Schizofreen Moving Target van Flamand is alles tegelijk

Gezelschap: Charleroi/danses-Plan K, productie: Moving Target , concept en choreografie: Frédéric Flamand, muziek: Strawinsky/Bach/Schnittke/Pärt, e.a., toneelbeeld/video:Elizabeth Diller/Ricardo Scofideo, teksten: o.a.Nijinski. Gezien: 28/9, Het Muziektheater, Amsterdam. Daar nog te zien 30/9, 1/10.

In 1991 kreeg het artistiek zieltogende Koninklijk Ballet van Wallonie een nieuwe directeur: de bevlogen theaterman Frédéric Flamand, die sinds 1973 met een eigen gezelschap, Plan K, producties uitbracht waarin naar een inspirerend samengaan gestreefd werd tussen het dansende lichaam, theatrale en architectonische vormgeving en nieuwe technologische verworvenheden. Sinds het aantreden van Flamand is de koninklijke naam afgeschaft, werden het artistieke roer volledig omgegooid en andersoortige dansers aangetrokken en ontstond er onder de naam Charleroi/danses-Plan K een eigentijds dansgezelschap dat met spraakmakende producties op uiteenlopende Europese festivals en manifestaties te zien is geweest.

Nu treedt het voor het eerst in Nederland op met drie voorstellingen van het ruim een jaar geleden gemaakte Moving target. Het werd een prettige kennismaking. Op een bepaalde manier lijkt de groep op die van William Forsythe in Frankfurt: er zijn uitstekende dansers, ongelijk van physiek en met geheel verschillende achtergronden, maar allemaal met een uitstekende technische beheersing waardoor alles wat ze doen helder en exact in de ruimte staat. Er is een vanzelfsprekende discipline en een totale inzet zichtbaar. Ook de wijze waarop licht, attributen en muziek gebruikt worden doet aan Forsyhte denken, terwijl er van kopiëren absoluut geen sprake is. Daarvoor is Flamands choreografische en dramatische concept gelukkig veel te eigenzinnig. Moving Target (bewegend doelwit) heeft een interessant thema: in hoeverre kan, in deze door informatie, kunstgrepen en technische ontwikkelingen overspoelde maatschappij, een lichaam nog als volstrekte zelfstandigheid functioneren. En hoe gaan we om met de waarde van logisch denken tegenover de onbeheerste uitingen van een schizofreen brein waarin zulke oorspronkelijke, vernieuwende en visionaire ideeën kunnen leven.

Het toneelbeeld van de architecten/beeldend kunstenaars Elizabeth Diller en Ricardo Scofidio lijkt heel simpel: een witte vloer, een donker achterdoek en een doorzichtig, hoog boven het speelvlak hangend, glazen plafond. Tijdens de 80 minuten durende voorstelling worden daar echter dingen mee gedaan die de werkelijkheid onwerkelijk maken. Het plafond kantelt, wordt een spiegel, kan door belichting toch doorzichtig blijven, vangt videobeelden op en veroorzaakt zo situaties die je regelmatig doen twijfelen of wat je ziet, de dansers zijn, hun spiegelbeeld of videoprojecties - soms is het alles tegelijk. Geprojecteerde teksten (van o.a. Nijinski) schuiven in en over elkaar en in het begin is er een leuk en informatief filmpje over de anatomie en de werking van de voet. Door dansers gehanteerde laser-stralen tasten als fel rood oplichtende puntjes lichamen af en reclame spotjes laten ons weten dat voor iedere afwijking een remedie voor handen is en dat injecties en pillen een 'chemisch pad voor een beter leven' vormen. Binnen al die theatrale zaken is er veel dans te zien met driftige ensemble stukken en introverte, wanhopige solo's. Interessante dans, wisselend van de strakke, letterlijk langs lange meetlatten getrokken lijnen zo vertrouwd uit de klassieke ballettechniek, naar veel vrijere en losse wervelingen, krommingen, sprongen en draaien. Wat mij het meest intrigeerde en imponeerde was de ongeforceerde manier waarop al die verschillende danstechnische, theatrale en geavanceerde computer-, video- en geluidselementen samengebracht zijn. Het blijven nergens losstaande en op effect gerichte middelen. Er is ook nooit die nu zo modieuze en vaak onmachtige agressiviteit waar het om het uitbeelden van drift, kracht of macht ging. De zeggingskracht was er niet minder om. Integendeel.