Minister Voorhoeve over taak van NAVO-troepen in Bosnië; 'NAVO moet oorlogsmisdadigers oppakken'

De ministers van Defensie van de NAVO komen vandaag en morgen informeel bijeen in Maastricht om over de situatie in Bosnië te praten. Minister Voorhoeve (Defensie) is gastheer.

DEN HAAG, 1 OKT. De komende tijd moet een behoorlijk aantal oorlogsmisdadigers achter slot en grendel, zoals Radovan KaradziEÉc, de voormalige president van de Servische Republiek in Bosnië. Dat moet gebeuren voordat het mandaat van de huidige vredesmacht SFOR, de stabilisatiemacht van de NAVO in Bosnië, juni volgend jaar afloopt. Tot nu toe waren de gevolgen van dergelijke arrestaties te groot. De verantwoordelijkheid voor en risico's bij die arrestaties moeten in redelijke mate over de deelnemers aan SFOR gespreid worden, dus ook voor Nederland.

Dat is de inzet van minister Voorhoeve in het overleg met zijn collega's van de NAVO in Maastricht.

In zijn werkkamer aan het Plein hangt een ikoon van Sint Joris die een draak aan zijn speer rijgt, een cadeau van een officiële Russische delegatie die enkele maanden geleden bij hem op bezoek kwam. Daaronder heeft de kamerbewaarder op verzoek van Voorhoeve met plakband een roze aanplakbiljet bevestigd waarop de meest gezochte oorlogsmisdadigers van Bosnië staan, Servische, Kroatische en moslim-Bosniërs.

Het Dayton-vredesproces en dus ook de troepen die daar op toezien, zouden ongeloofwaardig worden als de verdachten van oorlogsmisdaden vrij blijven rondlopen en een actieve politieke rol spelen, meent Voorhoeve. Maar een echt tijdschema voor arrestaties wil hij “om operationele redenen” niet geven.

De troepenmacht, afkomstig uit 32 landen, moet volgens hem de komende maanden op sterkte blijven. Alleen dan kan deze zich met alle kracht vertonen en door afschrikking ongeregeldheden voorkomen wanneer de komende weken gemeentebesturen worden samengesteld en burgemeesters worden benoemd. Daarnaast zijn er in november parlements- en presidentsverkiezingen. De stabilisatiemacht is onlangs versterkt tot 36.000 militairen.

“Met een kleinere troepenmacht loop je meer risico uitgedaagd te worden. De bondgenoten kunnen het zich niet permitteren zich rijk te rekenen, nu het goed gaat in Bosnië”, zegt Voorhoeve. “Het akkoord van Dayton kan niet overeind blijven zonder aanwezigheid van vredestroepen.” Dat akkoord behelst een militaire scheiding. Ook werd in Dayton besloten dat er verkiezingen zouden komen en dat vluchtelingen konden terugkeren. Ook werden toen hervormingen aangekondigd, onder meer bij de politie.

Voorhoeve rekent er op dat de Amerikaanse regering besluit ook na juni volgend jaar troepen te leveren. Maar hij erkent dat de druk uit het Amerikaanse Congres groot is om op dat moment de missie te beëindigen “Ik zou graag zien dat de Europese NAVO-landen de voorwaarden scheppen om ervoor te zorgen dat de Amerikanen blijven. Dat kan door Europese landen naar vermogen wat extra's te laten doen.”

Ook al worden van de drie legers met name de moslims sterker door een betere uitrusting en training, toch verwacht hij niet dat daardoor grotere spanningen zullen ontstaan “Van de drie partijen hadden de moslims een achterstand in training en bewapening.” Wel maakt men zich binnen de NAVO zorgen over het optreden van lokale warlords, aldus Voorhoeve. Die opereren zelfstandig, leggen zich niet neer bij het akoord van Dayton of willen correcties aanbrengen in de overeengekomen grenzen.

Over verdere Nederlandse deelname aan de voortzetting van de stabilisatiemacht moet het kabinet nog een beslissing nemen. Maar Voorhoeve is van mening dat aanwezigheid geboden blijft, ook na juni volgend jaar, al geeft hij toe dat er over toekomstige vredesmissies “tegenwoordig in het parlement meer indringende vragen gesteld worden”.

Met name het CDA en Voorhoeve's eigen partij, de VVD, hebben steeds meer bedenkingen over het uitsturen van Nederlandse militairen. Vooral het echec van de opgegeven moslim-enclave Srebrenica in juli 1995 speelt hierbij een rol. In het begin van de jaren negentig, met missies naar Cambodja, voormalig Joegoslavië en Haïti, was er minder terughoudendheid en nam de Kamer zelfs het voortouw (Srebrenica). Hoewel de vredesacties grimmiger worden, rekent de minister erop dat “het brede draagvlak” in het parlement en de samenleving voor acties van Nederlandse militairen in stand blijft.

Volgens hem is een fundamenteel debat over de vraag of Nederland bereid is dodelijke slachtoffers bij vredesmissies te accepteren niet nodig. Zo'n debat stelde de directeur van het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, professor A. van Staden, onlangs voor.

Voorhoeve: “Ik kan niks met zo'n academische vraag. Helaas hebben Nederlandse militairen al de dood gevonden. Als een missie verantwoord is en militair uitvoerbaar, moet ons land een rol blijven spelen. Bij humanitaire rampen willen we niet achterblijven. Die mening wordt gedeeld door krijgsmacht en samenleving.”

Na alle hervormingen op Defensie die leidden tot een veel kleinere meer flexibele krijgsmacht met goed materieel constateert Voorhoeve: “We zijn nu beter in staat die taak uit te voeren.”