Verzet

Degenen die in ons land tijdens de Duitse bezetting in het verzet zaten zullen vreemd hebben opgekeken van de veroordeling die Madeleine Albright tijdens haar rondreis door het Midden-Oosten namens de Verenigde Staten uitsprak. Gewapend verzet mag niet, zei zij tegen de Palestijnen, ook niet wanneer jullie huizen worden opgeblazen, ook niet wanneer Israel zijn nederzettingen uitbreidt en jullie land verder confisqueert.

Zou het Nederlandse verzet wezenlijk anders reageren dan de Palestijnen indien een bezetter Amsterdam zou confisqueren en de rest van ons land zou koloniseren met hier en daar een stukje Peel voor de autochtone bewoners? Men kan zeggen: Nederland is een staat en de Palestijnen hebben geen staat. Dat is echter een zwak argument tegenover mensen die best een eigen staat zouden willen hebben, maar dat niet mogen. Een paar eeuwen geleden zaten wij tegenover Spanje in een zelfde positie.

In antwoord op Madeleine Albrights oproep voor een 'time-out' heeft de Israelische regering geantwoord dat men de uitbreiding van de Israelische nederzettingen niet kan bevriezen, net zomin als het leven. De bezetting zal dus doorgaan. Voor een deel gefinancierd door de Verenigde Staten, die Israel nog dagelijks achttien miljoen toestoppen.

Dit roept een aantal vragen op, in het bijzonder voor Nederland. Hoe zullen wij straks reageren, indien, zoals gevreesd, een nieuwe Israelisch-Arabische oorlog uitbreekt, wanneer bijvoorbeeld Israel zou besluiten de twee moslim-heiligdommen, de Koepel van de Rots en de Al-Aksa-moskee, op te ruimen met het oog op een nieuwe tempel? Het zou voor regering en parlement nuttig zijn hierover van gedachten te wisselen. Al was het maar om te voorkomen dat de uitspraak van Van Mierlo's voorganger, Van den Broek, tijdens het Joodse Wereld Congres in 1991 door Israel wordt opgevat als voor alle gevallen dienend: “Alles wat ik kan zeggen is: als u ons weer nodig hebt, bel dan maar weer.”