Boksen zit Wim van Klaveren in het bloed

In Rotterdam werd gisteren voor de vierde keer de Bep van Klaveren Memorial gehouden. Onder de ruim duizend boksliefhebbers Wim van Klaveren, de jongste broer (67) van de voormalig olympisch kampioen.

ROTTERDAM, 30 SEPT. Nog bijna dagelijks danst hij door de ring. Een kwieke zestiger die van geen wijken wil weten. Ooit zullen 'ze' hem komen halen, zo vermoedt hij. Maar tot die tijd beweegt hij zich vol overgave tussen de touwen. Want boksen zit Wim (“zeg maar ome Wim”) van Klaveren in het bloed. “Wie besmet is met dat virus raakt de passie nooit meer kwijt.”

Wim van Klaveren (67) is een begrip in Rotterdam, een levende herinnering aan lang vervlogen tijden toen boksen nog in hoog aanzien stond en lokale vuistvechters volle zalen trokken. “De dagen dat de mensen 's avonds voor de lol op de fiets stapten en naar de sportschool kwamen. Tegenwoordig is dat voor de meesten te veel gevraagd en staat boksen gelijk aan inspanning in plaats van ontspanning.”

Voor buitenstaanders staat Van Klaveren bekend als de broer van wijlen Bep van Klaveren, de robuuste Rotterdammer die in 1928 de gouden medaille won bij de Olympische Spelen in Amsterdam. Voor ingewijden geldt de bejaarde boksinstructeur vooral als een warm pleitbezorger van de bokssport. In het huisorgaan van sportschool Hoboken laat de jongste Van Klaveren geen gelegenheid onbenut om zijn liefde voor het boksen onder woorden te brengen. “Zonder twijfel de mooiste sport op aarde.”

Geen wonder dat hij gisteravond met volle teugen genoot bij de Bep van Klaveren Memorial in sporthal Schuttersveld. Het jaarlijkse boksgala ter nagedachtenis aan The Dutch Windmill beleefde zijn vierde editie en als lid van de technische raad van de Nederlandse boksbond (NBB) was voor Van Klaveren een prominente plaats ingeruimd aan de rand van het canvas. Vooral de verrichtingen van de jeugdige amateurs uit de nationale selectie konden hem bekoren. “Die jongens zijn niet bang voor een stootje. Dat biedt hoop voor de toekomst.”

Boksen in Nederland beleeft zorgelijke tijden. Van Klaveren is de eerste om dat te erkennen, maar wanhopen wil hij niet. “Want een bokser mag nooit in paniek raken.” Tegelijkertijd ontkomt hij niet aan de conclusie dat de aantrekkingskracht van de sport gering is. “Ik krijg ze de ring niet meer in. De jeugd heeft tegenwoordig te veel keuzes. Als ze in de kranten lezen en op tv horen hoeveel die voetballers tegenwoordig verdienen, dan weten ze het wel.”

Zelf was de jongste Van Klaveren een verdienstelijk bokser. Vlak na de Tweede Wereldoorlog trad hij in de voetsporen van zijn roemrijke broer Bep, de oudste uit een gezin van vijf broers en een zus. Een familietraditie werd in ere gehouden en om die status te onderstrepen stonden in 1947 twee broers tegenover elkaar in de strijd om het kampioenschap van Zuid-Holland in het vedergewicht, Wim tegenover tweelingbroer Piet. De laatste won, maar de jongste van de twee treurde niet. “De titel bleef in de familie en dat was me wel een paar klappen waard.”

Toch vielen alle prestaties in het niet bij die van de beroemdste van de vijf Van Klaveren-broers. Het ontzag voor de befaamde vuistvechter uit Crooswijk is nog altijd groot en niet ten onrechte volgens de jongste Van Klaveren. “De grootste bokser aller tijden, een geweldenaar van het zuiverste water die nooit en te nimmer vergeten mag worden.” Hoe genadeloos de olympisch kampioen soms ook kon zijn voor zijn naaste omgeving. “Bep maakte geen onderscheid. Broer of geen broer, je kon een hengst voor je kop krijgen en dat gebeurde dan ook regelmatig als ik het waagde om bij het sparren tegenover hem te gaan staan.”

De jongste van de broers Van Klaveren bokst nog steeds. Het lichaam mag dan sporen van slijtage vertonen, de geest is nog even scherp als vroeger. Sinds 1950 gaat elke zaterdag om half zes de wekker en jogt Van Klaveren in alle vroegte door het Kralingse Bos. “Weer of geen weer. Een paar druppeltjes krijgen mij echt niet klein.”