Te bescheiden voor de nationale ploeg

Mijn enige interland speelde ik in februari 1978. In München was Engeland de tegenstander voor een oefenduel. Trevor Brooking was mijn persoonlijke tegenstander. Ik speelde goed, maar haalde het einde van de wedstrijd niet. Wegens een blessure werd ik in de 80ste minuut gewisseld. Ik heb later nog wel shirtjes geruild met Brooking. Helaas heb ik dat shirt niet meer. Ik denk dat het zoek is geraakt bij één van de vele verhuizingen in de afgelopen vijftien jaar.

Ik was toen 25 jaar. Het zat er al een tijdje in dat ik mijn debuut zou maken in de nationale ploeg. Al jaren eigenlijk, maar toch was het er steeds niet van gekomen. Deels omdat ik vaak last had van blessures, maar natuurlijk ook omdat er in die tijd zeer veel goede middenvelders in Duitsland rondliepen. Denk maar aan een Netzer, een Overath, een Breitner. De concurrentie was gewoon enorm.

Het jaar 1978 stond voor de nationale ploeg uiteraard in het teken van de WK. Als speler van Köln was ik genomineerd voor 'Argentinië', maar in de maanden voor het WK kreeg ik weer eens een blessure. Een zware knieblessure. Op zaterdag spelen ging nog net, maar de trainingen moest ik afzeggen. Net als de oefeninterlands in de aanloop naar het WK. En uiteindelijk het WK zelf ook. Na het WK ben ik nooit meer gevraagd.

Ik heb dat nooit als een teleurstelling ervaren. Ik ben altijd meer een clubspeler geweest. Bij Köln, waarvoor ik toen al jaren speelde, voelde ik me thuis. Die club was bijna als een familie voor me. De nationale ploeg was een totaal andere wereld. Een wereld van grote sterren waarin ik me nooit zo heb thuisgevoeld. Misschien was ik wel te bescheiden voor die wereld.