Edward II

Edward II (Derek Jarman, GB, 1991), Duitsl.1, 23.00-0.25u.

Derek Jarman's Blue zal wel nooit op televisie worden uitgezonden en dat is jammer. Het filmische testament van de in 1994 aan de gevolgen van AIDS overleden Engelse schilder-cineast is een van de gedurfdste documenten die de hedendaagse filmkunst heeft voortgebracht. De film bestaat uit een monochroom blauw beeld en een ongeveer drie kwartier durende hypnotiserende geluidsband en flarden tekst. Er is bijna geen grotere stap denkbaar dan van het barokke Caravaggio (1986) naar het minimalistische Blue (1994).

In het bijna-decennium dat beide films scheidt, regisseerde Jarman een handvol wisselend ontvangen films, waarvan Edward II (1991) de toegankelijkste en de succesvolste was. Misschien ook wel de beste, want na de hausse aan Shakespeare-verfilmingen en andere kostuumdrama's van de afgelopen jaren is het verfrissend om je te realiseren dat je noch stijlkostuums, noch Shakespeare nodig hebt om een onmiskenbaar Elizabethaanse sfeer op te roepen. En dat is precies wat er in Edward II gebeurt: het gekonkel aan het hof, de intriges, de ambivalente verhoudingen tussen mannen en vrouwen en de seksen onderling worden in even eenvoudige als effectieve beelden aangeduid. Misschien is Jarman's geheime ingrediënt van deze film wel de toneeltekst van Christopher Marlowe uit 1592 waarop hij Edward II baseerde. Marlowe is in zijn stuk over de homoseksuele koning Edward (Steven Waddington) en zijn versmade echtgenote (een fenomenale Tilda Swinton) veel explicieter en minder verheven dan tijdgenoot Shakespeare over vergelijkbare thema's. Aan de andere kant moet ook maar de geringste vingerwijzing voor Jarman genoeg zijn geweest voor een schaamteloos en openhartig exposé over homoseksualiteit. Maar weinig filmmakers zouden het hebben gewaagd om hun openingsmonoloog te laten afspelen in een omwoeld twee-persoonsbed waarin twee mannen teder de liefde bedrijven en een derde zich aankleedt.

Edward II is niet stijlvast als Caravaggio en minder verhalend dan bijvoorbeeld Wittgenstein (1993). In feite suggereren de kale ruimtes waarin de film is opgenomen en de anachronismen in de kostuums een theatrale setting. Door zich geen zorgen te maken over continuïteit in plaats of handeling heeft Jarman desondanks de mooist denkbare cinema weten te maken van een toneelverfilming die geen toneelverfilming is.