'Subsidies doen wat nazi's deden'

UTRECHT, 30 SEPT. Tussen de hal van het Centraal Station en winkelcentrum Hoog Catharijne hangt sinds kort een reusachtig videoscherm waarop reclameboodschappen vertoond worden. Het scherm is het zoveelste bewijs van de opmars van het bewegende beeld, dat niet alleen de bioscoop, maar ook de huiskamer heeft verlaten, en nu eveneens in musea, restaurants, computers, disco's en straathoeken de aandacht van het hier of nu afleidt.

Het Nederlands Film Festival in Utrecht, dat vooral gewijd is aan traditionele film- en televisiegenres, doet nu een beetje mee met die ontwikkeling door op woensdag de avond 'Oog in Al' tot het programma toe te laten. In theater Kikker zullen dan, net als daar deze zomer op het Impaktfestival al het geval was, korte films, video's, installaties, performances en videopoëzie te zien zijn. Helaas deed het voorproefje dat vantevoren op video te zien was, vooral beseffen dat ook in nieuwe vormen vervelende dingen kunnen worden gemaakt, al was het wel zeer bevredigend om in een filmpje van Erik Wesselo een paard op zand te zien draven en het tegelijkertijd op asfalt te horen.

Ate de Jong zag de toekomst van de traditionele cinema twee dagen eerder traditiegetrouw somber in. Volgens de regisseur en producent, die zondag als eerste Nederlander de Cinema Militans lezing hield, zal de speelfilm, wellicht in holografische vorm, in de toekomst alleen nog in pret- en themaparken te zien zijn. Daarbij doelde De Jong vooral op de actiefilms uit Hollywood. Over de Europese en de Nederlandse film was De Jong nog pessimistischer. Verbetering kan alleen komen als men ophoudt na te doen wat Hollywood toch beter kan, en zich concentreert op kleinschalige originaliteit en diepgang.

Voor de Nederlandse film is geldgebrek volgens De Jong niet het enige probleem. Hij verwacht heil van een verandering van de subsidiestructuur. “In de jaren dertig verdreven de nazi's filmmakers uit Europa. In de jaren negentig doen subsidies en de democratie dat”, zei hij (in het Engels) in de Pieterskerk. Over inhoud wordt niet meer gepraat; het gaat alleen nog maar over geld - voor De Jong bleek dat ook uit de vele telefoontjes die hij van collega's had gekregen met het verzoek om in zijn lezing niets negatiefs te zeggen over nieuwe en oude subsidiegevers.

De Jong, sinds begin dit jaar adviseur van het Nederlands Fonds voor de Film, lanceerde drie plannen in Utrecht, die gemeen hebben dat er geen adviseurs meer nodig zijn. Eerder kwam hij al met het voorstel om het merendeel van het budget van het fonds te verdelen over tien productiehuizen, die binnen twee jaar elk een a twee speelfilms moeten produceren.

Een ander plan behelst het oprichten van een gilde, waarin tien producenten, tien regisseurs en vijf scenarioschrijvers zich een jaar lang alleen met het ontwikkelen van speelfilms bezig moeten houden. Ten slotte stelde De Jong de benoeming van een 'filmtsaar' voor, die drie jaar lang helemaal alleen beslist waar al het geld naar toegaat. De Jong noemde zondag namen, en als om te bewijzen dat het echt de structuur is die niet deugt, stelde hij ook Ryclef Rienstra voor, directeur van het filmfonds.

Verder blijft het weer feest in Utrecht, ditmaal voor drie makers van korte films. Christa Moesker (1967) kreeg het Gouden Kalf voor de beste korte film voor Sientje, in ook in deze krant al uitbundig geprezen tekenfilmpje over een boos meisje, dat ook voor een Oscar wordt ingezonden. Moeskers filmdebuut is het resultaat van een workshop aan het nieuwe Nederlandse Instituut voor Animatiefilm. Marcel Visbeen won met Elvis Lives!, negen minuten over een Elvis-imitator kort voor een optreden, de nieuwe NPS prijs voor de beste korte film. Het Gouden Kalf voor beste korte documentaire ging naar De tranen van Castro van Merlijn Passier, dat strikt genomen geen documentaire is. In deze videofilm van vijftig minuten, waarmee Passier (1972) afstudeerde aan de filmacademie, gaat een communist die bloed, zweet en tranen van zijn helden verzamelt naar Cuba om lichaamsvocht van Fidel Castro te bemachtigen. De communist is verzonnen, maar dat stond een bekroning niet in de weg - spelen met traditionele genres kan nog net zo avontuurlijk zijn als het scheppen van nieuwe media.