'Het lichaam wordt als mislukt ervaren'

In de Gastprogrammering van het Muziektheater is deze week Moving Target van de Waalse dansgroep Charleroi/Danses te zien. Artistiek leider Frédéric Flamand is vooral geobsedeerd door de 'technologische invasie van het lichaam'.

Charleroi/Danses, Moving Target. di 30 sept. en wo 1 okt. Het Muziektheater Amsterdam.

Als grote roerganger van de Brusselse avant-garde-groep Plan-K gaf Frédéric Flamand in de jaren zeventig ooit nog eens voorstellingen in het Amsterdamse Mickery-theater. Bijna 25 jaar later noemt hij de 'performances' van toen 'nogal radicaal'. “Ik werkte toen veel met multi-media. Dat doe ik nog steeds, maar ik ben natuurlijk niet stil blijven staan. Het artistieke scheppingsproces is voor mij altijd een kwestie van uitlokken, dingen in beweging zetten.”

Flamand zette dansend België in beweging toen hij in 1991 werd benoemd tot artistiek leider van het, toen nog, 'neo-klassieke' Ballet Royal de Wallonie.Kort na zijn aanstelling liepen 30 dansers weg. “Ik wilde het traditionele Ballet Royal ontdoen van zijn narcisme. Open staan voor verscheidenheid is geen ziekte. Een bepaalde groep dansers vond van wel”.

Het gezelschap is inmiddels omgedoopt in Charleroi/Danses, geniet als moderne dansgroep internationaal aanzien en heeft zelfs een eigen biënnale in het leven geroepen. Charleroi/Danses bestaat, zegt Flamand, nu uit een groep dansers 'zonder etiket'. “De mensen met wie ik werk zijn behalve danser ook acteur, musicus en beeldend kunstenaar. Ik verwacht een enorme betrokkenheid. Veel van mijn voorstellingen komen voort uit gesprekken met dansers”. Ook Moving Target ontstond uit zulke gesprekken. De titel verwijst naar het menselijk lichaam, dat volgens Flamand 'het ultieme doelwit is van de postmoderne samenleving'.

“Dansers zijn 10 uur per dag met hun lichaam bezig. Ze zijn experts in het trainen en nog eens trainen, tot het zo perfect is dat ze er bij wijze van spreken mee kunnen vliegen. Dat is de obsessie van elke danser. Wanneer je om je heen kijkt zie je een vergelijkbare obsessie in onze huidige maatschappij. We beleven een technologische invasie in het menselijk lichaam. Kijk naar de televisie, reclame, sport-doping, plastische chirurgie. Het oorspronkelijke, natuurlijke lichaam wordt als mislukt ervaren en moet worden aangepast. Het is een prothese-lichaam geworden, en daarmee volkomen imaginair.”

Flamand ziet in deze ontwikkeling een 'nieuwe vorm van schizofrenie'. “Door de snelheid van het vervoer en de onmiddellijkheid van de constante informatiestromen zijn afstanden in tijd en ruimte weggevallen. We koesteren een idee dat we overal en altijd in het 'nu' leven en reflecteren niet meer op het verleden. We creëren onze eigen werkelijkheid en ons eigen lichaam.”

Die nieuwe schizofrenie vormt het speelvlak in Moving Target. Flamand gebruikte in de voorstelling teksten uit de dagboeken van Vaslav Nijinski. De beroemde Russische danser sleet 30 jaar van zijn leven in een inrichting. Zinnen als 'ik ben Apis, ik ben Egyptenaar, een roodhuid, een neger (-) ik ben de echtgenoot en de echtgenote'' worden geprojecteerd op het podium en manipuleren de speelruimte van de dansers.

“Nijinski was een groot kunstenaar en een groot schizofreen. Hij vertegenwoordigt de link tussen schizofrenie en het artistieke scheppingsproces. De schizofreen ziet de wereld als een mozaïek en schuift voortdurend met de stukjes daarvan. Net als de kunstenaar creëert hij een eigen, nieuwe werkelijkheid. Ik kom uit België, dat is een schizofreen land. Misschien dat daar mijn fascinatie voor de waanzin vandaan komt”.

Flamand wil 'vraagtekens plaatsen bij de techno-werkelijkheid', die hij overigens niet per definitie afwijst. “Ik zie die invloed van de technologie als een vat vol interessante paradoxen. Daar kun je artistiek gezien goed mee uit de voeten, maar het heeft ook iets treurigs. In mijn kantoor werken tien mensen. Als ik binnen kom zitten ze allemaal muisstil achter hun computertje. Communiceren via het internet, ook met elkaar! Dat is pure eenzaamheid”.