote bedragen, maar dan weet je zeker dat niemand er op achteruitgaat.”

Dat is precies het probleem dat premier Kok schetste toen hem bij de algemene beschouwingen naar een oordeel werd gevraagd over het 'formatiestuk' van de commissie-Derksen. Het voorgestelde generieke inkomensbeleid betekent al gauw een verhoging van de lonen en daarmee van de uitkeringen. Hogere uitkeringen moeten uit de belastingen worden betaald en dat drijft, samen met de hogere lonen, de loonkosten op. “Dat heeft een negatief bij-effect op de werkgelegenheid”, zo doceerde Kok.

De premier had in het rapport evenwel tevergeefs gezocht naar een antwoord op de vraag hoe de armoede kan worden bestreden zonder de arbeidskosten te verhogen. Dat antwoord moet dan maar volgen bij de formatie, vindt de premier.