Milieu is gebaat bij ecologiseren belastingstelsel

Economie en overheid moeten dienstbaar zijn aan het welzijn van mens en natuur. Dit is de leidende gedachte in het ontwerp-programma van D66 dat het afgelopen weekeinde werd gepresenteerd. Hieronder enkele delen uit de verlanglijst van D66 die de partij door een tweede paars kabinet verwezenlijkt wil zien worden.

Om een koers uit te zetten voor een zo compacte en verweven maatschappij als de Nederlandse heeft het geen zin onze blik op de samenleving te versimpelen door alleen dat te belichten wat in ons straatje past en andere problemen te negeren of te ontkennen. We moeten de complexiteit van de vraagstukken erkennen, analyseren en betrekken in de oplossingen die we aandragen. Doen we dat niet, dan blijft het bij idealen en mooie voornemens en glipt de praktijk ons tussen de vingers door.

Volgens D66 is de belangrijkste opdracht waarvoor wij staan het vormgeven aan een democratische samenleving waarin economie en overheid dienstbaar zijn aan het welzijn van de mensen en aan de natuur. Dat betekent dat we economische ontwikkeling, sociale ontwikkeling en de ontwikkeling van natuur- en leefmilieu op elkaar moeten afstemmen en moeten integreren. De samenloop van deze drie sporen schept een maatschappij met duurzaam gebruik van energie en grondstoffen, met sociale cohesie en met bescherming van de kwaliteit van onze beperkte ruimte en het natuurlijk milieu.

[...]Economische bloei is niet vanzelfsprekend, want de internationale concurrentie is keihard, in een dynamische wereldeconomie moet Nederland scherp blijven. Daarvoor moeten we in ieder geval de deelname aan het arbeidsproces verruimen en de lasten op arbeid verlagen. De lastenverlichting moet dus worden doorgezet.

De overheidsfinanciën moeten verder op orde gebracht worden. Het financieringstekort mag ons geen parten gaan spelen bij een tegenvallende conjunctuur. Lage inflatie en lage rente zijn noodzakelijke voorwaarden voor broodnodige investeringen.

Investeren in de economie is voor D66 allereerst investeren in mensen. Want goed opgeleide, gezonde, vakbekwame en ondernemende mensen brengen vernieuwing en kwaliteit in economische bedrijvigheid.

[...]D66 is voor een rechtvaardige inkomensverdeling, tussen hoge en lage inkomens, ouderen en jongeren, werkenden en niet-werkenden. In economisch goede, maar ook in slechte tijden. Daarbij hoort ook een evenwicht in de inkomensontwikkeling tussen verschillende groepen; waar wernmemers jarenlang hun lonen matigden ten behoeve van de economie, past het niet dat de top van het bedrijfsleven zichzelf forse salarisstijgingen toekent. Een redelijke verhouding moet ook hier het uitgangspunt zijn.

[...]Het realiseren van een duurzame samenleving vraagt een grotere inspanning dan die we nu met ons milieubeleid in Nederland leveren. Nederland zou binnen Europa een voortrekkersrol moeten spelen om een krachtig Europees milieubeleid mogelijk te maken. Dit ver weg liggende doel kan alleen via allerlei tussenstappen bereikt worden. Daar is tijd voor nodig, en die is er onder de strikte voorwaarde dat het technische milieubeleid, de zorg voor het ruimtegebruik en de bescherming van de natuur met kracht worden voortgezet. Dat ligt nu al binnen onze mogelijkheden en dat geeft ook de broodnodige tijd om de andere aspecten van de duurzame samenleving aan te pakken.

[...]In een vitale en duurzame economie moet veel meer waarde worden gehecht aan de kwaliteit van economische maatschappelijke activiteiten. Om inzicht te krijgen in milieukosten en opbrengsten van milieubeleid moeten we - naast het normale BNP - een 'groen BNP' definiëren. Dat werpt een andere blik op onze economische groeimaat. In een groen BNP worden milieulasten zichtbaar gemaakt en krijgen dit soort effecten en afwegingen zwaarder gewicht. Dat is een steun in de rug voor radicalere wegen die nodig zijn om duurzaamheid te bereiken.

