Belastingherziening in zwaar weer

De discussie over een nieuw belastingstelsel raakt iedereen. Elke verandering in het huidige systeem betekent dat er mensen op achteruitgaan. Soms zijn dat vermogensbezitters. Die kunnen daarop reageren door hun kapitaal in een fiscale vluchthaven aan de greep van de fiscus te onttrekken.

Soms zijn dat werkstudenten. Die weten al demonstrerend de weg naar het Binnenhof wel te vinden. Soms zijn het bejaarden. Die worden politiek weer serieus genomen sinds hun proteststem voor de ouderenpartijen het CDA liet struikelen. Kortom, een nieuw belastingstelsel is politiek linke soep. Met enkele miljarden guldens aan smeergeld valt de meeste pijn weg te masseren, maar zo'n enorme kapitaalinzet geeft nauwelijks politiek rendement. Als er zo veel geld te besteden is, dan heeft een politicus al snel de neiging daar meer opvallende dingen mee te doen.

Waarom zette staatssecretaris Vermeend (Financiën) vorig jaar dan toch met zo veel aplomb al zijn kaarten op het uitdenken van een nieuw stelsel en was hij in mei dit jaar nog zelfverzekerder in een geruchtmakend Volkskrant-interview? “Met het huidige stelsel kunnen we de volgende eeuw niet in”, zo stelde Vermeend vorig jaar. In het vraaggesprek noemt hij daarvoor als belangrijkste reden “de druk uit het buitenland”. Vooral het plan voor een spectaculaire belastingherziening in Duitsland joeg Vermeend schrik aan. Duitsland wilde zijn toptarief voor de inkomstenbelasting terugbrengen tot 35 procent. Met een top op 60 procent steekt Nederland daar schril tegen af. Eind vorige week liepen de Duitse plannen op de klippen en daarmee verdween de meest sprekende dreiging.

De hele Nederlandse belastingherziening hangt nu in de lucht. Zij moet ons bedrijfsleven meer concurrentiekracht geven. Maar dat bedrijfsleven liet afgelopen vrijdag op een fiscaal congres bij monde van het VNO een afhoudend geluid horen. Het ontdoet liever het bestaande stelsel van enkele knelpunten, dan zich in het avontuur van een stelselwijziging storten. Ook de politiek reageert afhoudend, zij het om zeer uiteenlopende redenen. De PvdA heeft onder meer moeite met Vermeends plan de vermogensbelasting op te geven in ruil voor een nieuw systeem van belastingheffing voor vermogenden.

De PvdA-staatssecretaris wil één nieuwe belasting over zowel het bezit van vermogen als de inkomsten eruit. Daar zijn nu nog twee heffingen voor: de vermogensbelasting en de inkomstenbelasting. Het tarief van de gecombineerde heffing van Vermeend is even hoog als dat van de huidige vermogensbelasting in zijn eentje. Dat ziet de PvdA als een onverdiend cadeautje voor de rijken. Toch denkt Vermeend per saldo meer geld binnen te krijgen omdat de vermogenden het voorgestelde systeem beter zullen accepteren en daardoor minder ontwijkgedrag vertonen.

Voor de dogmatisch ingestelde partij is Vermeends redenering te pragmatisch. Maar niet alleen bij zijn eigen partij stuit Vermeend op problemen met zijn plannen, ook de coalitiepartners D66 en VVD lopen er niet warm voor. Het zaterdag gepresenteerde concept-verkiezingsprogramma van D66 wil voor vermogens de gecombineerde heffing handhaven. Daarbij ruilt zij de huidige belasting op het bezit van vermogen (de vermogensbelasting) in voor een belasting over de winsten uit vermogenstijging (een vermogenswinstbelasting). Het spoor van de VVD loopt geheel anders. Fractiewoordvoerster Bibi de Vries liet op het congres van vrijdag weten dat de VVD de vermogensbelasting een onding vindt dat snel moet verdwijnen zonder dat er iets voor in de plaats komt.

Maar de liberaal zou nog liever de vermaledijde vermogensbelasting handhaven dan te experimenteren met de door Vermeend en D66 naar voren gebrachte alternatieven. Het hele idee van een stelselwijziging ligt bij de VVD niet lekker. Het is een veeg teken voor de kans op succes van de herziening dat VVD-minister Zalm zich steeds haast om zijn staatssecretaris vooral alle eer van de nieuwe plannen te gunnen en te benadrukken hoezeer Vermeend er in diens eigen woorden “als een kluizenaar” aan heeft gewerkt.

Binnenkort bespreekt het kabinet de plannen. Gezien de verdeeldheid onder de coalitiepartners zal dat geen kant en klaar herzieningsplan opleveren. Hooguit kan het kabinet een aantal alternatieven voor een nieuwe aanpak presenteren. Alternatieven die elk van de coalitiepartijen op zijn eigen manier in de verkiezingsstrijd zal inzetten.

Ook het CDA is verdeeld over een nieuw belastingstelsel. Maar als oppositiepartij kan het voorlopig volstaan met het benadrukken van de onmacht van het kabinet om de aangekondigde blauwdruk op de mat te leggen. Als het kabinet blijft steken bij het presenteren van wat alternatieven, neemt het CDA wraak voor de graagte waarmee paars benadrukt wat een zwakke bewindsman de voormalige CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort was. Deze voorganger van Vermeend legde aan het eind van zijn loopbaan zonder veel pretenties twee boekwerken vol met handzame alternatieven voor het huidige stelsel op tafel: de zogenaamde bouwstenennotitie. Paars zou wel eens laten zien hoe men echt vernieuwt, maar die ambitie hangt nu als een molensteen om de nek.