Elke sprong voelt als een zware bevalling

Oud-volleybalinternational Edwin Benne (32) speelde in zes verschillende landen. Nu is hij terug in Nederland in de dubbelrol van speler-trainer bij AMVJ. “Ik heb in het buitenland veel rotzooi meegemaakt.”

AMSTELVEEN, 1 OKT. Edwin Benne voelt zich voorlopig meer speler dan trainer. “Als speler ben ik ook waardevoller. Ik wil nog zeker twee jaar spelen. Dat blijft toch het mooiste dat er is. Hoewel het soms met pijn en moeite gaat. Elke sprong is een zware bevalling. Ik heb ook 106 kilo mee te dragen. En de jaren gaan tellen.”

De 382-voudig international behoorde tot de vermaarde Wonderful Six van Arie Selinger en won onder meer olympisch zilver in 1992. Medespelers verlieten destijds tegen de afspraken in voortijdig de Bankrashal, maar Benne bleef het model trouw. Net als de anderen kreeg ook hij mooie aanbiedingen uit het buitenland. “Maar die wimpelde ik af. Ik had in die tijd ook geen zaakwaarnemer. Ik kon zelf wel nee zeggen.”

Hij beseft dat hij toen geld heeft laten liggen. “Ik denk weleens: misschien had ik egoïstischer moeten zijn.” Maar spijt heeft hij niet. “Ik heb me aan de afspraak met de ploeg gehouden. Daar ben ik trots op. Ik denk ook dat ik een goed imago heb. Betrouwbaar, weloverwogen. Dat wil ik zo houden. Dat gevoel is alleen maar sterker geworden na alle rotzooi die ik in het buitenland heb meegemaakt.”

Pas toen de Bankras-groep in 1992 ophield te bestaan, ging Benne over de grens kijken. Hij speelde achtereenvolgens in Italië, Frankrijk, Japan, Turkije en Duitsland. “Het was één grote ervaring die ik niet had willen missen”, blikt Benne terug. “Het is ook spannend geweest. Ik onderhandelde door de jaren heen wel met dertig clubs. Ik heb veel verkeerde dingen gezien. Loze beloftes, waardeloze contracten. Ik heb er een goed relativeringsvermogen aan overgehouden. Argwanend ben ik niet geworden, maar wel voorzichtiger.” Ook in Nederland gaat het niet altijd goed, weet Benne uit ervaring. “Ik krijg nog geld van Alcom Capelle.”

Rijk is Benne is niet geworden van het volleybal. “Ik was nu eenmaal niet zo'n spectaculaire speler”, verklaart hij het verschil met sommige van zijn oud-ploeggenoten. Het werkte ook niet in zijn voordeel dat hij bij de nationale ploeg noodgedwongen van positie veranderde. Na het plotselinge vertrek in 1990 van drie belangrijke spelers zat de Nederlandse ploeg ineens zonder passers. Met Zwerver offerde Benne zich toen op. “Dat had ik niet moeten doen”, geeft hij achteraf toe. “Ik vond dat passen niet leuk, maar de mensen overtuigden me ervan dat ik het móest doen. Voor de ploeg, voor de ploeg!” In zijn nieuwe rol was Benne na een mindere prestatie van het team vaak de zondebok.

Benne dacht na het WK in '90 van de last van het passen af te zijn. Dat bleek een misrekening, want bij bleef staan waar hij stond. “Een grote teleurstelling. Maar ik was veel te verknocht aan het nationale team om er de brui aan te geven.” Pas na de Olympische Spelen van 1992 keerde hij weer terug naar zijn oude positie van libero. Bij het eerste grote titeltoernooi, het EK in Finland, sloeg het noodlot toe. Tegen Italië viel Benne uit met een zware enkelblessure. Achteraf bleek dat ook zijn laatste interland. De datum, 9 september 1993, staat in zijn geheugen gegrift.

Het herstel duurde langer dan verwacht en Benne voelde zich door iedereen vergeten. Een verzoek met de nationale selectie van bondscoach Joop Alberda te mogen meetrainen, werd afgewezen. “Ik kreeg te horen dat het daar geen revalidatiecentrum was. Dat was de dank die ik kreeg. We hebben het wel over de ploeg waarbij ik zo veel had meegemaakt. En ik was nota bene in de tijd van de bond geblesseerd geraakt.”

Later, toen hij was hersteld, hoopte Benne op een rentree. Hij, de ervaren international, werd door Alberda in 1994 uitgenodigd voor twee proeftrainingen. “Ik moest in de Sporthallen Zuid opdraven om te laten zien wat ik nog kon. Vernederend, ja. Maar wat moest ik? Ik wist bij voorbaat dat ik geen kans had. Alberda moest me gewoon niet. Hij zei dat ik langzamer was geworden en dat de ploeg juist sneller wilde spelen.”

Benne wist waar hij aan toe was, maar bleef toch tot vorig jaar aan het Nederlands team denken. “Daarom waren de Olympische Spelen in Atlanta heel belangrijk voor me. Die beschouwde ik als een soort afsluiting. Nu ben ik echt te oud en is de huidige nationale ploeg veel te goed. Ik heb bij het afgelopen EK ook geen betrokkenheid gevoeld.”

Benne dacht voor komend seizoen nog wel aan een nieuw buitenlands avontuur. Corsica had interesse. “Een mooie ploeg, speelt Europa Cup”, aldus Benne. Maar de Fransen kregen de sponsoring niet rond. Waar had Benne dat eerder gehoord? Dus was hij heel blij met het aanbod van AMVJ. In Amstelveen is hij speler-trainer. In de eredivisie, die komend weekeinde begint, zal hij zijn twee jongere broers treffen, Frank bij VoCASA en Léon bij Ekspalvo.

Van het onervaren AMVJ mogen volgens Benne nog geen wonderen worden verwacht. Een zesde plaats zou al mooi zijn. Het is de bedoeling dat Benne voor zijn salaris ook bij sponsor Versatel gaat werken. “Ik blijf niet altijd volleyballer. Ik heb ook het gevoel dat ik aan een tweede carrière ga beginnen. Ik wil graag werken. Ik zat weleens vijf maanden stil, had dan recht op een uitkering, maar die wilde ik niet. Op zoiets kan ik niet teren.”