Zeven plagen teisteren Soeharto

Indonesië wordt getroffen door een reeks van plagen: droogte, bosbranden, rookoverlast, een vliegtuigramp, een aardbeving, hongersnood en cholera. Weet 'vadertje' Soeharto zich staande te houden als onbetwist leider?

JAKARTA, 30 SEPT. Het jaar 1997 ontwikkelt zich in hoog tempo tot een annus horribilis voor de Nieuwe Orde van de Indonesische president Soeharto. En de afgelopen paar dagen leverden een staalkaart op van rampspoed waarmee het bewind op dit moment wordt geconfronteerd.

Afgelopen vrijdag stortte een Airbus 300-B4 van Garuda neer bij het Noord-Sumatraanse Medan. Alle 236 inzittenden kwamen om het leven. Het was de ergste vliegramp uit de Indonesische geschiedenis. Vervolgens had in de drukke Straat van Malakka, tussen Sumatra en het Maleisische schiereiland, een aanvaring plaats tussen twee tankers: 29 opvarenden vonden de dood.

Beide ongelukken worden in verband gebracht met het geringe zicht door de alles omvattende 'rookcrisis': duizenden branden die al maanden op Sumatra en Kalimantan worden aangestoken, hebben de zon boven grote delen van Zuidoost-Azië verduisterd terwijl gewoon ademhalen voor vele miljoenen mensen binnen en buiten Indonesië een gezondheidsrisico is geworden.

Deze branden, aangestoken door grote boskapbedrijven en plantage-ondernemingen, maar ook door tienduizenden nomadische boeren, zijn een ieder jaar terugkerend fenomeen. Dit jaar echter heerst een extreme droogte in dit deel van de wereld, veroorzaakt door 'El Niño', een klimatologische aberratie, waardoor de branden heviger zijn dan voorheen. Volgens klimaatwetenschappers van de meteorologische organisatie van de Verenigde Naties (WMO) heeft 'El Niño' zich deze eeuw niet eerder zo sterk doen voelen.

In Indonesië heeft de droogte niet alleen geleid tot bosbranden, waarbij volgens het Wereldnatuurfonds inmiddels 800.000 hectare land in vlammen is opgegaan (500.000 hectare meer dan volgens de officiële schattingen van de autoriteiten in Jakarta). Over de hele archipel zijn de oogsten mislukt. In Irian Jaya zijn inmiddels bijna 300 mensen overleden door honger, terwijl ook cholera om zich heen grijpt, omdat mensen bij gebrek aan voldoende schoon water, besmet water drinken. Cholera is ook uitgebroken in de havenstad Samerinda in Oost-Kalimantan, waar het waterleidingbedrijf de levering van water heeft gestaakt.

De droogte vormt een niet te onderschatten probleem voor de komende maanden. Een watertekort dreigt op korte termijn in de grote steden op Java en Sumatra. Nu al zitten vele gezinnen in Jakarta zonder goed drinkwater.

Hongersnood wordt ook buiten Irian Jaya waarschijnlijk, nu de boeren geen zaaigoed meer hebben om aan het eind van de komende natte moesson, in maart volgend jaar, nieuwe gewassen te planten.

Pagina 4: Minister verwijt regering passiviteit

Waarnemers waarschuwen in dat geval voor verstoring van de stabiliteit van het land. Een voorproefje daarvan kregen de inwoners van Ujung Pandang, de hoofdstad van de provincie Zuid-Sulawesi (voorheen Celebes), twee weken terug, toen het Chinese zakencentrum door een woedende menigte van enige duizenden moslims in de as werd gelegd. Aanleiding was de moord op een negenjarig meisje en haar tante door een gestoorde jongeman van Chinese afkomst.

Maar alsof rook, droogte, honger, besmettelijke ziekte en onlusten niet genoeg zijn, kwam afgelopen zondag ook de aarde in beweging. In Pare Pare, ook in Zuid-Sulawesi, kwamen 18 mensen om het leven, terwijl bijna 600 huizen werden vernietigd, door een aardschok van 6.4 op de schaal van Richter.

Al deze rampspoed ontnam tijdelijk het zicht op de financiële crisis, waarmee Indonesië sinds juli dit jaar te kampen heeft: gisteren is de roepia op een nieuw historisch dieptepunt beland van 3.210 roepia voor een dollar. Economen vrezen dat de roepia-crisis een voorbode is van een volwaardige economische recessie.

Te midden van deze Oud-Testamentische plagen kenmerkt het optreden van de Indonesische regering zich door machteloosheid. President Soeharto heeft bijvoorbeeld het stichten van brand vorige week verboden, maar de foto's van de NOAA-satelliet tonen iedere dag weer aan dat weinigen zich iets van Jakarta aantrekken. Soeharto heeft vorige week verklaard dat de rook “een nationale, natuurlijke, ramp” was, maar hij liet na de noodtoestand af te kondigen, zoals in het buurland Maleisië is gebeurd, wat het mogelijk zou hebben gemaakt verregaande maatregelen te treffen. Als om aan te geven dat er niets aan de hand is, verscheen de president vandaag in alle media met een toespraak over de noodzaak van het bestrijden van analfabetisme. En vorige week vrijdag toonden de media een lachende Soeharto die voorzichtig een testritje maakte op de nieuwe 'nationale motorfiets', uit de fabrieken van een van zijn zoons.

Ondertussen zijn er verschillende signalen die wijzen op meningsverschillen in de boezem van het Indonesische kabinet. Het meest openlijk gaat daarbij de minister van Milieu te werk, Sarwono Kusumaatmadja, die zijn collega's herhaaldelijk in het openbaar heeft beticht van passiviteit.

Te midden van al dit onheil komt morgen voor het eerst het nieuwe, duizend leden tellende Volkscongres bijeen, dat in maart volgend jaar een nieuwe president kiest. Van veel kanten zijn al oproepen gedaan aan Pak Harto (vader Soeharto) om het land de volgende eeuw in te loodsen. Tegelijkertijd echter zijn er ook venijnige discussies in de media gaande over de vraag of het land niet een nieuwe leider nodig heeft.

Afgelopen vrijdag heeft de leider van de 28 miljoen leden tellende Islamitische Muhammadiya, Amien Rais, zich beschikbaar gesteld als tegenkandidaat. Het is een kandidatuur die door weinigen serieus wordt genomen, maar die toch een signaal is dat het land langzamerhand begint te wennen aan het idee dat een transitie op komst is. Waarnemers zeggen dat de manier waarop president Soeharto Indonesië door de huidige crisis leidt, medebepalend is voor het antwoord op de vraag of die overgang snel komt, of nog een paar jaar op zich zal laten wachten.