Een duurzame economie vereist andere produktie- en consumptiepatronen. De overheid moet veel nadrukkelijker gebruikmaken van fiscale instrumenten om gedrag en bedrijvigheid duurzamer te maken. Daarom wil D66 het belastingstelsel ecologiseren en de lasten op arbeid verschuiven naar lasten op consumptie en produktie. Arbeidsintensieve dienstverlening en duurzame produkten moeten onder een laag BTW-tarief en lagere accijnzen vallen.

De overheid stelt randvoorwaarden aan de werking van de markt. De overheid opereert als marktmeester, stimuleert investeringen, organiseert netwerken en doorbreekt machtsposities. Kortom, een dynamische markt vraagt om een actieve overheid.

Het inzetten van meer marktwerking in de publieke sector en in de nutssectoren kan bijdragen tot een betere dienstverlening. De overheid zelf, landelijk en lokaal, dient terughoudend te zijn in haar optreden op de markt als aanbieder van produkten en diensten.

[...]D66 is tegen verlaging van het minimumloon. Zo'n verlaging staat haaks op een eerlijke verdeling van de groeiende welvaart en slaat een bres in het stelsel van rechtvaardige loonvorming en sociale zekerheid. In de komende kabinetsperiode moet de hoogte van het minimumloon en de eraan gerelateerde sociale uitkeringen, meestijgen met de ontwikkeling van de contractlonen.

Een lager minimumloon is geen gewenst instrument om de werkloosheid onder laaggeschoolden terug te dringen. Meer gebruikmaken van de lage loonschalen zal de werkgelegenheid voor laaggeschoolden stimuleren, maar de CAO's staan vrijere loonvorming aan de onderkant van de markt te vaak in de weg.

Om de vrijere loonvorming mogelijk te maken zal vaker dispensatie verleend moeten worden op het algemeen verbindend verklaren van de CAO's voor bedrijfstakken. Dit geldt bijvoorbeeld voor dispensatie van CAO-lonen voor een periode van maximaal 2 jaar voor personeel in opleiding. Ook in regio's met een hoge werkloosheid moet dispensatie van CAO-loonafspraken voor kleine bedrijven en voor echte starters toegestaan worden. Deze dispensatie kan ook gelden voor bedrijven in de kansenzones binnen grote steden.

[...]De luchtvaart heeft zich vooral in de laatste tien jaar stormachtig ontwikkeld en het ziet er niet naar uit dat de toename van het luchtverkeer de komende jaren als vanzelf af zal remmen. Dat is gelet op de zware belasting van het milieu door de luchtvaart een somber vooruitzicht. We zullen dus actief - en liefst samen met onze buurlanden - moeten ingrijpen om de groei van de luchtvaart te temperen en de belasting van het milieu te verminderen.

Het is ondenkbaar om Nederland van de Europese en internationale economie af te sluiten door vervoer door de lucht eenzijdig te blokkeren. De groei van de luchtvaart kan wel in de hand worden gehouden met kwaliteitseisen: beperking van de uitstoot van schadelijke stoffen, zeker stellen van de bodem-, lucht- en waterkwaliteit, beperking van de geluidshinder, en veiligheid voor passagiers en omwonenden van vliegvelden. Reclamevliegen wordt verboden.

De luchtvaart moet de kosten dragen van de vervuiling die de luchtvaart veroorzaakt. Ook op andere terreinen moet de luchtvaart worden behandeld als elk ander Nederlands bedrijf dat zich te houden heeft aan Nederlandse en internationale wet- en regelgeving ten aanzien van milieu, veiligheid en belastingen. Deze gelijke behandeling maakt een eind aan oneerlijke concurrentie van de luchtvaart met ander vervoer.

Het vliegverkeer op afstanden tot 1000 km. wordt actief ontmoedigd door invoering van, onder meer, een belasting op kerosine en investering in een Europese en internationale treininfrastructuur.

Nederland heeft twee mainports, de luchthaven Schiphol en de zeehaven van Rotterdam. Ook in de komende kabinetsperiode steunt D66 een voortgaande ontplooiing van activiteiten rondom Schiphol. De vastgestelde milieugrenzen moeten worden gehandhaafd.

