Egyptische pachters maken zich zorgen over de toekomst

In Egypte wordt morgen de nieuwe Landwet van kracht, die de tientallen jaren kunstmatig laag gehouden pacht voor het eerst aanzienlijk verhoogt. De autoriteiten hebben op het platteland scherpe veiligheidsmaatregelen getroffen, maar een 'Revolutie van pachters' zit er niet in.

BESHOUR, 30 SEPT. “De nieuwe Landwet is goed voor landeigenaars, niet voor boeren als ik, die land pachten.” Morgen wordt de antiquarische pachtovereenkomst die de Egyptische boer Rashad Abul Ghani (59) met de landeigenaar had, omgezet in een nieuw contract. Dat betekent dat hij driemaal zoveel moet betalen voor de halve hectare grond waarop hij al veertig jaar maïs en aubergines verbouwt. Tot nog toe betaalde hij 300 gulden per jaar. Aan de oogst, die hij in het dorp verkoopt, hield hij 600 gulden over - precies het bedrag dat hij nu aan extra pacht gaat betalen.

Rashad hurkt op het erf voor zijn lemen huis bij Beshour, een dorp in de vruchtbare Nijldelta ten noorden van Kairo. Vanonder zijn tulband tuurt hij over het kleurrijke patchwork van lapjes landbouwgrond. Hij maakt zich zorgen over zijn toekomst, over zijn acht kinderen. Hij niet alleen. Een miljoen Egyptenaren zijn pachters, nog eens vijf miljoen zijn van hen afhankelijk. Dat betekent dat de nieuwe Landwet voor een tiende van de bevolking onplezierige financiële gevolgen heeft. Afgelopen zomer kwam het in sommige dorpen tot vechtpartijen tussen pachters en eigenaars. Er vielen zestien doden en 61 gewonden. Volgens een zegsman “zijn alle pachters bewapend”.

Of het morgen tot een 'Revolutie van Pachters' zal komen, zoals sommigen voorspellen, is echter de vraag. In Beshour is het rustig. Ook in veel andere dorpen proberen de betrokkenen al pratend nieuwe pachtcontracten te sluiten. Want het probleem is niet zo zwart-wit als het lijkt. Het cliché van de 'rijke eigenaar' versus de 'arme pachter' gaat hier niet op. Egyptische landeigenaars zijn gemiddeld niet rijker dan pachters - sommigen zijn zelfs armer. Een derde van de eigenaars is bovendien ook pachter op andermans land, omdat ze van de pachtopbrengst van hun eigen land niet konden leven. “De oude Landwet was onrechtvaardig voor eigenaars, door de lage pacht”, beaamt Rashad. “Ik pacht van mijn neef. Bij God, ik hield er meer aan over dan hij.” Maar, zegt hij, en jaagt een kalkoen weg die zich bij de koe in zijn enige kamer wil voegen, “dat is geen reden om ons pachters nu plotseling van ons bestaan te beroven. Waren we maar verenigd, zoals de arbeiders, dan hadden we met z'n allen een vuist kunnen maken voor een voorzichtiger pachtstijging!”

De oude Landwet was een product van de Revolutie van 1952. De socialistische leider Gamal Abdel Nasser wilde een eind maken aan de heersende feodale verhoudingen. Hij liet het land van grootgrondbezitters verdelen onder de armen. Velen kregen een klein lapje. De pacht werd bevroren. Eigenaars konden pachters niet van het land zetten. Het pachtcontract ging vanzelf over van vader op zoon. Wie zijn land wilde verkopen, moest de helft van de opbrengst met de pachter delen. Hetzelfde gold voor huishuren. Er zijn vermogende Kairenen die sinds de Nasser-tijd voor zes gulden per maand een monumentaal huis in het centrum huren, en huisbezitters die verpauperen omdat ze de huur niet kunnen verhogen. Sociale gerechtigheid is in Egypte een puzzel van warrige arrangementen.

“Destijds”, zegt Mohamed al-Sayed Said van het Al-Ahram Center for Political and Strategic Studies in Kairo, “was Nassers wet nodig. Veel landen namen haar zelfs over. Nu is zij bijna een maatschappelijke misdaad geworden.” 85 procent van de eigenaars bezit maar zo'n twee hectare land. In de erfenis wordt dat versnipperd tussen de zoons. Zij hebben geringe inkomsten, kunnen niet investeren in machines of nieuwe technieken. Velen planten alleen gewassen waar in het dorp vraag naar is. Weinigen durven iets te verbouwen voor de export - te veel risico. Percelen liggen braak omdat de eigenaar ze niet aan een boer wil verpachten. De oogst is ver onder de maat. Het landbouw-handelstekort van Egypte bedraagt mede daardoor nu vijf miljard gulden.

Nabil Abul Ghani, een neef van Rashad, bezat een halve hectare in Beshour. Hij kon er niet van leven en vertrok naar Kairo, waar hij een baantje bij het leger vond. Nabil (42) verpachtte het land aan een andere neef. Maar toen zijn zoon een paar jaar geleden ziek werd, had hij geld nodig voor het ziekenhuis. Hij verkocht zijn landje aan de pachter. Onder normale omstandigheden zou die verkoop hem veel geld opleveren. Slechts vier procent van Egypte is vruchtbare grond, de rest is woestijn. Maar door de protectie die pachters genoten, hield Nabil maar 2.000 gulden aan de koop over.

