Algerije kan de problemen niet meer aan

Wat willen de Algerijnse autoriteiten verbergen, wanneer ze niet toestaan dat journalisten met de overlevenden van moordpartijen praten en verslag uitbrengen van de bloedbaden die bijna dagelijks plaatsvinden? De Algerijn Lahouari Addi bepleit buitenlandse bemoeienis met zijn land, nu de staat aan de inwoners zelfs geen minimale bescherming meer tegen het collectieve moorden kan garanderen.

Elke dag opnieuw breekt Algerije zijn eigen gruwelrecords en zakt het land verder weg in onzegbare ellende. Vrouwen, kinderen en oude mensen worden in hun slaap overvallen en op beestachtige wijze vermoord om een angstpsychose onder de bevolking te zaaien. De identiteit van de plegers van deze barbaarsheden, van deze misdaden tegen de mensheid is niet met zekerheid vast te stellen. Er doen in Algiers de wildste geruchten de ronde over de opdrachtgevers. Volgens twee hypotheses uit verschillende bronnen zijn het hetzij fundamentalisten vermomd als militairen, hetzij leden van de militie vermomd als fundamentalisten die de dorpelingen afslachten.

Het walgelijkste is dat die dorpelingen niet gedood worden om hun directe betrokkenheid bij het conflict, maar louter om als inzet te dienen voor propaganda-doeleinden. Tientallen onschuldige burgers sterven dagelijks omdat de daders die al zes jaar een meedogenloze oorlog voeren, profijt trekken van het embargo op informatie. Doordat ze dankzij de perscensuur buiten schot blijven, kunnen ze doden en winst slaan uit hun moordpartijen. De slachtoffers zijn overgeleverd aan hun beulen achter een muur van totaal stilzwijgen en kunnen zelfs niet profiteren van de solidariteit van de publieke opinie. Die wordt met opzet onwetend gehouden.

Waarom zou een bewind dat beweert te hechten aan democratische waarden de nationale en internationale pers verbieden licht te werpen op de omstandigheden waaronder complete dorpen worden afgeslacht? Waarom censuur? Wie profiteert daarvan? Zou een vrije berichtgeving het herstel van de binnenlandse vrede en de overgang naar democratie belemmeren of bevorderen? Deze pijnlijke vragen worden helaas nooit beantwoord. In plaats daarvan vaardigt de regering geruststellende communiqué's uit die volledig in strijd zijn met de ernst van de situatie ter plekke.

Het aan de kaak stellen van de moordpartijen of het uitspreken van ongerustheid is niet meer voldoende. We moeten van de regering eisen dat Algerijnse journalisten de kans krijgen om hun vak in alle vrijheid uit te oefenen. Om de publieke opinie te informeren. Journalisten worden nu lastig gevallen, bedreigd, onder druk gezet en in de gaten gehouden, zelfs in de redactielokalen. Wat willen de Algerijnse autoriteiten verbergen wanneer ze niet toestaan dat journalisten met overlevenden praten en verslag doen van de bloedbaden? Onder deze omstandigheden is alle gedrukte berichtgeving die uit Algerije komt verdacht.

Het manipuleren van de pers en de censuur scheppen een klimaat van verdachtmakingen. De ordetroepen hebben het vertrouwen beschaamd van een bevolking die openlijk zegt dat de kindermoordenaars medepIichtigen in de regering hebben. Alleen een vrije berichtgeving kan de geloofwaardigheid van deordetroepen herstellen en een einde maken aan de reeks moordpartijen op onschuldige burgers, omdat de plegers van de misdaden vanzelfsprekend niet willen dat de rest van de wereld weet wie zij zijn.

De censuur op de Algerijnse pers opheffen en de internationale perstoestemming geven zich ter plekke te begeven, is wel het minste dat je zou verwachten van deze regering. In eigen land en in het buitenland is die nog nauwelijks geloofwaardig vanwege de geheimzinnigheid rond demisdaden die in de omgeving van de hoofdstad worden gepleegd.

Pas als de nationale en internationale opinie met zekerheid weet wie door wie wordt gedood, zal de burgerbevolking gespaard worden. Door het simpele feit dat de berichtgeving duidelijk is zullen de daders zich inhouden omde zaak waar zij voor strijden niet te ondermijnen. Vrije berichtgeving voorkomt dat mensen hun toevlucht nemen tot duivelse strategieën zoals het kelen van kinderen om vervolgens de vijand ervan te kunnen beschuldigen.

De berichtgeving over Algerije moet gedemilitariseerd worden, gevrijwaard van manipulatie door een van de partijen. Het mag geen middel zijn om de tegenstander in discrediet te brengen. Door de censuur te handhaven en heldere berichtgeving tegen te werken, wordt de Algerijnse regering medeplichtig aan misdaden tegen de mensheid die zich afspelen op het grondgebied waarover zij beweert zeggenschap te hebben.

Vroeg of laat zal het menselijk geweten rekenschap eisen, hoe dan ook. De eis van verschillende internationale organisaties om een commissie in te stellen die onderzoek moet doen naar de moorden op de dorpelingen in de Mitidja, het achterland van Algiers, is door de Algerijnse autoriteiten weggewuifd met een verwijzing naar het principe van nationale souvereiniteit.

Maar het argument van niet-inmenging is alleen geldig als de belangen van de nationale gemeenschap bedreigd worden door een buitenlandse of binnenlandse macht die duidelijk geïdentificeerd is. En dat is niet het geval. In Algerije is een intern conflict met de macht uitgelopen op strijdmethoden die het menselijk geweten niet kan verantwoorden.

De Algerijnse regering is soeverein voor zover de grondslagen van de menselijke moraal niet worden aangetast. Maar zodra kinderen massaal worden afgeslacht, moet zij de misdadigers identificeren of anders met internationale instellingen samenwerken die daarbij helpen kunnen. Het principe van de nationale soevereiniteit gaat tot punt waar het natuurlijk recht en de universele moraal in het geding komen.

Wanneer een staat toelaat dat een kind wordt vermoord, wanneer zij niet de macht of de wil heeft om het te beschermen, hoe kan zij dan het principe van niet-inmenging aanroepen uit naam van de soevereiniteit? Als een bewind niet in staat is te zorgen voor een minimum aan binnenlandse vrede die de kinderen beschermt tegen collectieve moord, is het niet meer souverein binnen zijn grenzen. Wanneer een kind van drie jaar wordt afgeslacht voor de verbijsterde ogen van zijn moeder, wordt het een kind van de gehele mensheid en pas dan Algerijn. Een kind in doodsnood heeft geen nationaliteit en zijn overleving gaat elk mens ter wereld aan. Moord met voorbedachte rade op een kind wist grenzen uit en overstijgt de kunstmatige eenheid van de staat.

Een kind is geen burger van een bepaalde staat, het is lid van demenselijke gemeenschap die de morele verplichting heeft het tebeschermen en te verdedigen. De kinderen die worden uitgemoord in de Mitidja zijn Algerijnen, maar symbolisch ook Duitsers, Amerikanen, Soedanezen, Chinezen, Fransen.

Het te hulp komen van de kinderen van Algerije en redden van hen van het mes dat hen keelt, is een moreel gebod dat allen geldt. Wat heeft het voor zin de misdaden van de nazi's te herdenken als op hetzelfde moment even barbaarse misdaden worden gepleegd waar de internationale opinie onverschillig voor blijft?