Weer gesprek met Dijkstal; Brinkman wil een nieuwe onderzoeker

ROTTERDAM, 29 SEPT. De geschorste Rotterdamse korpschef J.W. Brinkman wil dat minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) een nieuwe onderzoeker aanwijst die moet bekijken of hij op zijn post kan terugkeren.

Brinkman heeft woensdagochtend een gesprek met Dijkstal over het rapport van SER-voorzitter K. G. de Vries. Vorige week concludeerde De Vries dat terugkeer van Brinkman naar het politiekorps Rotterdam-Rijnmond uitgesloten is.

Brinkmans advocaat, mr. C.L. van Leeuwen, heeft vorige week aangegeven dat Brinkman zich zou neerleggen bij de conclusie van De Vries. “Nadere bestudering heeft hem echter van mening doen veranderen. Brinkman kan dit zogenaamde objectieve onderzoek niet serieus nemen”, aldus Van Leeuwen die Brinkmans opvatting vandaag in een brief aan de landsadvocaat heeft meegedeeld.

De president van de Haagse rechtbank bepaalde op 2 september dat bij het ontslag van Brinkman, begin juli, onzorgvuldig was gehandeld. Het rapport van de korpsbeheerder, burgemeester A. Peper, dat mede aanleiding was voor het ontslag, noemde de rechter suggestief en subjectief. Ze bepaalde dat er een onderzoek moest komen of Brinkman als korpschef kon terugkeren.

Brinkman stelde vervolgens voor ex-minister J. de Ruiter van Justitie (CDA) met het onderzoek te belasten, maar Dijkstal vroeg mr. K.G. de Vries, de voorzitter van de SER. Aanvankelijk maakte Brinkman bezwaar tegen de benoeming van De Vries, onder andere omdat deze een partijgenoot is van burgemeester Peper, maar later legde hij zich er bij neer.

Volgens Van Leeuwen heeft De Vries in zijn onderzoek blijk gegeven van “ernstige vooringenomenheid”. “Hij ontpopte zich als een kritiekloze pleitbezorger van korpsbeheerder Peper en het Regionaal college (de burgemeesters van de Rijnmondgemeenten) en tegelijkertijd als rechter die de onafhankelijke rechter terzijde schuift. Want De Vries verklaarde dat “de rechter het niet goed begrepen had”.

Als minister Dijkstal een nieuw onderzoek weigert, zal Brinkman de president van de rechtbank in kort geding om een nieuw bevel vragen, aldus mr. Van Leeuwen.