Avonturen van een uitvinder

Against The Odds. Door James Dyson. Uitg. Orion Business Books, ± ƒ 70,-

Jaarlijks worden er miljoenen octrooien gedeponeerd bij internationale octrooiraden. Toch leiden maar weinig van die briljante ideeën tot tastbare producten. Dat ligt meestal niet aan de ideeën zelf, maar aan de inspanning die geleverd moet worden om de producten op de markt te brengen.

De Britse ontwerper James Dyson kan er over meepraten. Hij ontwikkelde een stofzuiger zonder stofzak. Niemand nam dat apparaat zelfs maar serieus en dus besloot Dyson om de stofzuiger zelf maar te produceren. Inmiddels verkoopt de Dual Cyclone in Groot-Brittannië beter dan de stofzuigers van Hoover, Philips en Electrolux. Zelfs in verkochte aantallen is de Dual Cyclone marktleider Hoover voorbij gestreefd. Ook in Japan is de stofzuiger een groot succes geworden. In Frankrijk is de verkoop net begonnen en de rest van Europa zal spoedig volgen. In Nederland was de Consumentenbond eerder dit jaar vernietigend over de Dysonzuiger, zij het hoofdzakelijk vanwege het tamelijk dure onderhoud.

Uit deze bij vlagen zeer geestige autobiografie blijkt maar weer eens dat grote ondernemingen vaak moeite hebben om adequaat op nieuwe ontwikkelingen te reageren. Dat geldt helemaal voor fabrikanten van stofzuigers. Vanaf het moment dat het in leer en zadels grossierende bedrijf Hoover de elektrische stofzuiger op de markt bracht, is de technologie nauwelijks veranderd. In de meeste stofzuigers zitten zakken met zeer kleine gaatjes die wel lucht maar geen stof doorlaten. Omdat die gaatjes door stofdeeltjes verstopt raken neemt de zuigkracht af. De Britse ontwerper James Dyson kwam daar bij toeval achter toen hij zijn slecht zuigende Hoover eens openmaakte.

Kon het anders? Dyson herinnerde zich een afzuiginstallatie die hij ooit eens in een zaagfabriek had gezien: een reusachtige ventilator die het stof in een soort draaikolk bracht en naar boven afvoerde. Dyson veronderstelde dat dit principe ook in stofzuigers kon worden toegepast. Wanneer je de lucht maar snel genoeg laat draaien wordt het stof tegen de wand van de stofzuigercilinder gedrukt en kan de lucht vrij worden afgevoerd. Weliswaar moet ook deze stofzuiger eens in de zoveel tijd worden leeggemaakt, maar stofzakken zijn niet meer nodig en het rendement stijgt. Zo werd de Dual Cyclone geboren: een stofzuiger die als het ware binnenstebuiten is gekeerd. De buitenste cilinder vangt het stof op, de binnenste cilinder voert de lucht af.

Dyson had al eerder succes geoogst met een bolvormig wiel voor kruiwagens dat niet in de modder kon wegzakken. De Britse uitvinder was er stellig van overtuigd dat voor zijn stofzuiger evenveel belangstelling zou staan. Doch zijn enthousiasme voor het product werd maar door weinigen gedeeld.

Electrolux liet zelfs weten dat men nooit stofzuigers zonder stofzak zou verkopen omdat daaraan nu eenmaal extra verdiend kan worden. Bij AEG in Frankfurt kieperde een directeur een enorme hoeveelheid vuil over het tapijt. Geen enkele stofzuiger kan dergelijke hoeveelheden opzuigen en dus ook de Dual Cyclone niet: “See, it doesn't vurk!”. Ook bij Goblin, Electrostat, Alfatech, Black & Decker, Zanussi en Hamilton Beach ving Dyson bot. In de Verenigde Staten werd de Britse entrepreneur gouden bergen beloofd, maar na 'due diligence' (een Amerikaanse term voor marktonderzoek, haalbaarheidsstudies en wat al niet meer) haakten de meeste bedrijven af. Juist toen Dyson het bijltje erbij neer wilde gooien, meldde zich alsnog een serieuze gegadigde, het Japanse bedrijf Apex. Dat bracht de stofzuiger in 1985 op de markt voor omgerekend 1200 pond. Ondanks of misschien wel vanwege die hoge prijs was er veel vraag naar. Na drie jaar bracht de stofzuiger al 12 miljoen pond per jaar op.

In 1991 werd Dyson benaderd door de Britse fabrikant Vax met het verzoek om een stofzuiger voor de Britse markt te ontwikkelen. Toen het bedrijf de productie maar bleef uitstellen, besloot Dyson het apparaat zelf maar op de markt te brengen. Ook dat werd een lange lijdensweg. Participatiebedrijven hadden maar bitter weinig vertrouwen in het ondernemerschap van de ontwerper en uiteindelijk zat er voor Dyson niets anders op dan om een lening bij de bank af te sluiten met zijn twee huizen als onderpand. Na een moeizame start begon de verkoop dan toch op gang te komen en in 1994 wist Dyson enkele grote warenhuizen zover te krijgen dat ze de Cyclone in hun assortiment opnamen. Dat bracht een kettingreactie teweeg die zelfs Dyson niet had kunnen voorzien. Inmiddels zijn alleen al in Groot-Brittannië 1,5 miljoen Dyson stofzuigers over de toonbank gegaan. En dat terwijl het bedrijf nauwelijks adverteert en de stofzuigers naar verhouding nogal duur zijn. Wuifde Hoover Dyson twee jaar geleden nog weg als “een van die vele concurrenten die we zien komen en gaan”, inmiddels moet men erkennen dat de Britse ondernemer een geduchte concurrent is geworden. Electrolux aapt Dyson's producten inmiddels zelfs na.

Het is dan ook geen wonder dat Dyson de gelegenheid te baat neemt om zijn frustraties eens flink van zich af te schrijven. Hij neemt het zelfs op voor al die andere Engelse entrepreneurs die hun nek hebben uitgestoken, maar onvoldoende gesteund werden. Zo wordt Clive Sinclair nog altijd geassocieerd met de mislukking van de mini-auto C5, “terwijl hij voor zijn durf en inzet een beloning zou moeten verdienen.”

Als dit boek - verplichte leeskost voor uitvinders en ondernemers in spé - iets duidelijk maakt dan is het dat zakelijk succes niet vanzelf komt. Alleen echte doorbijters halen de eindstreep.