Dit betekent voor de toekomstige ontwikkeling van Schiphol als luchthaven dat de bovengrens van 40 miljoen passagiers kan worden doorbroken als voortgaande technische ontwikkelingen en een verbeterd banenstelsel daarvoor de ruimte bieden. Op de middellange termijn kan bijvoorbeeld de aanleg van een parallelle Kaagbaan ruimte bieden mits tot gelijktijdige sluiting van de Aalsmeerbaan en de Buitenveldertbaan wordt besloten.

Of, en zo ja waar, op de lange termijn de verdere groei van het op Nederland gerichte internationale luchtverkeer kan geschieden, dient onderwerp te zijn van studie. In die studie wordt alle noodzakelijke en gewenste aandacht gegeven aan de effecten van het luchtverkeer op economie, milieu en volksgezondheid en aan de landzijdige problematiek van aan- en afvoer van passagiers en goederen.

[...]Nu de politieke agenda voor de jaren na de eeuwwisseling wordt opgesteld, mag niet voorbij worden gegaan aan de inrichting van de overheid en de zeggenschap van burgers. Waar economie en maatschappelijke infrastructuur ingrijpend veranderen en steeds meer ruimte bieden voor individuele keuze en eigen zeggenschap, blijft de Nederlandse democratie gevangen in een verouderd stelsel. Zowel de regeringsvorm en de organisatie van de overheid als de betrokkenheid van burgers bij de besluitvorming moeten drastisch worden herzien.

[...]Het kiesrecht wordt uitgebreid. D66 wil de leeftijd voor het actieve kiesrecht verlagen naar 16 jaar odmat jongeren van die leeftijd maatschappelijke verantwoorlijkheid gaan dragen en dus ook moeten kunnen meepraten en besluiten over de inrichting van de samenleving.

Allochtonen die nu reeds kiesrecht hebben voor gemeenteraden moeten dat ook voor provincies en stadsprovincies krijgen.

Daadwerkelijke invloed van de kiezers betekent zeggenschap over wie gaat regeren en wie gaat besturen. Daarom wil D66 de kiezers een stem geven in de regeringsvorming door de minister-president rechtstreeks te verkiezen. Ook de burgemeester dient rechtstreeks gekozen te worden.

De band tussen kiezer en volksvertegenwoordiger kan worden versterkt door het uit 1917 stammende kiesstelsel aan te passen. D66 wil een kiesstelsel waarbij in ieder geval een groot gedeelte van de kandidaten wordt verkozen in districten, zodat kiezers hun eigen vertegenwoordiger herkennen en kunnen beoordelen.

De rijksoverheid verdient krachtige sturing door een kabinet dat uitstijgt boven de alledaagse departementale verkokering. Een klein en hecht samenwerkend team van kernministers, ieder verantwoordelijk voor een deel van het overheidsbeleid en samen voor het geheel, vormt de ministerraad. Dit zogenoemde 'kernkabinet' bestaat uit 7 à 9 ministers en opereert als een politieke raad van bestuur. De feitelijke uitvoering van dagelijkse leiding over departementsonderdelen vindt plaats door onderministers.

Samenvoeging van huidige departementen is daarbij niet per se noodzakelijk, zolang de leden van het kernkabinet de aansturing van clusters van aanverwante departementen voor hun rekening nemen.

Het kernkabinet wordt aangevoerd door een rechtstreeks gekozen minister-president. Omwille van de eenheid van het regeerbeleid en een krachtige positie in Europa dient de minister-president over stevige bevoegdheden te beschikken, waarbij kan worden gedacht aan het geven van aanwijzingen aan andere bewindslieden en aan een doorslaggevende rol bij de benoeming en het ontslag van ministers en onderministers. Een dergelijke sterke positie in het landsbestuur, die nu al gedeeltelijk in de praktijk zichtbaar is, moet gepaard gaan met een rechtstreekse democratische legitimatie. Degene die het kabinet vormt en leiding geeft, moet ook rechtstreeks door de kiezers aan te spreken zijn.