'Ik ben God niet, ik doe nog dezelfde dingen als vroeger'

Giancarlo Fisichella (24) geldt dit jaar als een van de beste coureurs in de Formule I. Met pijn in het hart verruilt hij Jordan voor Benetton. 'Het succes heeft me niet veranderd.'

NÜRBURG, 30 SEPT. Giancarlo Fisichella wordt in staat geacht om de eerste Italiaanse wereldkampioen Formule I te worden sinds de legendarische Alberto Ascari. De coureur uit Rome met de gouden armkettinkjes tekent ervoor. Bij voorkeur net als Ascari in 1952 en 1953 in een Ferrari, de fabrikant waarvoor 'Fisico' twee jaar geleden testwerk deed als mogelijke teamgenoot van Michael Schumacher. “Voor Italiaanse coureurs is Ferrari iets fantastisch, voor elke coureur. Maar het is te vroeg om daar iets zinnigs over te zeggen. Ik geef nu nog twee races alles wat ik heb voor Jordan, vooral het circuit van Suzuka ligt me wel, en volgend jaar probeer ik mijn doel te bereiken bij Benetton.”

Na een half seizoen bij Minardi verwierf Fisichella dit jaar de eretitel van topcoureur. Voor ploeggenoot Ralf Schumacher is slechts een plaats in zijn schaduw weggelegd. Twee keer stond Fisichella op het podium en daarmee bereikte hij het doel dat hij zichzelf voor 1997 had gesteld. Bij de Grand Prix van Canada werd hij derde, bij de GP van België leverde de Italiaan met een tweede plaats achter Michael Schumacher zijn beste prestatie.

Fisichella wordt geroemd als de kampioen van de toekomst. “Ik hoop dat ik dat kan waarmaken. Ik werk er hard aan om een succesvolle coureur te zijn en uiteindelijk wereldkampioen te worden. Il mondiale, eerst bij Benetton en dan bij Ferrari.” Fisichella en zijn manager Gianpaolo Matteucci, die als tolk optreedt, lachen om deze grootspraak met een knipoog.

Zondag, tijdens de GP van Luxemburg, verliep Fisichella's race rampzalig. In de eerste bocht op de Nürburgring, waar de Italiaan vorig jaar voor het eerst een FI-race uitreed, botste hij met Ralf Schumacher, die op zijn beurt broer Michael raakte. De twee Jordans en de Ferrari vielen uit.

De basis voor zijn carrière als Formule I-coureur legde Fisichella zoals meer van zijn collega's in het karten. “Ik was achtenhalf jaar toen ik daarmee begon” zegt hij. “Mijn vader heeft me besmet met de passie voor de sport. Op een dag nam hij me mee naar de Pista d'Oro in Rome en daar zag ik kleine kinderen karten. Dat wilde ik ook.”

Op het terras van het Jordan-team in de paddock van de Nürburgring houdt een Italiaanse fan twee kleurenfoto's van Fisichella onder zijn neus. Hij signeert ze geduldig. Fisichella is van betrekkelijk eenvoudige komaf. Zijn vader is garagehouder in Rome, met als specialiteit Fiat en Lancia. De jongste uit een gezin met drie kinderen had geen zakken lires nodig om door te dringen tot de Formule I. Zijn kwaliteiten als coureur waren voldoende.

Nadat Fisichella in 1994 Italiaans Formule 3-kampioen was geworden en de F3-races in Monaco had gewonnen, trok Minardi hem in 1995 aan als testrijder. Voor de openingsrace van vorig seizoen, in Australië, werd Fisichella door Minardi ingezet als vervanger van Tarso Marques. Niet zozeer in zijn acht races in de langzame Minardi-Ford maar in testsessies voor Benetton liet Fisichella zien dat hij een snelle jongen is, een koele coureur. In december 1996 legde Benetton-teambaas Flavio Briatore hem voor vier jaar bij Benetton vast, met het laatste jaar als optie. “Het was de enige aanbieding die we hadden”, zegt manager Matteucci.

Toen Eddie Jordan wereldkampioen Damon Hill nog niet kon vastleggen voor dit seizoen, leende hij Fisichella van Benetton. Briatore, die zondag afscheid nam van de Formule I, eiste hem voor 1998 weer op. Via de rechter probeerde Jordan zijn oogappel nog één seizoen aan zich te binden, maar aan het contract viel niet te tornen. Bij Benetton volgen Fisichella en de Oostenrijker Alexander Wurz de vedetten Jean Alesi en Gerhard Berger op.

Fisichella had graag bij Jordan willen blijven, omdat het team goed draait. Bij Jordan is het met name race-ingenieur Andy Tilley (ex-Benetton) die Fisichella's vertrek betreurt. “Hij is een heel aardige jongen, ook erg populair bij de mecaniciens. Hij staat ook met beide benen op de grond, is niet verpest door het succes. Het is jammer dat hij naar Benetton gaat: het lijkt er dit jaar op dat ze daar de weg een beetje kwijt zijn. Maar geef hem een goeie auto en hij wordt met gemak wereldkampioen.”

Fisichella: “Ik ben erg goed opgenomen bij Jordan. Ik voel me hier erg prettig en we zijn bezig aan een erg goed jaar. Maar het is nou eenmaal het lot van een coureur in de Formule I dat hij soms van team moet veranderen. Dat vind ik jammer, maar anderzijds ga ik wel naar een team dat twee jaar geleden de constructeurstitel won en waar Michael Schumacher twee keer wereldkampioen werd. Ik ben er van overtuigd dat het daar goed zal gaan.”

“Het succes heeft me niet veranderd”, zegt Fisichella. Zijn omgeving veranderde wel. Vrienden durfden hem niet meer te bellen toen hij Formule I-coureur werd, uit angst dat ze hem lastig zouden vallen. “Opeens beschouwen ze je als God. Maar ik ben nog dezelfde Giancarlo en ik doe dezelfde dingen als voorheen.” Manager Matteucci bevestigt dat: “Als hij niet racet, is het een heel normale, eenvoudige jongen die bijvoorbeeld graag een balletje trapt.” Fisichella's hobby's: skiën, vissen, tennis en bovenal voetbal. Zijn favoriete positie op het veld, naar analogie van zijn rol op de racebaan: aanvaller. “Het enige wat ik jammer vind”, mijmert Fisichella, “is dat ik nu mijn familie en vrienden niet zo vaak meer zie.”