Groningen kan nog beter provoceren dan Feyenoord

GRONINGEN, 29 SEPT. Zijn gezicht was gezwollen en gloeide nog van opwinding, op zijn voorhoofd stonden druppels en zijn haren waren nat, maar verder kwam scheidsrechter Herman van Dijk ongeschonden uit de strijd. Staande aan de deur van zijn kleedkamer was hij de rust in eigen persoon.

Toen George Boateng hem op weg naar de dopingcontrole passeerde tikte hij de Feyenoorder zelfs amicaal op de buik. Hij had geen last gehad van het geweld in het Oosterpark, waar Feyenoord gisteren tegen FC Groningen met 2-0 zijn eerste nederlaag van de competitie leed. Maar een plezierige wedstrijd was het niet, zei Van Dijk mild en hij plooide zijn gezicht tot een mooie grijns.

Van Dijk en zijn assistent-scheidsrechters Kloeg en Merks waren gistermiddag ogen te kort gekomen om de agressie in het veld te beteugelen. Zo groot was het aantal onbesuisd schoppende en soms vechtende spelers vooral in de tweede helft van de wedstrijd geweest. Ook de meest grove overtredingen werden niet geschuwd. Toch gaf scheidsrechter Van Dijk slechts gele kaarten aan de Groningers Huizingh en Peeper en aan de Feyenoorders Vos (tweemaal, dus rood) en Boateng.

Op de vraag waarom hij niet strenger was opgetreden tegen het groeiende geweld, antwoordde de Fries koel: “Ik kan wel alle 22 een gele kaart geven, maar daar schiet niemand iets mee op. Mijn taak is de wedstrijd tot een goed einde te brengen en dat is me gelukt. Ik heb zeker niet alles gezien. Wat u en andere mensen op de tribune zien, zien mijn assistenten en ik nog niet. Bovendien gebeurt er te veel buiten ons gezichtsveld.”

Van Dijk gaf niettemin toe dat er momenten waren geweest waarop hij even dreigde zijn gezag te verliezen. Zoals zo'n tien minuten voor het einde, toen een achttal spelers naar alles schopte wat in hun nabijheid bewoog en zonder aanzien des persoons elkaar aanviel. Het was weliswaar spectaculair, maar tegelijk beschamend en illustratief voor de wedstrijd, waarin opwinding en agressie zich royaal de meerdere toonden van kwaliteit. Toch liet Van Dijk de op hol geslagen voetballers hun gang gaan. “Ik kan niet tegen alles fluiten”, vond hij. En had hij, zo verklaarde de scheidsrechter, niet even daarvoor de Groninger Atteveld en de Feyenoorder Sanchez vermanend toegesproken omdat zij met schoppen en slaan een ruzie aan het beslechten waren. Van Dijk had dat nog wel in het Engels gedaan, zei hij, want in de multiculturele competitie is gebruik van een universele taal geboden. “Volgens mij was dat voldoende. Want daarna werd de sfeer kalmer.”

De kritiek na afloop van de Feyenoorders deerde hem niet. Ze beweerden dat de scheidsrechter het tweede doelpunt van FC Groningen ten onrechte had toegekend, omdat Rorije buitenspel had gestaan. Aanvoerder Fräser bijvoorbeeld meende zelfs dat de arbitrage er wel rekening mee diende te houden dat hij en zijn medespelers professionals zijn - ze voetballen dus voor hun brood. Van Dijk: “Als eerste: Ik ga af op de waarneming van mijn assistent Merks aan de zijlijn. Ten tweede: Mij kan wel eens wat ontgaan, zoals mijn assistenten. Vanuit mijn positie kon ik de situatie niet overzien. Ik moet op zoveel letten, zoals spelers die elkaar naar het leven staan, dat ik wel eens iets mis. Wij zijn maar met drieën, zij met tweeëntwintigen.”

Nou, had Fräser gezegd, wanneer zij zo fel en emotioneel protesteren tegen een doelpunt, moet de scheidsrechter begrijpen dat het doelpunt niet deugt. “Tja”, repliceerde Van Dijk. “Als ik me elke keer wanneer spelers fel protesteren of schreeuwen moet gaan afvragen waarom ze dat doen, is het einde zoek. Misschien waren ze wel zo emotioneel omdat ze niet goed speelden of domweg omdat ze voor de eerste keer gingen verliezen.” Hij had er aan toe kunnen voegen dat voetballers in het algemeen en Feyenoorders in het bijzonder zich nooit neerleggen bij een nadelige arbitrale beslissing.

Feyenoord-trainer Haan meende dat de twee gele kaarten van Vos overdreven waren, zeker vergeleken bij andere overtredingen. “Onbegrijpelijk. Als ik andere overtredingen bekijk, denk ik dat de scheidsrechter wel een heel pak gele kaarten had kunnen uitdelen.” Van Dijk stoïcijns: “Ik ben niet op zoek naar Vos of naar wie dan ook. Ik constateer twee overtredingen waarop een gele kaart staat.” Of Van Dijk de Schwalbe van Vos op de rand van het strafschopgebied had gezien voordat deze zijn tegenstander Veenhof in zijn kruis greep? Want daar staat tegenwoordig toch ook een gele kaart op? “Nee, die heb ik niet gezien. Ik zie echt niet alles.”

Terwijl Van Dijk zich weer op de weg terug naar huis begaf, reed de bus met zwijgende, teleurgestelde en boze Feyenoorders de stad uit en dronken de Groningers het met hard werken verdiende biertje. De vraag wie de minst slechte ploeg was geweest, was niet belangrijk meer. Dat Feyenoord in het begin met een beetje geluk zelfs een 2-0 voorsprong kunnen nemen, evenmin. Want Vos, die goed begon, talmde eerst te lang met schieten en miste vervolgens vrij voor het doel een voorzet van Van Gobbel. Na een zeer slecht half uur, waarin alleen de Groninger Huizingh en de Feyenoorder Kornejev aantoonden te kunnen voetballen, slaagde Rorije er in na een pass van Bombarda doelman Dudek te passeren. Tien minuten later mocht Rorije op de rand van buitenspel doorgaan en 2-0 scoren. Even later miste Rorije nog een grote kans.

Trainer Haan verving in de rust Kornejev door Connolly en Van Gobbel door Boateng. Het spel van Feyenoord werd niet beter, wel veel agressiever. Na twintig minuten vergreep Vos zich voor de tweede maal aan Veenhof en kreeg hij een rode kaart. Met tien tegen elf viel Feyenoord met de moed der wanhoop aan. Alleen Connolly kreeg een kans, verder hield FC Groningen de wedstrijd onder controle. Veenhof, Koeman en Atteveld bleken bovendien de kunst van de provocatie goed te verstaan. Vooral Sanchez raakte daarvan over zijn toeren. Toch was hij met Bosvelt de enige bij Feyenoord die een beetje talent toonde. De rest ploeterde als beginnelingen of ging ten onder in het gewelddadige duel tussen Groningers en Feyenoorders.