Freek de Jonge over Leven na de dood

Freek de Jonge: De toegift. Paradiso, Amsterdam, 6/10.

AMSTERDAM, 29 SEPT. “Dat me dit nog mag gebeuren! Natuurlijk was me tijdens het spelen van de voorstelling Gemeen goed al duidelijk dat het nummer Leven na de dood in de zalen veel teweeg bracht. Het gevoel dat er iets in zat, bestond dus al. Het is per slot van rekening niet voor niets dat we het van de cd hebben gehaald en op een single hebben gezet. Natuurlijk hoop je dan dat het verkoopt. Maar dat het een hit van deze omvang is geworden, blijft een toeval. Als je ziet hoe het tegenwoordig in de platenindustrie toegaat, is namelijk elke hit een toeval.”

Freek de Jonge (53) stond twee weken nummer één in de Nederlandse hitparade met zijn meezinglied Leven na de dood, tot het van die plaats werd verdrongen door Candle in the wind, de ode van Elton John aan prinses Diana. Nog steeds prijkt hij echter bij de eerste vijf, terwijl de complete Gemeen goed-cd snel stijgt op de lijst van best verkochte albums. Het is zijn eerste hit; het als hit bedoelde nummer Paradijs, in 1967 samen met Bram Vermeulen geschreven, werd een flop en ook enkele latere pogingen mislukten. De Jonge viert het succes volgende maandag in Paradiso in Amsterdam met het concert De toegift, begeleid door Robert Jan Stips, Norbert Sollewijn Gelpke, Mark Boon, Roy Bakker en Hella de Jonge.

“Het was een nummer van Bob Dylan, met de titel Death is not the end. Maar omdat het dateert uit de tijd dat ik niet meer al zijn platen kocht, ken ik het alleen van een cover door Gavin Friday. Het was Dylan in zijn hevige christelijke tijd en het had een wat sombere strekking: nou ja, we zitten nou eenmaal in dit aardse trandendal, maar het eeuwige leven wacht ons. In mijn tekst zit meer de ironie van Reve, en ik heb het ook wat platter gemaakt, zodat het voor een breed publiek geschikt werd.

“Voor het eerst heb ik het in 1989, op een tijdloze tekst, gezongen in de voorstelling De volgende, mezelf begeleidend op een orgeltje. Toen we begin april in Groningen de cd- en video-opnamen gingen maken van Gemeen goed, dook het opeens weer op. We hebben het snel ingestudeerd en de nieuwe coupletjes, met de actuele grappen, rolden er zó uit. Naderhand heb ik er nog weer twee nieuwe versies van gemaakt, want ik zat steeds met de angstige vraag of de mensen die actuele verwijzingen nog wel zouden begrijpen. Maar nu hou ik daar langzamerhand mee op, het is wel mooi geweest zo.

“Eigenlijk is een hit het ergste wat een creatief mens kan overkomen. Ik las een interview met Keith Richards, die vertelde hoe het de Rolling Stones verging toen ze net Satisfaction hadden gemaakt - hoe groot de druk van de platenmaatschappij toen was om met nieuwe hits te komen. Zo werkt die machinerie nu eenmaal. Iemand als Brian Wilson van de Beach Boys is er zelfs aan ten onder gegaan. Nee, zelf voel ik die druk helemaal niet. Er komt nog wel een volgende single, Heb meelij met de Belgen, maar ik denk niet dat er iemand is die daar even veel succes van verwacht. Ach, ik zou natuurlijk ook een rap-nummer kunnen maken, of iets anders in die richting, maar nee. Rustig aan, ik heb nog méér te doen.”