Jonge agent 'voelt buurt rond Wallen niet meer aan'

Het Amsterdamse bureau Warmoesstraat is in opspraak geraakt door de dood van een 48-jarige man. Junks en daklozen vinden dat politie veel te hard optreedt. “Er zitten figuren tussen die je zo tegen een muur gooien.”

AMSTERDAM, 30 SEPT. Margot, een Antilliaanse vrouw van een jaar of vijftig met twee staartjes, hangt uit het raam van het Leger des Heils aan de Oudezijds Voorburgwal. Ze wil wel even naar beneden komen om over de politie van Bureau Warmoesstraat te vertellen. “Tjee man, die politie pakt ons hier echt hard aan, man. Laatst nog zat ik gewoon op een bankje, toen een agent zei dat ik moest oprotten en me hard wegtrok. Ik had wel dood kunnen zijn.” Margot is geen zwerver, zegt ze. “Ik woon hier bij het Leger des Onheils.”

De daklozen en junks die door de Warmoesstraat, de Zeedijk en over de Wallen zwerven zijn weinig lovend over de agenten van Bureau Warmoesstraat. Daar kwam vorige week de 48-jarige A. van Driel om het leven nadat hij hardhandig het bureau was uitgezet. “Er zitten figuren tussen die je zo tegen een muur gooien”, zegt een man in een geel trainingspak.

Bureau Warmoesstraat wordt geconfronteerd met veel problemen. Honderden zwervers, junks en dealers houden zich op in het Wallengebied en zorgen voor veel overlast. Er zijn ruzies, er wordt in drugs gedeald, zwervers slapen er op straat, toevallige passanten worden lastiggevallen. “Wij zijn in de Warmoesstraat de zorgdragers in de eerste lijn”, zegt F. Kruijer, voorzitter van de Amsterdam Politie Vakorganisatie en twaalf jaar werkzaam geweest op het bureau. De dood van Van Driel noemt hij een “incident dat niets zegt over de werkelijkheid”. Agenten van Bureau Warmoesstraat weten volgens hem als geen ander hoe je met junks en daklozen moet omgaan.

Voor de dood van Van Driel wees het Klachtenburo Politieoptreden dat bestaat uit vrijwilligers, de korpsleiding op een verontrustend aantal geweldsincidenten van Bureau Warmoesstraat. Coördinator M. Ramdhani heeft zich geërgerd aan de eenzijdige berichtgeving van de politie over de dood van Van Driel. “Ze wijzen alleen maar op de gebrekkige hulpverlening in de buurt, maar men wist van onze klachten over gewelddadig politieoptreden. Daarover had de politie meteen opening van zaken moeten geven.”

Van alle politiebureaus in de hoofdstad krijgt Bureau Warmoesstraat de meeste klachten van burgers, zo blijkt uit de jaarverslagen van de Commissie voor de Politieklachten, een onafhankelijk door de gemeente benoemde instantie. Wel is het aantal klachten in 1996 gedaald, in overeenstemming met de afgenomen criminaliteit. In 1994 en 1995 werd door 84 mensen geklaagd, in 1996 door 48. De klachten variëren van geweld jegens burgers tot mensen die zich opwinden over een parkeerboete.

Bij de Oude Kerk staat bij de ramen met prostituees een forse blonde vrouw met zwart gekleurde wenkbrauwen. “Iedereen kent me hier als Tante Mien”, zegt ze. “De politie zou juist wat harder moeten optreden tegen die vervelende Engelse toeristen, niet tegen junks en daklozen. Dat zijn toch stakkers.”

Bewoner H. Michielsen, secretaris van buurtcomité D'Oude Binnenstad, weet uit geregeld overleg met de politie dat bij Bureau Warmoesstraat dit jaar veel ervaren mensen zijn weggegaan. “Als een jonge agent op straat vraagt waar de Geldersekade is, dan wordt hij natuurlijk niet erg serieus genomen.” Door een nieuw intekenrooster, waarmee agenten flexibeler hun diensten kunnen bepalen, zijn er volgens hem nachten dat Bureau Warmoesstraat onderbezet is.

Een politiewoordvoerder ontkent dat. De nieuwe roosters zijn juist ingegaan, zegt hij, om meer agenten 's avonds en 's nachts in te kunnen zetten. Wel klopt het volgens hem dat de buurt opnieuw kampt met veel overlast. De politie heeft de laatste tijd de aandacht met de actie Blue Wave op het Centraal Station gericht: zwervers en rondhangende junks worden er met harde hand verwijderd. “En dan verplaatst de overlast zich naar de Wallen.”

Buurtbewoner H. Michielsen mist bij de huidige generatie agenten betrokkenheid. Betrokkenheid vooral met buurt en binnenstadbewoner. “Ze zien de buurt als één groot pretpark en begrijpen niet dat wij te maken hebben met overlast. Ze zeggen: 'Dan moet je maar niet in de binnenstad gaan wonen'.” Hij vermoedt dat veel agenten gefrustreerd zijn over het feit dat er zo weinig te doen is aan alle problemen. Wellicht dat ze daardoor weleens geïrriteerd reageren op lastige zwervers.

In de Warmoesstraat zelf zijn de meningen over het bureau verdeeld. De eigenaar van een Argentijns restaurant, pal tegenover het bureau, vindt dat de politie “absoluut te hard optreedt tegen die arme mensen”. Even verderop zegt de ober van een Spaans restaurant dat de junks juist agressief zijn en de politie niet. “Laatst zag ik dat een junk een blikje bier tegen de ramen gooide. De agenten binnen reageerden totaal niet.”