Levensrechtspraak

Onvrijwillige euthanasie komt in Nederland op grote schaal voor, meestal in verhulde vorm. Steeds meer artsen en directeuren van bejaardentehuizen menen het recht te hebben om de levens van comapatiënten, invalide baby's, dementerende bejaarden, enzovoorts te beëindigen door middel van het opzettelijk nalaten van elementaire zorg.

De zeer ingrijpende beslissing om een medemens het leven te ontnemen dient met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te worden genomen. Of deze zorgvuldigheid tegenwoordig in alle gevallen wordt betracht kan ernstig betwijfeld worden.

Ik bepleit de instelling van een Levenskamer bij de arrondissementsrechtbanken, met twee levensrechters waarvan de ene juridisch en de ander medisch geschoold is. In een openbaar proces beoordelen de levensrechters verzoeken tot levensbeëindiging of tot staking van medische behandeling betreffende patiënten die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Deze juridische aanpak maakt het mogelijk om de belangen van de onmondige, weerloze patiënt te laten verdedigen door een deskundig advocaat, wiens wettelijk voorgeschreven axioma luidt: mijn cliënt wenst in leven te blijven. De levensadvocaat zal bijvoorbeeld met voorbeelden komen van comapatiënten die toch weer beter werden, om de levensrechters ervan te overtuigen dat de behandeling van zijn cliënt moet worden voortgezet. De 'aanklagende' partij (artsen, families, directies van verpleeghuizen, enzovoorts) moet zijn belangen ook door een advocaat kunnen laten bepleiten. Juridische problemen betreffende vrijwillige euthanasie dienen ook door de levensrechters behandeld te worden.