Winkel mag huurcontract openbreken

AMSTERDAM, 30 SEPT. Twee Amsterdamse middenstanders hebben met succes een proces aangespannen om tussentijds een huurcontract open te breken.

Omdat het nieuwbouwcomplex waar zij een winkelpand betrokken niet zoals beloofd geheel was verhuurd, vond de Amsterdamse kantonrechter het terecht dat zij huurverlaging eisten.

Deze uitspraak van twee weken geleden is volgens advocaat N. Willemse “een doorbraak”. “Het is voor het eerst dat een huurcontract tussentijds wordt opengebroken als gevolg van onvoorziene omstandigheden”, aldus Willemse.

De ene middenstander krijgt een huurverlaging van dertig procent. De ander een huurverlaging van vijftien procent. Voor het eerste half jaar hoeft de verhuurder van de rechter de huurprijs niet omlaag te doen. Voor die periode is niet aan te tonen dat de tegenvallende resultaten van de ondernemers het gevolg zijn van de problemen met de verhuur van de overige panden in het complex.

De middenstanders tekenden de huurovereenkomst toen het nieuwbouwcomplex nog niet was opgeleverd. De verhuurder deed voorkomen dat de overige ruimtes snel zouden worden verhuurd. Maar toen de beide middenstanders hun winkels betrokken, bleek nog bijna niets te zijn verhuurd. De ruimtes die later wel werden betrokken, werden bovendien niet zoals verteld verhuurd aan detaillisten maar aan de horeca. Volgens de ondernemers was de lokatie daardoor niet rendabel en de huur dus veel te hoog.

Advocaat Willemse verwacht dat de rechterlijke uitspraak tot gevolg zal hebben dat veel meer middenstanders huurverlaging voor hun winkel gaan eisen. Ze denkt bijvoorbeeld aan winkeliers in de Amsterdamse binnenstad die als gevolg van wijzigingen in het parkeerbeleid een verlaagde omzet halen.

Willemse: “Als je bijna aan de einde van de huurovereenkomst zit, is het niet zo'n probleem. Dan kun je aanpassing van de huurprijs vragen. Maar als je in het begin zit, moet je wachten en op de blaren zitten. Deze uitspraak biedt nieuwe mogelijkheden.”