De opkomst van boekproductiebureaus; Het maakt niet uit of de auteur kan schrijven

Ook uitgeverijen zijn de laatste jaren veel werk gaan uitbesteden. Mogelijkerwijs tien procent van de jaarlijks uitkomende titels wordt nu door boekproductiebureaus gemaakt. Ze werken met louter freelancers, en zo goedkoop dat 'het begrip ramsjboek een andere inhoud heeft gekregen'.

'De bureauredacteur sterft uit bij de uitgever', zegt Gerard Harmans van De Redactie. Ga maar na. Uitgeverij van Reemst, jaarlijks goed voor zo'n honderd titels, waaronder de Nederlandse uitgave van de Rough Guide en Capitool Reisgidsen, telt één redacteur. Uitgeverijen als Librero en Rebo hebben zelfs geen enkele redacteur op de loonlijst staan. Het zijn boek- en tekstproductiebureaus als dat van Harmans die met name in de non-fictiesector een groot deel van het pure redactiewerk hebben overgenomen. Zij regelen vertalingen, zoeken auteurs en fotografen bij elkaar en verzorgen de eindredactie.

De ontwikkeling wordt door genoeg mensen in de uitgeverswereld bevestigd om veilig aan te kunnen nemen dat er sprake is van een wezenlijke verandering. Maar het blijkt lastig te zijn om harde getallen boven water te krijgen. De Stichting Speurwerk betreffende het Boek heeft geen idee hoeveel boekproductiebureaus er zijn, laat staan welk deel van de jaarlijkse uitgaven zij voor hun rekening nemen. Navraag in het 'wereldje' levert twee bedrijven op die het vaakst worden genoemd: de Redactie in Amsterdam en TextCase in Groningen. Dit tweetal is naar eigen zeggen samen goed voor vierhonderd nieuwe titels per jaar. “Tien procent van alle nieuwe titels”, gokt Harmans. Die schatting zou kunnen kloppen, als je je beperkt tot nieuwe uitgaven van reisgidsen en kunst-, kinder-, kook-, planten- en dierenboeken, de terreinen waarop De Redactie en TextCase het meest actief zijn. De Gids Informatiesector (1995-1996) meldt dat in 1993, het laatst gemeten jaar, in de genoemde categorieën zo'n drieduizend nieuwe titels zijn verschenen.

Het langzaamaan verdwijnen van de bureauredacteur is een ontwikkeling die zich de afgelopen tien tot vijftien jaar heeft voltrokken. Harmans (44) heeft het van nabij meegemaakt. Als afgestudeerd filosoof werkte hij bij Het Spectrum mee aan encyclopedieën. “De redactie was een waterhoofd”, zegt hij. “Ruim vijftig redacteuren met flinke salarissen die er geen enkel belang bij hadden dat het werk afkwam. Van planning was dan ook nauwelijks sprake.”

Aan deze gouden tijden moest wel een einde komen, constateert hij vol begrip. Bij Het Spectrum, waar nu nog twaalf redacteuren werken, maar ook bij andere uitgeverijen ging het mes in de redacties. Om de overheadkosten in de hand te houden worden sindsdien de meeste werkzaamheden uitbesteed. Afhankelijk van het project (een enkel boek of een hele serie) wordt het werk uitbesteed aan een aparte vertaler, een aparte opmaker en een aparte redacteur of aan boek- en tekstproductiebureaus, die meerdere diensten tegelijk aanbieden. In beide gevallen geldt dat uitgeverijen niet meer voor dure verrassingen komen te staan: het werk is op tijd klaar en tegen een van te voren afgesproken prijs.

“Drieduizend gulden”, noemt Gerda Leegsma (46), eigenaresse van TextCase, als het bedrag dat ze vijftien jaar geleden kreeg voor haar 'eerste boek'. Uitgeverij Rebo wilde de Nederlandse editie van de sprookjes van Andersen weer op de markt brengen. Die stamde uit 1943 en moest daarom in een nieuwe spelling worden overgezet. “Ik heb ze er toen ook op gewezen dat het beter was als ze in één moeite door het 'tijdgebonden' voorwoord van een Duitse hoogleraar zouden vervangen.”

Anders dan Harmans heeft Leegsma geen uitgeverij-achtergrond. Na haar studie Nederlands ging ze lesgeven, maar dat bleek uiteindelijk toch niet haar levensvervulling te zijn. Dol als ze was op het zetten van punten en komma's - “ik werk zestig uur per week, maar ik maak nog steeds tijd vrij voor redactiewerk” - zocht en vond ze werk in die richting. Als eigen baas, wat voor sommigen uit haar linkse Groningse verleden gelijk stond met verraad aan de goede zaak.

Het begon via via en zo gaat het nog steeds: de werving van opdrachtgevers loopt langs informele wegen. “Ik heb ooit een brochure laten maken, maar ik ben er niet rouwig om dat die verloren is gegaan, toen een kelder onderliep. Al was het maar vanwege die foto van mij met een 'fout' permanentje.”

