CDA-Kamerlid Assen na twee jaar weer weg; 'Blijkbaar moet debat grof en beledigend zijn'

Het CDA-bestuur wil nieuwelingen in de Tweede-Kamerfractie. Anneke Assen was twee jaar geleden zo'n nieuweling en moet nu al weer weg.

DEN HAAG, 1 OKT. Als voormalig lerares aardrijkskunde, oprichter van een eigen onderzoeksbureau, bestuurslid van verscheidene maatschappelijke organisaties en universitair docent bestuurskunde was dr. J.G.M. Assen precies het type kandidaat dat CDA-voorzitter Hans Helgers voor ogen staat.

Zij stond in 1994 35ste op de kandidatenlijst - destijds hoog voor een nieuwkomer - maar kwam door de onverwacht grote verkiezingsnederlaag pas in 1995 in de Kamer, op de zetel van de vertrekkende Elco Brinkman. Maandagavond kreeg de uit Nijmegen afkomstige Anneke Assen (47) van Helgers te horen dat zij plaats moet maken voor nieuwkomers. Het gesprek duurde twee minuten.

Wat vindt u van de vernieuwing van de fractie, zoals die door het partijbestuur wordt beoogd?

Die schiet zijn doel voorbij. Natuurlijk, je moet altijd vernieuwen. Maar de laatste twee jaar zijn al zeven mensen vervangen. Als je dan nog eens de helft wil vervangen ... dat gaat veel te ver. Voor de nieuwe fractie wordt het ongelooflijk zwaar om met zeventien zittende Kamerleden en de rest allemaal nieuwelingen aan de slag te gaan.

Waarom?

Het duurt een tijd voordat je weet hoe het hier reilt en zeilt. En een fractie heeft een 'collectief geheugen' nodig: opvattingen waar je als fractie naartoe bent gegroeid. Die kun je niet zomaar overdragen aan anderen.

U bent zelf als nieuweling de fractie binnengehaald. Hoe werd u door de zittende leden ontvangen?

De opvang is slecht. We hebben kennelijk een mentorsysteem en in mijn geval had ik ook iemand die zich serieus van zijn taak kwijtte, Berry Esselink. Maar die is helaas vrij kort na mijn komst overleden. Daarna werd ik aan mijn lot overgelaten. En ik heb met Berry nog geluk gehad, dat ene jaar. Ik hoor van anderen veel slechtere verhalen.

Wat is er dan zo moeilijk voor een nieuw Kamerlid?

Het eerste probleem is onderwerpen krijgen, en dan vooral onderwerpen waar je iets mee kunt. Het is op zich niet slecht dat een nieuwkomer kleinere onderwerpen krijgt om het métier te leren. Maar met die kleinere onderwerpen kom je natuurlijk niet in het nieuws.

Welke onderwerpen kreeg u?

Ik ben begonnen met ZBO's, zelfstandige bestuursorganen, best boeiend. Mijn tweede boeiende onderwerp was de Nota zeescheepvaart. Maar politiek vuurwerk zit er niet in natuurlijk, en je moet je er wel volledig in verdiepen.

Wordt het behandelen van zulke onderwerpen gewaardeerd?

Nee, absoluut niet. Het wordt vaak door de eigen collega's niet eens gezien. De meesten zijn vooral met zichzelf bezig.

Is dat bij het CDA anders dan bij andere partijen?

(Aarzelt) Tja, hoe moet ik dat nou zeggen? Ik heb de indruk dat we in onze fractie wel veel overleg hebben, maar in kleine clubjes en niet in de totale fractie.

Is er tussentijds met u besproken hoe u het als Kamerlid deed?

Ik heb één keer een functioneringsgesprek gehad met Enneüs Heerma. En dan in april dit jaar de ontmoeting met Hans Helgers (die alle fractieleden toen een groen, oranje of rood sein gaf, red.) Maar dat was geen gesprek, dat was een mededeling.

Hoe vonden ze dat u het deed?

Heerma vond dat ik prima op weg was. Uiteraard constaterend dat ik er nog maar kort was, maar hij vond dat je de eerste periode ook moest zien als een leerperiode.

En hoe verliep het gesprek met Helgers?

Hij deelde mee dat er drie categoriën waren en dat ik in de middelste categorie zat. Dat betekent dat ik in het afwegingsproces bij de opstelling van de kandidatenlijst meedraaide met de mensen die zich nieuw aanmelden. Dat was natuurlijk schrikken. Ook de mensen in mijn omgeving hadden dat niet verwacht.

Heeft Helgers argumenten gegeven voor zijn oordeel?

Nee, hij gaat af op zijn gevoel, op wat hij vindt van mij.

Maar hoe hij daar aan komt weet u niet?

Nee. Het inhoudelijke stond buiten kijf. Daar ben ik gewoon heel goed in. En mijn contact met mijn achterban is ook heel goed. Waar hij de nadruk op legde was de felheid van debatteren. Ik ben vrij rustig, niet grof en niet beledigend naar anderen. Dat moet blijkbaar wel.

Heeft u na dat gesprek uw stijl veranderd?

Dat heb ik getracht. En ik had het gevoel dat ik op de goede weg was. Ik had voor mezelf een plaats op de kandidatenlijst gedacht tussen de 25 en de 40.

Toen ging maandagavond de telefoon. U kwam helemaal niet op de lijst. Hoe reageerde u?

Met ongeloof. Hoe kan dat nou?, vroeg ik. Helgers antwoordde dat we er dan maar eens een gesprek over moeten hebben.

Gaat u de beslissing aanvechten?

Ja, natuurlijk. Eerst in dat gesprek met Helgers. De redenen voor zijn oordeel zijn mij nog steeds niet duidelijk. En in de tweede plaats via mijn provinciale afdeling, die kan proberen mij alsnog op de lijst te krijgen.

Hoe reageerden uw collega's?

Iedereen vindt het onbegrijpelijk wat er gebeurd is met mij. Iedereen troostte me, en dat doet natuurlijk wel goed. En in de wandelgangen zeggen mensen van andere partijen tegen me: het ligt niet aan jou, het moet ergens anders aan gelegen hebben.

Heeft de fractievoorzitter nog iets tegen u gezegd?

Nee.