Verantwoordelijken in zaak Dutroux blijven op hun post

De Belgische overheid slaagt er niet in maatregelen te nemen tegen de verantwoordelijken voor het falen van justitie en politie in de zaak Dutroux. De functionarissen geven hun posities niet op.

BRUSSEL, 30 SEPT. De Belgische minister van Justitie Stefaan De Clerck toont zich publiek verontwaardigd en boos, maar het helpt hem allemaal niets. Hij slaagt er niet in om hoge functionarissen bij politie en justitie uit hun functies te krijgen. Die functionarissen hebben een belangrijke verantwoordelijkheid gehad voor het jarenlange falende beleid bij onderzoeken naar verdwenen en vermoorde kinderen, dat vorig jaar aan het licht kwam bij de zaak Dutroux.

De minister van Justitie wil slechts dat de functionarissen andere functies aanvaarden. Maar ze weigeren hun huidige posities op te geven en de minister staat machteloos. Eerst was er de zaak van procureur des konings (officier van justitie) Benoit Dejemeppe, hoofd van het Brusselse parket. De Kamercommissie die onderzoekt hoe politie en justitie de zaken van verdwenen kinderen hebben behandeld, heeft in een rapport ernstige kritiek op hem geuit.

Dejemeppe zou grote verantwoordelijkheid hebben gehad voor het zeer slechte onderzoek naar de verdwijning van het Marokkaanse meisje Loubna Benaïssa in 1992 in de Brusselse gemeente Elsene. In maart van dit jaar werd het stoffelijk overschot van Loubna in de kelder van een benzinestation gevonden. Zij bleek vermoord door Patrick Derochette, een zoon van de beheerder van dit benzinestation.

Minister van Justitie De Clerck wilde afgelopen zomer dat Dejemeppe zijn post zou verlaten. Hij bood hem de functie aan van advocaat-generaal, geen promotie maar ook geen degradatie. Maar Dejemeppe voelde er niets voor om wegens gebrek aan leidinggevende kwaliteiten bij het Brusselse parket op te stappen. Minister De Clerck had geen middelen om Dejemeppe tot vertrek te dwingen en moest zich erbij neerleggen dat deze op zijn post bleef.

Gisteren beet de minister van Justitie opnieuw in het zand. Hij had het hoofd van de gerechtelijke politie, commissaris-generaal Christian de Vroom, naar een andere functie overgeplaatst. Ook de Vroom is bekritiseerd door de Kamercommissie Dutroux. Bovendien is er een deskundigenrapport opgesteld over de gebrekkige manier waarop hij zijn politiekorps heeft geleid. De Vroom ging tegen zijn overplaatsing in beroep bij de Raad van State. Die besliste vorige week dat hij ten onrechte uit zijn functie was gezet. Er zou niet goed met hem zijn overlegd over zijn overplaatsing.

Triomfantelijk keerde De Vroom gisteren naar zijn post terug, waar zijn reeds benoemde opvolgers snel het veld moesten ruimen. De Vroom belegde een persconferentie waarop hij vertelde dat de gerechtelijke politie niet als gevolg van zijn leidinggeven slecht functioneerde, maar als gevolg van de beperkte middelen die hem ter beschikking werden gesteld. Hij wees erop dat hij in 1995 is benoemd wegens zij leidinggevende kwaliteiten. Hij zei zelfverzekerd dat hij de gerechtelijke politie niet door de achterpoort zal verlaten, maar door 'de grote poort', dat wil zeggen bij zijn pensionering.

Gisteravond aanvaardde minister De Clerck de terugkeer van De Vroom. Bij overleg met de procureurs-generaal en de top van de gerechtelijke politie bereikte hij wel dat De Vroom aanvaardt dat naast hem aan de leiding van de gerechtelijke politie een magistraat wordt benoemd. Die magistraat moet toezicht uitoefenen op de manier waarop De Vroom werkt. De Vroom leek dit weinig te deren. Hij zei dat hij al twee jaar heeft gevraagd om versterking van de top van de gerechtelijke politie met een magistraat. Verwacht wordt dat de Raad van State over een half jaar een mening geeft over het deskundigenrapport, waarin de kwaliteit van De Vrooms leidinggeven is bekritiseerd.