Weifelende Arveladze zorgt voor spanning in topduel

HEERENVEEN, 29 SEPT. De anders zo geduldige Morten Olsen reageerde een beetje kribbig toen hem werd gevraagd of hij nog had overwogen Shota Arveladze te wisselen. De Georgiër was er debet aan dat Heerenveen-Ajax (0-1) zaterdagavond tot de laatste minuut spannend bleef.

Zijn aangeboren talent om voor het doel trefzeker toe slaan, liet Arveladze de hele wedstrijd in de steek. Zeker vier keer had hij Ajax aan een bevrijdende treffer kunnen helpen, maar hij weifelde te lang, er zat een voetje van een verdediger tussen, hij vond de uitstekende doelman Hans Vonk op zijn weg, of hij wilde het met een lobje te mooi doen.

Arveladze had, net als trouwens linksbuiten Peter Hoekstra, zijn avond niet en dat kan natuurlijk de beste gebeuren. Olsen had de Georgiër uit zijn lijden kunnen verlossen door Gerald Sibon weer een kans te geven. De trainer van Ajax weigerde echter in te grijpen. Kennelijk heeft Arveladze in korte tijd veel krediet opgebouwd. “Vergeet niet dat hij tegen MVV nog drie doelpunten maakte”, verdedigde Olsen zijn aanpak. “Ik wil hem dan niet meteen de volgende wedstrijd weer naar de kant halen. Hij weet zelf ook wel dat het niet goed ging. Hoofdschuddend kwam hij na de wedstrijd de kleedkamer binnen.”

Een dag later was Olsen wat kritischer. “Je ziet Shota de mooiste acties maken, maar ook droomkansen missen. Bij een 5-0 voorsprong is dat geen probleem. Als het 1-0 staat kan dat eigenlijk niet. Door zijn falen kregen we het onnodig moeilijk. Arveladze is soms nog wat te speels. Een lobje, terwijl je de bal ook gewoon in het net kunt schieten. Toch is Arveladze een fantastische speler die meer kan dan hij tot nog toe heeft laten zien.”

De tweelingbroer van NAC-speler Archil sprokkelde voornamelijk met invalbeurten vier doelpunten bij elkaar. Tegen MVV stond hij in het basisteam als centrumspits. Dat vertrouwen honoreerde hij met drie treffers in de eerste helft. Nog nooit had een Ajacied dat in de Arena gepresteerd.

Arveladze leek de strijd met Sibon, de beoogde opvolger van Patrick Kluivert, in zijn voordeel te hebben beslist. De Georgiër is een aankoop van Olsen. Chef scout Ton Pronk had hem niet in zijn computer staan. Olsen werkte bij 1.FC Köln met Revaz Arveladze, de oudere broer van de tweeling, die toen al hoog opgaf over de talenten van Shota en Archil.

Met die verhalen nog in het achterhoofd trok Olsen een keer tijdens zijn zoektocht naar de Zwarte Zee om Shota Arveladze in actie te zien voor Georgië. Olsen had het al snel bekeken: deze straatvoetballer was geknipt voor Ajax. Zijn doelpuntengemiddelde mocht er ook zijn: 72 treffers in 104 wedstrijden voor Trabzonspor en Dinamo Tbilisi. De spelers van Ajax waren direct enthousiast over de onbekende Georgiër. Op de training schijnt Arveladze regelmatig een van de uitblinkers te zijn. Maar in de wedstrijden kan hij ook weleens anoniem over het veld wandelen. Zoals in Maribor waar hij zowel op de linker- als de rechtervleugel nauwelijks in het stuk voorkwam. Olsen: “Arveladze heeft wat moeite met ons systeem, maar hij is leergierig genoeg om het te redden bij Ajax.”

De lijstaanvoerder had zaterdagavond weinig aan dat hoopvolle vooruitzicht. De afmaker ontbrak en dat werd Ajax bijna noodlottig. In de slotfase zette trainer Foppe de Haan van Heerenveen een extra aanvaller in de spits, Radu Gusatu. Dat was tevens het sein voor de schuchtere thuisploeg om er een schepje bovenop te gooien. Ajax kwam met de rug tegen de muur te staan en Olsen haastte zich om een aanvallende middenvelder (Jari Litmanen) in te wisselen voor een extra voorstopper (Mario Melchiot). Een paar keer ontsnapte Ajax aan de gelijkmaker. Ondermeer bij een incident tussen Gusatu en Sunday Oliseh in het strafschopgebied. De Roemeen ging onderuit, maar kreeg in plaats van een penalty een gele kaart voorgehouden van arbiter Uilenberg wegens een vermeende Schwalbe. Toch was duidelijk te zien dat Oliseh een schoppende beweging maakte. Volgens Uilenberg zou Gusatu naderhand zelfs zijn excuus hebben aangeboden en daarmee was zijn gelijk bevestigd.

Ajax was in het Abe Lenstra-stadion de best combinerende ploeg die de meeste kansen kreeg. Een ervan werd feilloos afgerond door Tijani Babangida. Litmanen stuurde de Nigeriaan met een uiterste krachtsinspanning richting het Heerenveense doel. Hans Vonk ging naar de grond, maar de keepers in Nederland zouden zo langzamerhand moeten weten dat Babangida negen van de tien keer de bal hoog in het net schiet. Babangida, die onder Olsen een ongekende schotvaardigheid aan de dag legt, heeft nu zeven treffers achter zijn naam staan, Ook Arveladze staat al op zeven. Die productie overtreft de topscore bij Ajax van het vorige seizoen. Toen maakten Litmanen en Kluivert in 34 wedstrijden 6 doelpunten en bleef Babangida steken op 5.

In de eerste echte test in deze competitie moest Ajax het moyenne van vijf doelpunten loslaten. Niettemin bleven de Amsterdammers zonder puntverlies. Frank de Boer leverde een goede prestatie in het centrum van de defensie. Hij verving op die positie Danny Blind, die vrijdag op de training geblesseerd raakte aan de rechterlies. De veteraan zal daardoor morgen ook de return tegen Maribor om de UEFA Cup missen. Daardoor kan de Ajax-defensie al vast proefdraaien voor de periode na dit seizoen als Blind is gestopt. Met Frank de Boer als centrale verdediger en Tom Sier als linksback. De Volendammer liet tegen zijn oude club een uitstekende indruk achter. Hij speelde rechtsbuiten Ali El Khattabi uit de wedstrijd en droeg ook aanvallend zijn steentje bij. Al moest Frank de Boer hem soms naar voren wenken.

Het zijn juist wedstrijden als tegen Heerenveen die voor een topploeg doorslaggevend kunnen zijn in een kampioensrace. Heerenveen bewees net als tegen Feyenoord (0-0) en FC Twente (2-1) dat het dit seizoen weer over genoeg kwaliteiten beschikt om te kunnen meedraaien in de subtop. Al probeert trainer De Haan voortdurend de euforie-stemming in Friesland te temperen door te verklaren dat zijn vreemdelingenlegioen boven z'n stand leeft.