Radio op zoek naar publiek

De deelnemers aan het debat zaten ingeklemd tussen een kolossale kwispelende opblaas-hond en een nog groter opblaas-kuiken met een zonnebril op. De hond is het symbool van Radio 2 (slogan: “Je voelt je thuis”) en het kuiken van Radio 3, dat zichzelf tegenwoordig 3 FM noemt. Aanleiding voor het debat is een onderzoek van de dienst Kijk- en luisteronderzoek (KLO) naar de waardering voor de radio.

Onderzoeker Wim Dekkers - die zijn resulaten presenteerde aan de hand van overhead-sheets “omdat de meeste mensen heel visueel ingesteld zijn” - bleek ook goed nieuws te hebben voor de publieke omroepen. Zo blijkt 63 procent van de ondervraagden de term 'fatsoenlijk' te associëren met de publieke radiostations, terwijl 68 procent het woord “schreeuwerig” het beste vindt passen bij de commerciële zenders, zoals Veronica, SKY Radio en Radio 538. Met de stelling “Het gaat vooral om kwaliteit” was 86 procent van de geënquêteerden het voor de publieke radiozenders eens, terwijl slecht 42 procent dat voor de commerciëlen vindt opgaan.

Uitgesplitst naar leeftijdscategorieën bleek het nieuws voor de publieke omroepen aanzienlijk minder rooskleurig te zijn. Jongeren geven massaal de voorkeur aan commerciële radiostations, terwijl ouderen in grote meerderheid kiezen voor de publieke zenders. Van de jongeren tussen 13 en 29 jaar kiest 63 procent voor de commerciële radio. Van de 50-plussers heeft 67 procent juist een voorkeur voor de publieke radio. De leeftijdsgroep tussen 30 en 49 is verdeeld: 47 procent kiest voor de publieke en 48 procent voor de commerciële radio.

NPS-directeur Willem van Beusekom nam het, zo bleek tijdens het debat, niet al te zwaar op, “In 1970 had je waarschijnlijk dezelfde uitkomst gehad. Toen luisterden jongeren ook liever naar commerciële stations als Veronica.” Zendercoördinator van Radio 4, Hans Hierck, stelde laconiek dat “jongeren vanzelf vijftig-plus worden”. Het Kamerlid Marjet van Zuijlen (PvdA) noemde de uitkomsten echter “schokkend”. “Misschien ben je als publieke radio de jongeren wel definitief kwijt.”

De publieke omroepen hebben de resultaten niet zò schouderophalend ontvangen als dit debat suggereerde. Dat blijkt uit de geluiden over hervormingen bij de publieke radio, die nu naar buiten komen. Zo wordt er in een werkgroep onder leiding van EO-directeur A. de Boer gebrainstormd over het splitsen van Radio 3 in een station met louter hits voor de schoolgaande jeugd en een zender met alternatieve popmuziek voor de wat ouderen. Verder wordt de mogelijkheid onderzocht om op Radio 1 ook buiten de piekuren programma's te onderbreken voor belangrijk nieuws.

De omroepen hebben ook niet zo veel keus. In de paar jaar dat er in Nederland commerciële radio is, hebben die stations een marktaandeel van 44 procent veroverd, waar de publieke stations (zowel landelijk als regionaal) een marktaandeel hebben van 49 procent. Toch lijkt de sense of urgency van de publieke omroepen soms nog altijd omgekeerd evenredig aan hun gevoel van superioriteit. “Bij de commerciëlen zijn de programma's een noodzakelijk kwaad voor de reclame, bij de publieke omroep is de reclame een noodzakelijk kwaad voor de programma's”, zei iemand tijdens het debat vanuit de zaal. “Van deze ouderwetse onzin moeten we nu echt een keer af”, reageerde Van Zuijlen, daarmee de kloof illustrerend tussen Den Haag en Hilversum.

Hoewel, er schuilt in iets ambivalents in de opstelling van de omroepen. Nadat zendercoördinator Hierck de lof had gestoken van het 'pluriforme' omroepbestel, onthulde Van Zuijlen: “Maar een paar maanden geleden heeft u mij nog een brief geschreven dat u als zendercoördinator te weinig macht heeft.” Hierck moest daarop toegeven dat de omroepen zijn zender soms “als papier gebruiken waarop ze hun eigen krantje drukken.”