Kasparov gebruikt geen atoombom tegen Onisjoek

TILBURG, 1 OKT. Vooraf had hij zichzelf verteld dat drieënhalf punt uit de eerste vier partijen een goede score zou zijn. Nu hij ze binnen had, kon Gary Kasparov er niet om lachen. De remise die hij gisteren in de vierde ronde van het Fontys Schaaktoernooi af moest staan aan Alexander Onisjoek vulde hem met onbehagen.

Zes uur lang zocht hij met de vuisten tegen de slapen naar dat beetje speling in de zwarte verdediging waar gewrikt kon worden. Niet meer dan twee koningen, twee pionnen en een loper stonden er nog op het bord voordat hij toegaf dat een verschil van bijna tweehonderd Elo-punten ontoereikend was geweest om ook zijn vierde partij in winst om te zetten.

“De beslissing viel weer eens bij mijn openingskeuze”, merkte Kasparov zuchtend op. Zo doeltreffend als hij een dag eerder zijn wapen had gekozen tegen Tal Shaked, zo ongelukkig was hij nu in zijn keuze. Tegen de nietige Shaked nam Kasparov geen risico en koos, om met hemzelf te spreken, voor een atoombom om vogels weg te jagen. De 22-jarige Onisjoek uit Sevastopol kreeg hij niet eens in het vizier.

Drie uur lang had de vierdejaars student sociologie 's ochtends aan het schaakbord gezeten om tot de conclusie te komen dat voorbereiden eigenlijk onbegonnen werk was. Daar was het repertoire van de wereldkampioen veel te breed voor. Onisjoek vestigde zijn hoop op het vermoeden dat Kasparov van hem waarschijnlijk zijn favoriete Hollandse verdediging verwachtte, en dat hij verleid door de witte kansen tegen die opstelling minder of geen tijd zou besteden aan de speelwijze waar de Oekraïener hem na een zorgvuldige selectie mee confronteerde.

Dat gokje pakte goed uit. Steeds hield Kasparov een klein zeurend initiatief zonder dat zijn voordeel concreet wilde worden. Even had hij nog het gevoel dat de dameruil waarmee hij op het eindspel aanstuurde hem goede kansen bood, maar ook dat bleek een illusie. Onisjoek voelde de sensatie gloeien in zijn oren. Op het moment dat hij de zekerheid had dat het halve punt binnen was gaf de bescheiden Onisjoek zich over aan een ongewoon vertoon van zelfvertrouwen. Hij haalde een drankje en bleef met de armen gekruist voor de borst naar de denkende Kasparov voor hem staan kijken.

Kasparov nam het halve puntverlies gelaten op. Hij had niets kunnen afdwingen en probeerde niet te klagen. Hij was tenslotte ook opgelucht dat zijn voornaamste rivaal een meesterwerkje in wording uit zijn handen had laten glippen. De kracht waarmee Vladimir Kramnik in eerste instantie het provocerende spel van Michael Adams had ontmaskerd, liet hem op het beslissende moment in de steek. De zet die de beslissende klap had moeten zijn, bleek een blunder die een pion kostte.

Hoe goed de stelling van Kramnik was geweest, mocht blijken uit het feit dat hij ondanks de materiële handicap degene bleef die probeerde te winnen. Met de benedenlip tevreden naar buiten gekruld sprong Kasparov op om naar de slotstand te kijken toen hij Kramnik en Adams achter zich remise hoorde overeenkomen.

De Nederlandse inbreng beperkt zich vooralsnog tot iets meer dan een half punt per ronde. Loek van Wely en Jeroen Piket blijven ver verwijderd van de vorm die hun vorig jaar aan de kop van de ranglijst voortstuwde. Van Wely speelde een redelijke remise tegen Peter Svidler. Piket leed tegen Joel Lautier zijn tweede nederlaag met wit. Ook hijzelf had geen verklaring voor zijn raadselachtige spel. “Net als in de tweede ronde dacht ik op een gegeven moment dat het punt wel geteld kon worden. Meteen daarna begon ik plannen door elkaar te halen en ideeën te verwisselen”, concludeerde Piket.