Tweede-Kamerlid Van der Ploeg (PvdA) over begroting '98: 'Weer investeren in mensen'

De financieel specialisten in de Tweede Kamer debatteren vanavond met minister Zalm (Financiën) over de begroting 1998. “Ik beschouw mijzelf nog niet als een politicus”, zei de PvdA'er Van der Ploeg in 1994. Drie jaar later wel?

DEN HAAG, 30 SEPT. “Ik ga het politieke spel steeds meer waarderen”, constateert Rick van der Ploeg, financieel woordvoerder van de PvdA-fractie. Op voorspraak van de toenmalige partijvoorzitter Felix Rottenberg belandde de hoogleraar staathuishoudkunde Van der Ploeg in 1994 zonder politieke ervaring in de Tweede Kamer. Hij werd financieel woordvoerder, omdat premier Kok de twee financieel specialisten van de oude PvdA-fractie, Ad Melkert en Willem Vermeend, naar zijn kabinet haalde, respectievelijk als minister van Sociale Zaken en als staatssecretaris van Financiën.

De rijksbegroting voor 1998 is de vierde waarover Van der Ploeg deze week met het kabinet in debat zal gaan. De kwalificatie van minister Zalm (VVD) over de Miljoenennota 1998 - de 'droombegroting' - probeert hij te claimen: “Een echte PvdA-begroting met een goede mix van lastenverlichting, reductie van het financieringstekort, en investeringen in de kwaliteit van de samenleving”.

Pleidooien om het tekort nu al verder te verlagen zijn aan Van der Ploeg niet besteed. “We moeten weer gaan investeren in mensen.” Hij wil de rol van de overheid bij grote infrastructurele projecten beperken. In Hongkong betaalt het bedrijfsleven de grote infrastructurele projecten. “Waarom in Nederland niet”, vraagt hij zich af.

“Het succes van het poldermodel mag niet om zeep worden geholpen door te bezuinigen op onderwijs en zorg. Maar laten we elkaar niet in slaap sussen met de prestaties van paars en het poldermodel. Als wij de verzorgingsstaat in stand willen houden om de kosten van de vergrijzing, de zorg en het onderwijs te kunnen betalen, dan moeten er meer mensen aan de slag”, zegt Van der Ploeg. “Het karwei is nog niet af.”

Het accent van de financiële beschouwingen is verschoven van een debat over de staatsfinanciën naar de sociale zekerheid. De boekhouding van de overheid is redelijk op orde. Maar in vergelijking met andere Europese landen is het aantal mensen met een baan laag.

Van der Ploeg wil de werkloosheid niet verlagen via “de ouderwets socialistische manier” van een verlaging van het arbeidsaanbod door middel van arbeidstijdverkorting en vervroegd uittreden. “Dat is funest, want het kost heel veel geld. De uitdaging is de werkloosheid te verlagen en het arbeidsaanbod te vergroten om zo het draagvlak van de collectieve voorzieningen te vergroten. Ik vind dat Zalm daar in de Miljoenennota te weinig aandacht aan besteedt.”

De overheid moet meer in scholing investeren om de kwaliteit van het arbeidsaanbod te verbeteren en via belastingmaatregelen moet de prijs van arbeid omlaag. Het probleem is dat mensen met een uitkering er “op achteruitkachelen” als ze gaan werken, omdat ze dan subsidies kwijtraken. Van der Ploeg wil dit probleem oplossen met een fiscale maatregel.

Met een Nederlandse vader en een Britse moeder beschouwt Van der Ploeg zich als 'Anglo-Dutch'. Hij studeerde in Engeland. Bij zijn terugkeer in Nederland, begin jaren tachtig, werd hij benaderd voor het 'economenclubje' van de PvdA. Op instigatie van Jan Pronk (“prettig bevlogen”) werd hij lid van de PvdA. Van der Ploeg heeft zich beschikbaar gesteld voor een tweede periode als Kamerlid, “maar of ik voor een tweede keer teken hangt af van de samenstelling van de nieuwe fractie”. De kanttekening dat de kiezer dan niet weet waar hij aan toe is, wimpelt hij af. “Ik ga mij in ieder geval meer bezighouden met maatschappelijke vraagstukken. De wetenschap (één dag per week doceert hij aan de Universiteit van Amsterdam, red.) blijft mijn grootste ambitie.”

De liberal “met één a” noemt 'empowerment' zijn belangrijkste politieke drijfveer. “De overheid heeft de plicht om mensen goed op te leiden en te scholen, en daarbij mag het niet uitmaken waar je wieg heeft gestaan. Mensen moeten goed worden voorbereid op de arbeidsmarkt, de gezondheidsmarkt, de huizenmarkt, en de huwelijksmarkt.”

Het PvdA-Kamerlid flirt graag met het liberale gedachtengoed (lees: marktmechanisme). “Partijgenoten kijken me nog steeds vies aan als ik een pleidooi vóór het marktmechanisme houd. Maar als ik erop wijs dat markten niet efficiënt werken en dat daar een belangrijke taak voor de overheid is weggelegd, dan is sympathie mijn deel.”

Na vier jaar paars is het verschil tussen PvdA en VVD nog steeds “levensgroot”. “De PvdA heeft meer oog voor inkomensverhoudingen in verband met koopkracht en banengroei; de VVD hecht minder aan de toegankelijkheid van regelingen.”

Uw fractievoorzitter, Wallage, heeft vorig jaar tijdens de algemene beschouwingen een stevige stelling betrokken: “De PvdA wil niet doorregeren met de VVD wanneer deze partij in de volgende kabinetsperiode het hoogste belastingtarief wil verlagen.” Inmiddels heeft uw partijgenoot Vermeend samen met VVD-minister Zalm voorgesteld het toptarief van 60 procent te verlagen naar 48 procent.

“Binnenkort presenteert het kabinet de visie op belasting heffen in de volgende eeuw. Progressie in het belastingstelsel blijft voor mij erg belangrijk. Ik houd vast aan het draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Dat wordt niet bepaald door de tarieven van 60 procent. Nog geen drie procent van de belastingbetalers betaalt dit percentage. De progressie die we nu hebben komt door de belastingvrije som. Ik wil de belastingvrije som niet afschaffen, want het is een klassiek instrument om iets voor de laagstbetaalden te doen.”

Zalm en Vermeend hebben voorgesteld de belastingvrije som te schrappen.

“Je verliest een zeer effectief instrument om de inkomensverhouding recht te trekken. Ik wil de belastingvrije som omzetten in een heffingskorting. Alle aftrekposten worden dan afgerekend tegen één tarief, bijvoorbeeld het tarief van de eerste schijf.”

Nog even over de belastingvrije som, vindt u het niet vreemd dat uw partijgenoot Vermeend...

“Ik vind de voorstellen te liberaal. Daar kan ik niet voor tekenen. We moeten oppassen dat onze Willem niet in het pak wordt genaaid door zijn liberale baas.”