Vliegeiland voor kust al minder abstract

Een luchthaven op een eiland voor de kust is niet langer alleen een gedachten-experiment. Katwijk, Noordwijk en Zandvoort houden al terdege rekening met een obstakel aan hun profijtelijke horizon.

KATWIJK, 30 SEPT. Als je Marcel Stive mag geloven is Schiphol-in-Zee al klaar. “Het eiland is driehoekig geworden en we hebben er een brede kering rond gelegd, zodat de golven vroeg breken”, zegt Stive, onderzoeker bij het Waterloopkundig Laboratorium (WL) en hoogleraar kustvorming aan de Technische Universiteit van Delft. Op de Noordzeebodem waar Stive een eiland had gedacht als locatie voor een tweede nationale luchthaven zwemmen nog gewoon scholletjes. Maar hun dagen zouden wel eens geteld kunnen zijn, denk je gemakkelijk na het zien van de flitsende computer-animaties waarmee het Waterloopkundig Laboratorium vorige week de studie Eiland in zee, deel van een veerkrachtige kust presenteerde.

“Het eiland is nog geen realiteit, maar ook geen pure speculatie meer”, zegt Stive. “Met 'nut en noodzaak' bemoeien we ons niet, we hebben alleen gedaan alsof zo'n eiland er moet komen. En vervolgens hebben we ons afgevraagd of het kan en wat de effecten zijn op de zee en aan de kust, want daar bestond grote onduidelijkheid over.”

Het kan inderdaad, concludeerde Stive; technisch is een eiland op tien tot zeventien kilometer voor de kust, ergens tussen Katwijk en Zandvoort, uitvoerbaar. Noch de natuur, noch de Nederlandse zeewering hoeft daarvan netto schade te ondervinden.

Praktische bezwaren, zoals de bouwkosten van tientallen miljarden guldens, zijn er nog te over. Toch beschouwt V. Salman, loco-burgemeester van Noordwijk, een eiland in de voortuin van zijn gemeente steeds minder als een puur gedachten-experiment. “Eerst dacht ik dat het idee van een vliegveld in zee vooral blufpoker was, bedoeld om alsnog een oplossing op het huidige Schiphol te forceren”, zegt hij. “Maar nu begin ik toch benauwder te worden, omdat steeds meer partijen er brood in lijken te zien: Schiphol zelf ziet werkgelegenheid, de baggerwereld vindt het een gouden kans en ook Rijkswaterstaat vindt het een interessante klus. Zij kiezen niet voor het algemene belang maar voor het eigen belang.”

Dat laatste woog zeker het zwaarst in de gezamenlijke brief waarin de gemeentes Zandvoort, Noordwijk en Katwijk deze zomer de minister van Verkeer en Waterstaat vroegen af te zien van een vliegveld in zee - althans in het stukje zee dat zij als hun werkkapitaal beschouwen. Geluidshinder, vieze lucht, kusterosie en vooral een vervuilde horizon komen het toerisme en het congresseren aan zee niet ten goede, aldus de drie gemeentes.

“Die mensen komen echt niet meer als de zon ondergaat achter een terminal”, zegt Salman fel. De burgemeesters van Katwijk en Zandvoort beamen dat. De drie verwijten de minister “uiterst inconsequent” te zijn. “Zij houdt alle ontwikkelingen op het strand, zoals vaste paviljoens, tegen omdat die schadelijk kunnen zijn voor de kustverdediging, maar zo'n eiland vergroot juist de afslag”, zegt de Zandvoortse burgemeester M. van der Heijden. En een verbinding met een vliegveldeiland zou dwars door de duinen moeten lopen die volgens de natuurbeschermingswet juist onaangetast moeten blijven.

Volgens de Katwijkse burgemeester B. van Wouwe is het bovendien “ethisch onverantwoord” om een “probleem in zee te dumpen waar we op het land geen raad mee weten”. “En de zee is al zo moe van de mensen”, zegt hij, met een verwijzing naar een liedje van Paul van Vliet.

Een oppervlakkige steekproef onder betrokken kustbewoners brengt - behalve de door de burgemeesters aangedragen argumenten - ook andere reacties aan het licht. “Het wordt vast een bezienswaardigheid”, zegt Ilonka Brouwer, huishoudelijk assistente in Herstelhotel De Kim in Noordwijk, waar men kan revalideren na een ziekenhuisopname.

De Duitse toeriste Eva Graf uit Bottrop in het Ruhrgebied kijkt van de Noordwijkse boulevard peinzend naar de zee, waar mist vandaag de horizon verhult. “Men hoort nu óók al de vliegtuigen”, zegt zij.

En Els Langenegger zegt dat ook. “Als ze niet in de richting van Amsterdam starten komen ze hier over.” Zij woont in een huis uit 1927 met een rieten kap dat toepasselijk De Duintop heet. In de vensterbank staan tientallen Delftsblauwe miniaturen van Nederlandse grachtenpandjes, die de KLM in de business-klasse uitdeelt. Vanaf de bank heeft zij bij helder weer een riant uitzicht, over minder bedeelde Noordwijkers tot aan de horizon. “Ik wind me daar niet zo over op, hoor, en tien kilometer is een eind weg. Bovendien: er moet toch íets gebeuren.”

Haar man Berend bestrijdt dat. “Waar is het einde? Nu is het een eiland voor een vliegveld. De volgende keer voor woningen, havens of windmolens. Straks liggen we vast aan Engeland”, zegt hij.

In Zandvoort is het seizoen nagenoeg voorbij. Een enkele souvenirwinkel is nog open, maar strandpaviljoen Willy wordt al gedemonteerd en op een aanhangwagen geladen. De sporadische wandelaars dragen truien en jassen. M. Spiers, die tegen beter weten in met zijn wagen vol garnaal, makreel en minder eenvoudig te determineren visproducten als de brado en de ocean stick aan de vloedlijn staat, wijst op een stip aan de opgeklaarde horizon. “Dat schip ligt op een kilometer of zeven”, zegt hij. “Ik denk niet dat je er veel last van hebt als dat vliegveld-eiland op tien kilometer afstand wordt gebouwd - al geloof ik niet dat het er ooit komt.”