Mein Kampf kan direct herdrukt

De Kamerleden Dittrich en De Graaf (D66) hebben Kamervragen gesteld over de handel in exemplaren van Hitlers Mein Kampf. Aanleiding is een radioreportage waarin melding werd gemaakt van antiquariaten die Hitlers boek aan personen uit rechts-extremistische hoek zouden verkopen. De D66'ers vragen zich af of deze vorm van verspreiding kan worden bestreden met het anti-discriminatie artikel (137e) uit het Wetboek van Strafrecht.

Ook wensen zij onderzoek naar de mogelijkheid van een becommentarieerde heruitgave van Hitlers politieke manifest. Nu kan daarvan enkel voor wetenschappelijk onderzoek kennis worden genomen. Door een dergelijke heruitgave zouden jongere generaties, zo denken Dittrich en De Graaf, kennis kunnen nemen van de gruwelijkheden die voortkomen uit Hitlers ideeën.

Mein Kampf is als boek natuurlijk geen unicum. Het Weense klimaat waaruit het boek voorkomt kenmerkte zich na het ineenstorten van de Donaumonarchie door een verregaande politieke en intellectuele desintegratie en de stad heeft meer bizarre voorbeelden van wereldvisies vol antisemitisme, vrouwenhaat, en gefrustreerde seksualiteit doen ontkiemen. De meeste hiervan zijn gewoon op de mestvaalt van de vergetelheid beland en zijn niet verboden.

Dat dit niet voor Hitlers boek geldt, heeft alles te maken met zijn latere rol op het wereldtoneel. Het boek wordt door velen nog steeds als explosief gezien en de verkoop brengt telkens weer de nodige ophef met zich mee. Zo vernietigde in 1987 de Hoge Raad een beschikking van de rechtbank in Maastricht, die van mening was dat de verkoop van de Nederlandse vertaling (Mijn Kamp) geen schending van artikel 137e opleverde. De rechtbank had bepaald dat de handelaar in kwestie geen politieke of discriminatoire motieven had en het boek niet op een provocerende of aanstootgevende wijze had aangeboden. De Hoge Raad vond echter dat voor strafbaarheid ook de kwaadaardigheid van het voorwerp (bijvoorbeeld een hakenkruisvlag) van belang was. De ideologische bedoelingen van de betrokkenen zijn niet doorslaggevend.

Toch blijkt het afdwingen van een verkoopverbod via het anti-discriminatieartikel in het Wetboek van Strafrecht een heikele zaak. In de eerste plaats verhoudt dit artikel zich slecht met artikel 7 van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting). Het echtpaar Goeree - dat zich beriep op vrijheid van godsdienst en meningsuiting - is in laatste instantie veroordeeld vanwege de in hun blad Evan verkondigde opvatting dat het lot van de joden in de oorlog aan hen zelf te wijten is, maar de vele gerechtelijke procedures die hiervoor nodig waren, maken duidelijk dat het natuurlijke spanningsveld tussen meningsvrijheid en discriminatieverbod niet altijd even makkelijk op te lossen valt.

De vraag is natuurlijk: waarom het ene geschrift wel en het andere niet? Céline (joden), Reve (Surinamers), Hermans (katholieken), Kellendonk (joden en homoseksuelen) zijn slechts een paar voorbeelden van auteurs van wie sommige uitlatingen volledig beantwoorden aan de delictsomschrijving van artikel 137e. Verbieden dus? Mij lijkt van niet. Hun geschriften zijn literair zo waardevol dat verbieden op grond van enkele passages nooit gerechtvaardigd kan zijn. Maar ook voor werk zonder grote literaire waarde zou een verbod niet aan de orde moeten zijn. De meningsvrijheid is een groot goed.

Een heruitgave in de zin van een nieuwe vertaling waarover nu wordt gedacht, lijkt te stranden op de rechthebbende. De auteursrechten berusten bij de deelstaat Beieren waaraan na de oorlog de gehele boedel van de NSDAP, en ook het copyright op Mein Kampf, toeviel. Beieren gebruikt deze rechten om de verspreiding en openbaarmaking van de tekst tegen te gaan. Pas in april 2015 (70 jaar na de dood van Hitler) zal Beieren deze bevoegdheid verliezen. Dan zal Mein Kampf tot het publieke domein behoren en mag in beginsel ieder het boek uitgeven en verspreiden. Het auteursrechtelijke wapen tegen verbreiding van discriminatoir gedachtengoed is dan uitgeput.

De Staat der Nederlanden is na de Tweede Wereldoorlog door confiscatie eigenaar geworden van de rechten op de bestaande Nederlandse vertaling. Daarom kan wel worden overwogen een facsimile-uitgave of een ongewijzigde heruitgave van de Nederlandse versie uit te brengen. Ik ben niet tegen.

Bij een becommentarieerde heruitgave, waarover nu in Kamervragen wordt gesproken, kan men zich afvragen wie op een dergelijke voorlichting en waarschuwing zit te wachten. Aangezien Hitler (helaas) geen inconsistentie tussen denken en handelen kan worden verweten, vormen twaalf jaar Derde Rijk een meer dan afdoende commentaar bij zijn politieke manifest.