In vijftien jaar is TextCase uitgegroeid tot een bedrijf met een omzet van twee miljoen gulden en een productie van driehonderd titels. De naam kom je tegen in het colofon van allerhande boeken: de fraai geïllustreerde kunstboeken van de Duitse uitgever Benedikt Tasschen, Kluwer-managementhandboeken als De ongeschreven regels van het spel, het schaakboek 5000 Moves van Laszlo Polgar, kookboeken en de 365-verhaaltjes kinderboeken. Allemaal het werk van zo'n zeventig freelance vertalers, fotografen, illustratoren en auteurs en veertien mensen in vaste dienst. “Ieder jaar neem ik iemand extra aan”, zegt Leegsma. “Alleen vrouwen, want zij kunnen beter redigeren dan mannen en ze hebben niet de ambitie om de tent over te nemen.” Ze haalt haar vrouwen uit de ruime vijver van net afgestudeerde academici en adverteert bewust alleen in het Nieuwsblad van het Noorden. “Ik wil niet dat iemand zijn hele leven overhoop gooit door vanuit Middelburg naar Groningen te verhuizen. Want als iemand niet bevalt stuur ik hem na twee maanden zo weg.”

Bestond het werk de eerste jaren voornamelijk uit boeken vertalen, tegenwoordig wordt de helft van de productie ingenomen door de opzet en ontwikkeling van nieuwe boeken. “Voor Rebo zijn we bezig met een serie dieren- en plantenencyclopedieën”, zegt Leegsma. “Wij leveren in onderling overleg de onderwerpen en zoeken een passende auteur met kennis van zaken. Het maakt niet uit of hij kan schrijven - daar zijn wij voor.” De encyclopedie telt voorlopig tien delen; zeker nog twintig meer staan op stapel. Want de serie is een succes. “Als een boek van Margriet de Moor naar Amerika wordt verkocht, staat het in de krant. Deze serie wordt wereldwijd verkocht, tot in Rusland en China. Maar daar hoor je nooit wat over”, kan Leegsma niet laten om op te merken.

De Rebo-encyclopedie kost 14,95 gulden per deel. Ook andere door TextCase geproduceerde boeken liggen voor een lage prijs in de boekhandel. Voor nog geen tien gulden kan je je laten inwijden in de geheimen van de Nuevo Cubano-keuken. En wie slechts enkele tientjes neertelt is in het bezit van een vuistdik boek met 'de beste foto's uit de negentiende eeuw'. “Het begrip ramsjboek heeft een andere inhoud gekregen”, zegt Leegsma. “Voor een dumpprijs koop je nu een geheel nieuw boek.”

Een en ander wordt mogelijk gemaakt door het recente verschijnsel coproductie, aldus Leegsma. Een uitgever die de prijs van zijn boeken extra laag wil houden, doet dat door grote aantallen tegelijk te laten drukken. Dus geen oplagen van vijfduizend, maar meteen het tienvoudige. Dat kan als de uitgever de vertaalrechten in eigen hand houdt en ervoor zorgt dat tegelijk met de productie van het origineel de vertalingen worden gemaakt. “We werken dan twee passen achter de auteur aan”, zegt Leegsma. De boeken worden ook zo opgezet dat de opmaak hetzelfde kan blijven en dat bij de drukker alleen de tekstfilms verwisseld hoeven te worden. Dat houdt wel in dat de encyclopedieën niet alfabetisch maar thematisch opgezet moeten worden. Anders zou per taal de opmaak veranderd moeten worden.

De aldus geproduceerde boeken mogen goedkoop zijn, maar hoe zit het met de kwaliteit van de inhoud? Culinair journalist Johannes van Dam kraakt bijvoorbeeld stelselmatig door TextCase geproduceerde vertalingen van kookboeken af. Leegsma reageert er laconiek op: “Ik moet het eerste boek zonder fouten nog tegenkomen. Verder selecteren we onze vertalers met zorg. Ieder heeft zijn specialismen. Zo worden onze kookboeken onder anderen vertaald door iemand van de koksschool.”

Leegsma betaalt haar vertalers zeseneenhalve tot twaalf cent per woord. Doorgaans dus minder dan het officiële tarief van de Nederlandse Vereniging van Letterkundigen. “Anders zou het niet te doen zijn. Bovendien, als ze willen, hou ik mijn vertalers wel het hele jaar aan het werk. Ze zijn geen tijd kwijt met nieuw werk werven.” Harmans, die ongeveer dezelfde tarieven hanteert, kent ook geen gewetensnood. “Het maandloon van vertalers hangt vooral af van hoe hard ze werken. Wie veel wil verdienen kan zeven dagen per week werken.”

De eigen verdiensten zijn de laatste jaren stabiel gebleven. “De grote rek is er uit”, zegt Harmans. Zijn maatschap De Redactie bestond korte tijd uit tweeëntwintig personen, maar inmiddels zijn het vijftien 'maten' die voor een jaarlijkse omzet van één à anderhalf miljoen gulden zorgen. “De prijzen liggen vast.” Leegsma kan het beamen. “Ik groei nog wel, omdat mijn opdrachtgevers nog steeds groeien. Maar mijn winstmarge blijft gelijk. Het blijft een gevecht.” Tussen De Redactie en TextCase bestaat geen strijd, zegt Harmans. “We zijn geen concurrenten van elkaar.” Hoewel, één keer wel, herinnert hij zich. “We zijn ooit de Marco Polo-reisgids aan TextCase kwijtgeraakt, omdat ze goedkoper waren. Maar na tien deeltjes was de uitgever weer terug bij ons.” Leegsma: “Omdat wij niet verder wilden met die uitgever. Laten we zeggen vanwege een botsing van bedrijfsculturen.”