Jonge componisten durven wat meer

Concert: Nederlands Balletorkest o.l.v. Zsolt Nagy. Werken van De Jong, Van Onna, Berkenbosch, Van Rossum en Abazis. Gehoord: 25/9 Beurs van Berlage, Amsterdam. Opname VPRO voor Radio 4 voor latere uitzending.

Concert: Nederlands Kamerorkest o.l.v. Philippe Entremont. Werken van Hamburg, Kox, Straesser en Zuidam. Gehoord: 27/9 Beurs van Berlage, Amsterdam Opname NPS voor Radio 4 voor latere uitzending 'De Nederlanden'

Bijgeloof bleek ongegrond: de dertiende editie van het Project Jonge Componisten bij het Nederlands Balletorkest was zeker niet de slechtste. Aan afwisseling geen gebrek: Cynthia de Jong was bondig en emotioneel, Peter van Onna was esthetisch, Caroline Berkenbosch was elementair, Piet-Jan van Rossum was minder een eenduidig en Theodor Abazis liet virtuoos musiceren.

Het esthetisch statement won. Een jury onder voorzitterschap van Jan Zekveld kende Peter van Onna de Jonge Componisten Prijs van 7.500 gulden toe, voor wat Zekveld typeerde als 'het ambachtelijk beste werk'.

Over de Stimuleringsprijs van 2.500 gulden, was langer gediscussieerd, die ging uiteindelijk naar Caroline Berkenbosch. Haar Monument 2 was ongetwijfeld het meest oorspronkelijke en eigenzinnige werk.

Peter van Onna's The Mondrian Equilibrium in de vorm van een min of meer opgeblazen kamersymfonie, biedt een kaleidoscopisch spel met glinsterende toonsplinters in typerende combinaties als Glockenspiel, piano en harp. Dat hij het wiel nog eens uitvindt (Jacob van Domselaer vertaalde de principes van Mondriaan tachtig jaar eerder) zij hem gaarne vergeven. Van Onna strooit zijn nootjes en versierinkjes met zorg, het klinkt helder en transparant, wat vorm betreft bovendien opmerkelijk beheerst.

Caroline Berkenbosch heeft lak aan verfijning, haar wringende hoorns zijn niet mis te verstaan. Het tempo moet strak, de noten mogen los, mits niet geofferd wordt aan vaart en energie. Wat ze met die noten doet, lijkt nog het meest op het trance-effect van Oestwolskaja. Voor de consequentie kun je respect opbrengen, jammer dat het materiaal zo hoekig en grof blijft.

Sympathie koester ik voor Piet-Jan van Rossums dubbelzinnige Als een zin ... voor alt en orkest. De hang naar reductie is treffend, er is steeds maar één expressieve melodie, één explosie, één stilstand. Het broeit onder dit ingehouden en gestileerd realisme, wanhoop wordt geïroniseerd. Van Rossum ontpopt zich als de 'Van Warmerdam' onder de componisten.

Het laatste werk, Algos voor viool en orkest van Theodor Abazis bleek wars van vernieuwingsdrang en sloot daarmee goed aan op premières bij het Nederlands Kamerorkest. Ditmaal betrof het werk van een oudere generatie: Joep Straesser met Chamber Concerto nr. 2 voor fluit en orkest en Hans Kox met Celloconcert nr. 2 'An Odyssey'.

Spits spel met motieven bij Straesser was besteed aan fluitiste Eleonore Pameijer, zoals cellist Mirel Iancovici de kansen greep die Kox in nog virtuozer frasen hem had geboden. Ondertussen was de vraag: wil de oudere generatie geen enkel risico meer nemen?