In tranen verstikte kruistocht

Voorstelling: De nacht van de pauw van Willem Jan Otten door Het Nationale Toneel. Regie: Ger Thijs. Decor: Jan Klatter. Spel: Geert de Jong, Rik van Uffelen, Mijs Heesen, Antoinette Jelgersma, Kees Coolen. Gezien: 30/9, Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 12/12. Inl. 070-3565363.

Carl heeft de drank afgezworen op het moment dat zijn moeder Alzheimer kreeg, hij is bij zijn 'positieven gekomen terwijl zij ze verloor'. Dat was een jaar geleden, rond Pasen. Louise, de moeder van Laura, zijn tweede vrouw, ging toen dood. Nu, een jaar later, bereikt Carl een brief van zijn meer dan zeven jaar geleden gestorven zoon Tim, en ontvangt Laura bericht dat ze zwanger is. Zwanger of niet - de geleerden zijn het er niet over eens - is ook het brieflezende Vermeer-meisje, onderwerp van een door Carl te ontwerpen postzegel. Emma, de eerste vrouw van Carl en moeder van Tim, droomt dat ook haar blinde-maar-toch-helderziende vriendin Joanna zwanger is, van haar. De moeder van Laura heeft Carl niet gekend, zoals de eveneens blinde moeder van Joanna Emma nooit heeft kunnen zien, en Joanna werd ongesteld toen haar vader stierf.

De nacht van de pauw, het nieuwe stuk van Willem Jan Otten, lijkt op de tekentafel te zijn ontworpen. Onder de tekst schuilt een schema van talloze bloedrode lijnen tussen de vijf personages en de doden die zij betreuren. Tim, die niet kon of wilde leven - het is maar wie we geloven moeten: Carl of Emma - knuppelde ooit enkele pauwen dood, pauwen, waarvan het gekrijs nu doordringt in de woning van Carl en Laura, vanuit het ernaast gelegen hertenkamp. Laura zat bij Tim op school, en haar moeder heeft hem nog bijles gegeven. Leopold, gynaecoloog en vader van Laura, werkte in de kliniek waar Emma ooit op aandringen van Carl heen ging om zich te laten aborteren. Ze deed het niet en van dat 'zwakke' moment was de ongewenste Tim het resultaat.

Over al die lijnen van louter symbolische maar ook reële overeenkomsten en tegenstellingen heen koepelt de kwestie van leven en dood: de dag voor Pasen, waarop Otten de handeling zich laat afspelen, en de periode die, het jaar daarvoor, een keerpunt markeert in het leven van zijn personages, spreekt wat dat betreft boekdelen. “Hij hangt nog niet”, luidt het leukige commentaar van Carl op het verloop van Bachs Matthaüs-passie op de televisie - en behalve over de Heiland heeft hij het natuurlijk over zichzelf. Bach houdt, bij monde van de ongelovige Carl die zijn zoon door hem niet te wensen de dood injoeg, gelijke tred met Ottens drama: “Ze zijn bij de Bespotting”, zegt hij en: “Ze zijn op een haar na op Golgotha” en: “(...) nog minstens een kwartier Kruisafname en Graf Toezingen.”

Ottens stuk toont de worsteling van de ouders met de dood van hun zoon, analoog aan de worsteling van de mensheid met de dood van de zoon Gods. De nacht van de pauw is het Evangelie volgens Otten, overladen met de morele dilemma's - abortus en euthanasie - waarvoor de medische vooruitgang ons stelt. Leopold, de klinische arts, belichaamt ze, op karikaturale wijze. “Dat had toch niet gehoeven”, zegt hij over de erfelijk-blinde Joanna en dat achteloze 'dat' slaat op het feit dat ze geboren is en leeft. Dat Leopold, anderzijds, niet uitgepraat raakt over zijn vrouw, toont uiteraard dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Als de dood zijn eigen leven raakt, is hij van ontzag vervuld.

Het lijkt erop dat Otten, die zich al vaak in het debat over euthanasie gemengd heeft, met alle geweld wil bewijzen een Schrijver Met Een Thema te zijn. Zijn stuk gaat althans op het lachwekkende af gebukt onder die ambitie, nog eens onderstreept door het pontificale decor van Jan Klatter, dat met zijn toneelhuis-hoge, voornamelijk uit ramen bestaande houten wanden niet toevallig eerder aan een kerk dan aan een huiskamer doet denken.

Regisseur Ger Thijs, van het Nationale Toneel, negeert enkele van symboliek zwangere regie-aanwijzingen van Otten en zoekt zijn heil vooral in psychologisch spel. De intensiteit die hij daarin toestaat, liegt er niet om en grenst aan sentimentaliteit. Geert de Jong, die Emma speelt en die vorig seizoen in David Mamets Het Cryptogram nog zo mooi verstikt huilde, verdrinkt nu bijna in haar tranen. De scène, waarin zij afrekent met haar ex, de aborteur-op-termijn van hun kind, en die het grootste deel van haar tekst bevat, speelt zij goeddeels huilend, terwijl zij haar handen voortdurend wanhopig door het haar klauwt. Later is het de beurt van Laura, gespeeld door Mijs Heesen: ook zij klauwt en huilt en weer later doet Rik van Uffelen hetzelfde.

“Waarom heb ik je verlaten, Tim, Tim, Tim”, weeklaagt hij aan het slot, bijbelse woorden die ironie inderdaad nauwelijks verdragen en die de machteloze voorstelling treffend afsluiten. Stuk en voorstelling worden verpletterd door huilerigheid en pretentie en door de cliché's die de overspannen aspiratie van de schrijver iets universeels te beweren, oplevert. Hij heeft van zijn opvattingen een heuse kruistocht gemaakt en ook nog een tocht naar het kruis - geen wonder dat het resultaat een ten tonele gevoerde blauwdruk is.