CDA-voorzitter Helgers over zijn kandidatenlijst: 'Het was een pijnlijk proces, maar het moest'

CDA-partijvoorzitter H. Helgers heeft zijn klus geklaard. Een gesprek met de architect van de vernieuwing. “Ik heb altijd de steun van de achterban gehad.”

DEN HAAG, 30 SEPT. “Hoezo verliezers?”, zegt hij fel en afwerend. “Ben je je nou een verliezer als je na achttien of twintig jaar weg moet uit de Kamer? Ik zie dat niet zo: ik heb tegen de mensen die weg moeten gezegd: 'jullie zijn goede Kamerleden geweest, jullie verdienen ons respect en onze waardering'.”

CDA-voorzitter H. Helgers is de ochtend na de vaststelling van de ontwerp-kandidatenlijst een tevreden man. Het CDA krijgt in de Kamer een nieuw gezicht en een intern proces van drie jaar is in zijn ogen succesvol afgerond. “Het CDA is definitief van gezicht veranderd”, stelt hij vast. De kritiek op zijn vernieuwingsoperatie was soms hevig, maar zelf vatte hij die niet persoonlijk op. “ Ik ben me steeds bewust geweest dat het een pijnlijk proces was, maar ook een proces dat moest. En ik heb altijd de steun van de achterban gehad.”

Hoe typeert u de nieuwe lijst: een stel jonge honden waar je goed oppositie mee kunt voeren?

“Een stel jonge honden is een eenzijdig beeld. Ik heb steeds gezegd: vernieuwing is niet alleen verjonging. We komen met jong talent; de jongste kandidaat is 24. Maar er staan ook twee kandidaten op die nu al 58 zijn: mensen met een brede maatschappelijke ervaring. En er komen bestuurders bij, geen mensen met Haagse ervaring, maar wel bestuurders die dicht bij de mensen staan.”

Waarom moet het CDA vernieuwen?

“In 1994 is het CDA een gewone politieke partij geworden. We zijn niet langer de enige regeringspartij waarom alles draait. De eigenschappen die wij vroeger hadden: goed bruggen kunnen bouwen en een bleek inhoudelijk politiek profiel om coalities te kunnen vormen, zijn niet meer bruikbaar. Op het moment dat je omgeving verandert, is je kracht een zwakte en moet je vernieuwen.”

Wat waren uw selectiecriteria?

“We hebben minder gekeken naar dossierkennis en zijn niet, zoals vroeger, allerlei lijsten met commissies langsgelopen, zo van: 'hebben we wel iemand uit het onderwijs, of hebben we iemand uit defensiekring?' We hebben nu meer gekeken naar de politieke attitude, de politieke antenne en de ideologische bevlogenheid van kandidaten. Je hoeft als Kamerlid niet alle deskundigheid al in huis te hebben; als je voldoende intellectuele bagage hebt, kun je genoeg bijleren.

“Wij waren er meesters in om bij een maatschappelijk probleem snel daar de ideologische angel uit te halen. We gooiden er een technocratisch sausje overheen en we noemden het christen-democratisch. Dat is heel belangrijk als je coalities moet vormen. Als je in de oppositie zit, werkt dat niet meer; dan moet je een maatschappelijk vraagstuk juist wel van een ideologische lading voorzien om stelling te kunnen nemen in het debat.”

Op de lijst staan veel bestuurders en weinig gewone mensen.

“Dat is niet waar. Nummer drie, Siem Buijs is huisarts. Gerda Verburg komt uit de vakbeweging, maar is voor zichzelf begonnen. Clemence Ross-van Dorp werkt voor een Europarlementariër, maar is daarnaast ook moeder van vier dochters”

Wat gaat u aan nazorg doen voor de afvallers?

“De suggestie dat politieke partijen baantjes regelen voor hun Kamerleden is absoluut onjuist. Dat hoeft ook niet. De meeste Kamerleden beschikken over uitgebreide eigen netwerken. Die zijn niet afhankelijk van de partij. Ik vind dat ook een volwassen houding.”

U moet zo naar de fractie. Gaat u niet liever een straatje om?

“Ik ben er altijd, dus ik ben er nu ook. Ik heb zelf alle slecht-nieuwsgesprekken gevoerd. Ik zal goed luisteren wat ze te zeggen hebben.”

Is er nog hoop voor kandidaten die rekenen op een herkansing?

“De ervaring leert dat CDA-leden vrij trouw zijn in het volgen van de lijst.Ik weet goed wat aan de basis van de partij leeft en heb geen stap gezet zonder dat ik draagvlak had. Ik denk dan ook dat de marges voor verschuivingen heel klein zijn.”