De paar grote landbouwbedrijven in Egypte zijn niet zelden in handen van pachters, die goedkoop land pachtten van wegtrekkende eigenaars als Nabil, en samenvoegden tot een conglomeraat. In Beshour is er ook een, van een zakenman uit de stad. Hij bouwde een pompeus huis in de maïsvelden. Er lopen renpaarden rond; de nouveau riches uit Kairo houden er in het weekend feesten. Rashad zegt: “Ze hebben geen binding met het land, zoals wij.”

Vijf jaar geleden kondigde de regering, die bezig is van Egypte een vrije-markteconomie te maken, een nieuwe Landwet af: Wet 96. Oude contracten vervallen. Eigenaars kunnen dan pachters van het land zetten, of de grond voor een 'normaal' bedrag aan hen verkopen. De pacht wordt aangepast aan de marktprijs. Contracten kunnen worden opgezegd. Als de eigenaar zijn land wil verkopen, is de opbrengst helemaal voor hem. Om eigenaars en pachters tijd te geven om nieuwe contracten te sluiten, bepaalde de regering dat Wet 96 pas op 1 oktober 1997 van kracht zou worden.

Volgens het ministerie van Landbouw heeft 95 procent van de betrokkenen in de vijfjarige 'gewenningsperiode' een oplossing gevonden. De pachters die nu in opstand komen zijn volgens de regering opgejut door fundamentalistische Moslimbroeders en 'linkse elementen'. Maar de leider van de Moslimbroederschap, Mamoun Hodeibi, laat weten: “Wij zijn geen communisten! De shari'a (het islamitisch recht) moedigt landbezit aan.” Het probleem is volgens hem simpel: “Pachters willen het land voor niets blijven huren.”

De linkse en nasseristische oppositiepartijen kiezen geen partij. Ze geven toe dat zij de sociale onzekerheid rond de Landwet graag in hun voordeel hadden uitgebuit, om eindelijk weer politiek cachet te krijgen. Toen sommige linkse politici het land opgingen om verhalen van boeren te horen, werden ze gearresteerd. Vier van hen zitten nog vast. Zij dienen als zondebok. Want omdat het conflict tussen pachters en eigenaren er een is tussen twee overwegend arme groeperingen met een onduidelijk sociaal profiel, weten zelfs de linkse politici niet welke kant ze moeten kiezen. En ondanks hun gelijkheidsbeginselen zijn zij, zoals Mohamed al-Sayed Said fijntjes opmerkt, “haast allen landbezitters”.

In Bashour hebben ze de afgelopen zomer geen politicus gezien. Volgens een Westerse ontwikkelingswerker in de Fayoum, een agrarisch gebied ten zuiden van Kairo dat berucht is om de stijfkoppen die er wonen, is ook daar van politieke activiteit geen sprake. “Er zijn schietpartijen hier”, zegt hij. “Maar dat zijn familievetes, afrekeningen. Soms trekt het ene dorp, pachters èn eigenaars, naar het volgende dorp om ze mores te leren.”

Dat de Landwet in sommige dorpen tot vechtpartijen leidde, is volgens velen vooral te wijten aan een gebrek aan medeleven van de regering. Pachters raken in paniek, omdat ze geen oplossing zien voor hun acute financiële problemen. Al-Sayed Said vindt dat de regering pachters langlopende kredieten moet verstrekken om de hogere pacht te kunnen betalen, of het land te kopen. Na het eerste oproer in juni beloofde de regering dat pachters die van hun land worden gezet, grond krijgen in Toshka. Dat is een stuk woestijn in Zuid-Egypte, waarvan de overheid landbouwgrond aan het maken is. Maar Toshka is nog lang niet klaar. Ook heeft de regering een fonds opgezet van 50 miljoen gulden, maar alleen voor pachters die hun land van de eigenaars willen kopen. Rashad Abul Ghani heeft ervan gehoord. “Je moet die lening in zeven jaar afbetalen”, weet hij. “Dan heb ik 6.000 gulden per jaar extra nodig. Onmogelijk.”

Hoe hij de extra pacht gaat betalen, weet hij nog niet. “Mijn meubels verkopen!” zegt hij sarcastisch. In zijn huisje staan geen meubels, alleen de koe en wat matrassen om op te slapen. “Och”, zegt zijn neef Mahmoud, die vanuit het naburige huis komt aanlopen, “dan werk je toch af en toe voor mij.” Mahmoud is eigenaar. Hij verpacht de helft van zijn land. Van de extra pachtopbrengst, oppert hij, kan hij Rashad vanaf 1 oktober soms als dagloner inhuren. Het is niet ideaal. Dagloner worden is een belediging voor een trotse boer. En niet iedere pachter heeft een familie-vangnet tot zijn beschikking. Maar dit tafereel tussen de twee neven in Beshour kan wel als verklaring dienen voor het feit dat de regering gedupeerde pachters nauwelijks tegemoetkomt. Net als veel andere Egyptenaren blijft zij erop vertrouwen dat dit een van de vele redenen is dat de 'Revolutie van Pachters' uitblijft.