Kunstmatig eten en drinken; In één jaar zeven klachten bij inspectie

DEN HAAG, 30 SEPT. Jaarlijks krijgt de Inspectie voor de Gezondheidszorg zo'n zeven klachten over het beleid van artsen en verpleegkundigen bij het kunstmatig toedienen van vocht en voedsel.

Soms betreft het bezwaren tegen het beëindigen van de toediening, in andere gevallen klaagden familieleden juist over voortzetting van de behandeling. Tot dusver is in geen van de gevallen sprake geweest van 'onverantwoord medisch handelen'. Aanleiding tot die klachten blijken meestal problemen in de communicatie tussen de behandelaars en familieleden te zijn.

Dit hebben de ministers Borst (Volksgezondheid) en Sorgdrager Justitie) geantwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

Het CDA stelde die vragen naar aanleiding van publiciteit over het stervensbeleid in de verpleeghuizen 't Blauwbörgje in Groningen en De Weerde in Eindhoven. Justitie zag in het geval van 't Blauwbörgje geen aanleiding tot vervolging, omdat de man om wie het ging, een 62-jarige Alzheimer-patiënt, de normale verzorging had gehad. In Eindhoven ging het om een 81-jarige vrouw uit een verpleeghuis die na overbrenging naar een ziekenhuis overleed aan ernstige uitdrogingsverschijnselen. In beide gevallen is uit onderzoek door de Inspectie en politie niets gebleken van onverantwoord handelen.

De Inspectie doet nog onderzoek naar meldingen van ongewenst handelen die na de eerste publiciteit over de gang van zaken bij 't Blauwbörgje in de media verschenen. Naar verwachting zal dit onderzoek, waarbij ook justitie is betrokken, binnenkort worden afgerond.

Onderzoek naar het aanbod aan zorg voor stervenden leert dat er in de ziekenhuizen en verpleeghuizen veel deskundigheid is op het gebied van de palliatieve zorg, verzorging gericht op verlichting van pijn en lijden. Dit blijkt uit de resultaten die het Instituut Nivel zaterdag publiceerde. Wel is deze zorg erg versnipperd over de afdelingen en vaak zijn er ook nog vrijwilligers bij betrokken. Dit maakt de zorg in principe goed toegankelijk voor de patiënt, maar het leidt er ook toe dat hulpverleners vaak langs elkaar heenwerken, zo wordt geconstateerd.

Het aanwijzen van een coördinator die de zorg van het begin tot het einde begeleidt, kan dit voorkomen. Ook helpt het als er behandelprotocollen worden opgesteld, aldus het Nivel.

Uit het onderzoek blijkt dat er in Nederland op 35 plaatsen, waarvan 28 in ziekenhuizen en verpleeghuizen, voorzieningen zijn die zich exclusief op palliatieve zorg richten. Er zijn zes 'hospices' en er is één tehuis voor kinderen in de terminale fase.