Leve 'Lang leve de vereniging'

Het meest humoristische tv-programma van de afgelopen twee seizoenen is voor mij Lang leve de vereniging, een VARA-productie van regisseur Michiel van Erp.

Sommige programma's hebben tijd nodig om, als een exquise fles wijn, in het hoofd van de kijker te rijpen. Je ziet ze de eerste keren, je vindt ze aardig, maar je gaat daarna weer te snel over tot de orde van de kijkdag. Pas bij retrospectie besef je: dit is een meesterwerk. Ik heb die ervaring de afgelopen weken gehad bij de vertoning door de VARA van de hoogtepunten van twee seizoenen Lang leve de vereniging.

Vergeleken met dit programma verbleekt het werk van onze beste beroepshumoristen. Ik kan genieten van Arjan Ederveen, maar het blijft de acteur Arjan Ederveen die zo briljant mogelijk een zelfbedachte werkelijkheid probeert te karikaturiseren. In Lang leve de vereniging is de werkelijkheid zélf de acteur, en niemand kan zo naturel acteren als zij. Koketterieën zijn haar vreemd, van method acting heeft zij nooit gehoord, Tom Cruise vindt zij een aansteller.

Van Erp en zijn mensen laten die werkelijkheid met ware meesterhand haar gang gaan. Ze stellen wel eens een vraagje, maar ze dringen zich nooit te nadrukkelijk op aan de mensen die ze filmen. Ze koesteren de argeloosheid van hun 'acteurs' als een kasplantje dat gemakkelijk vertrapt kan worden door de logheid van hun medium. Hier wordt observatie tot de puurste kunst verheven.

Je ziet de gefilmden in hun rol groeien. Ze voelen zich serieus genomen en ze durven zich bloot te geven met de intiemste gevoelens die ze hebben: voor een haan, voor een pad, voor een tuin, voor een derderangs schlagerzanger. Ze vertellen er zonder remming over, alsof ze opgelucht zijn dat de onverschillige buitenwereld eindelijk belangstelling toont voor hun buitenissige liefhebberijen.

De humor schuilt in de terloopsheid van de dialogen, in de losse opmerkingen en het jargon van de verenigingsleden. Soms is de naam of de omschrijving van de vereniging al hilarisch genoeg: vereniging 'Red de pad' of 'een hanenkraaivereniging'. Ik heb nooit geweten dat er zulke verenigingen bestonden.

Bij die hanenkraaiverenigingen bleek het te gaan om mensen (in Limburg) die verwoede competities houden met hanen die zoveel mogelijk 'slagen' uit hun krop moeten persen: “Eén slag is een hele kukeleku”. De winnende haan maakte zesenvijftig slagen. Zelfs in de hanenkraaisport blijken er bedenkelijke tendensen te zijn. Een voorzitter waarschuwde: “Zodra er geknoeid wordt met de haantjes en er doping gebuikt wordt, is het voor mij gedaan.”

Boter mag wél: het smeert de keeltjes en bevordert het kraaien.

Onovertrefbaar waren de dames (en een enkele heer) van 'Red de pad' die we gisteren weer even mochten terugzien. Het betreft vrijwilligers die elke dag patrouille lopen om overstekende padden van een wisse dood te redden. Die padden moeten, als ze gezellig willen paren, een levensgevaarlijke weg over. De vrijwilligers laten ze in kuiltjes vallen en halen ze daar 's avonds uit om ze naar hun poel van ontucht te brengen.

“Dan ontstaat er een grote orgie in het water”, vertelde een man. “Het is prachtig om te zien. Die geluiden, de maan erbij - je krijgt er zelf ook zin in.”

Een dame van middelbare leeftijd - de drijvende kracht achter de vereniging - zag in het voorjaar de vruchten van haar werk. “Als ik dan langs de Nesdijk ga kijken en ik zie ze daar zonnebaden, dan is het alsof ze zeggen: bedankt hoor, ik hoop dat jullie onze kleintjes straks ook zo behandelen.”

Haar man was minder enthousiast over haar hobby. Terwijl ze thuis aan tafel uitvoerig vertelde over een padje dat langdurig en teder haar pols had omklemd, bleef hij onverstoorbaar dooreten. Toen ze uitverteld was, vroeg hij alleen maar: “Was het een mannetje?”

“Uw man houdt niet van padden”, merkte de interviewer de volgende dag op.

“Hij pakt ze niet graag vast”, zei de vrouw. Het klonk alsof ze zich volkomen vereenzelvigde met die padden.