Versterking van zeedijken eerste zorg Jorritsma

DEN HAAG, 30 SEPT. Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) wil op haar 'natte' beleidsterrein absolute voorrang geven aan de veiligheid van West-Nederland. Dat betekent dat versterking van de zeedijken tegen stormvloeden haar eerste zorg is. Dijkverzwaring langs de grote rivieren in Midden-Nederland is de tweede prioriteit en ten slotte volgt de Maas.

De minister zei dit vanmorgen op een bijeenkomst in Den Haag aan het begin van een inspraakperiode over de Vierde Nota Waterhuishouding. Dit is een beleidsplan, dat afgelopen maand tegelijk met de begroting 1998 aan de Tweede Kamer is aangeboden.

In de zomer van 1996 werd bekend dat een deel van de zeedijken de komende jaren moet worden aangepast. Gebleken is dat de 'bekleding' (de basalt- en betonblokken) en het binnenste (het zand en de klei) van de zeeweringen onder extreme omstandigheden niet zo sterk zijn als men altijd heeft aangenomen. Voor de zeedijken geldt als norm dat de kans op een overstroming niet groter mag zijn dan eens in de 4.000 jaar. Voor de rivierdijken geldt een overstromingsnorm van eens in de 1.250 jaar.

Minister Jorritsma heeft eerder bekendgemaakt dat de werken aan de Maas wegens gebrek aan financiële middelen waarschijnlijk pas in het jaar 2015 worden voltooid: tien jaar later dan eerder was voorgenomen. Vanmorgen zei ze hierover: “Langs de Maas gaat het om de bescherming van have en goed en niet om de veiligheid van mensen. Er is daar geen sprake van een levensbedreigende situatie.”

Voor de veiligheid van Nederland heeft het kabinet tot 2006 drie miljard gulden extra beschikbaar gesteld. Na de recente dijkverzwaringen in rivierenland wordt bescherming tegen overstromingen voornamelijk gezocht in verdieping en verbreding van het winterbed: ruimte voor de rivier. Dit zal waar mogelijk gepaard gaan met het scheppen van nieuwe natuur.

De milieubeweging heeft inmiddels forse kritiek geuit op de Vierde Nota Waterhuishouding. “Dit beleidsplan doet het ergste vrezen voor de kwaliteit van ons grond- en oppervlaktewater”, zeggen de Stichting Natuur en Milieu en het Waterpakt, een samenwerkingsverband van diverse organisaties, waaronder de Waddenvereniging en de Stichting Reinwater.

“De regering”, aldus een commentaar van die organisaties, “maakt zich terecht hard voor maatregelen tegen overstromingen en voor natuurontwikkeling, maar zij laat het teleurstellend afweten als het gaat om doortastende verbetering van de waterkwaliteit. Zo komen helder water met vissen, waterplanten en insecten, schone waterbodems, veilig drinkwater en aantrekkelijke watergebieden voor de recreatie sterk vertraagd in zicht.”