Vuurgevechten over Congorivier

KINSHASA, 30 SEPT. De bloedige burgeroorlog in Congo-Brazzaville kookt over naar het buurland, de Democratische Republiek Congo. Gisteren doodde mortiervuur uit de stad Brazzaville 17 mensen in Kinshasa, de hoofdstad van het voormalige Zaïre. Het was het ernstigste grensincident sinds vier maanden geleden vijandelijkheden uitbraken aan de overkant van de rivier de Congo.

Milities van de voormalige president van Congo-Brazzaville, generaal Denis Sassou N'Guesso, openden toen het vuur op legereenheden van de verkozen president, Pascal Lissouba. Sindsdien hebben de gevechten zich uitgebreid naar het noorden van het land.

Vanmorgen landden er vijf granaten uit Brazzaville in een volkswijk van Kinshasa. De kannonade verwoestte enkele huizen, maar er waren vanmorgen nog geen berichten over dodelijke slachtoffers. De incidenten hebben grote woede gewekt in Kinshasa en troepen van de Congolese president Laurent-Désiré Kabila beantwoordden de salvo's gisteren met urenlang artillerievuur in de richting van de andere oever.

Het is nog onduidelijk of de granaten, die werden afgevuurd tijdens een artilleriegevecht tussen de strijdende partijen in Brazzaville, per ongeluk in Kinshasa landden of dat het om gerichte schoten ging.

Kabila's minister van Binnenlandse Zaken, Mwenze Kongolo, beschuldigde aanhangers van de in mei verdreven en eerder deze maand in ballingschap overleden ex-president Mobutu ervan Kinshasa onder vuur te nemen. Volgens hem zouden deze “verbeten Mobutu-supporters” zijn opgepakt door de autoriteiten in Brazzaville. Vorige maand bracht president Lissouba een bezoek aan zijn ambtgenoot Kabila, die aanbood te bemiddelen in het conflict. De regeringsradio in Brazzaville meldt dat leden van Mobutu's voormalige garderegiment meevechten met de milities van Sassou N'Guesso.

President Kabila keerde vandaag overhaast terug van een officieel bezoek aan Zambia om een spoedberaad van zijn kabinet voor te zitten. Voor zijn vertrek uit Lusaka noemde hij de incidenten een “provocatie”. (Reuter, AP)