Europese zaken

HET BEGROTINGSSEIZOEN in Europa is aangebroken. Met het oog op de besluitvorming over deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) hebben alle nationale begrotingen een Europese betekenis. In mei volgend jaar wordt immers beoordeeld welke landen voldoen aan de toelatingscriteria zoals die zijn vastgelegd in het verdrag van Maastricht.

De scepsis van de zomermaanden heeft plaats gemaakt voor nieuw vertrouwen dat de landen die economisch en politiek gewicht in de schaal leggen, de toelatingscriteria zullen halen. De verfrissende kijk die de regering van Tony Blair ten aanzien van de euro aan de dag legt heeft bovendien de gemoedsgesteldheid in Europese financiële kringen veranderd. De machteloze Tories met hun altijd maar dwarsliggende eurosceptische vleugel hebben plaatsgemaakt voor het pragmatisme van New Labour en het is duidelijk dat de City, het financiële hart van Europa, zich laat beïnvloeden door deze politieke gedaanteverwisseling. In Londen valt al een tijdje te beluisteren dat Groot-Brittannië zich weliswaar niet in 1999 maar wel vòòr 2002 zal aansluiten bij de monetaire unie. Eind vorige week kwamen officieuze bevestigingen van deze ommezwaai in het Britse euro-beleid naar buiten.

DE RADSLAG die de socialistische regering in Parijs maakt, is al even opmerkelijk. Ter herinnering: in de lente kondigde president Chirac vervroegde parlementsverkiezingen aan, omdat hij een mandaat wenste voor harde bezuinigingen om de EMU-drempel te halen. Tot veler schrik wonnen de socialisten met steun van de communisten de meerderheid in de Assemblée met een programma dat bol stond van de anti-Europese en anti-marktretoriek.

Vorige week diende minister van Financiën Strauss-Kahn de Franse begroting voor 1998 in. De radicale verkiezingsbeloften hebben plaats gemaakt voor Europees pragmatisme. De privatisering van staatsbedrijven gaat toch door, de vakbondsaanpak van de werkloosheid is getemperd, de begroting zal volgend jaar een tekort van drie procent vertonen. Dat is weliswaar een jaar te laat (het ijkjaar is 1997), maar de socialisten hebben een fatsoenlijker begroting ingediend dan de vorige regering, zonder nieuwe dubbele bodems zoals de voor dit jaar ingevoerde greep in de pensioenkas van France Télécom. Het plan om volgend jaar op vergelijkbare manier de kas van Electricité de France te plunderen, heeft Strauss-Kahn wijselijk laten vallen. Met gerichte belastingverhogingen en een stijging van de uitgaven onder het verwachte inflatiepercentage haalt hij de streep.

Frankrijk wordt voor toelating tot de EMU gered door de aantrekkende conjunctuur in Europa. Deze vertaalt zich weliswaar nog niet in een daling van de werkloosheid, maar wel in een groter bruto binnenlands product. De positieve effecten van een sterkere groei in Europa, gestimuleerd door extreem lage rentestanden en relatief goedkope Europese munten, beginnen zich net op tijd af te tekenen.

Dit weekeinde heeft Italië zijn ontwerpbegroting voor 1998 eveneens rond gekregen en ook in Rome is de ernst van de toelatingscriteria in volle omvang doorgedrongen. Met verdere belastingverhogingen en bezuinigingen weet zelfs Italië zich in de richting van deelname aan de eerste groep van EMU-landen te manoeuvreren. In Duitsland heeft het kabinet al eerder bekendgemaakt dat het er in zal slagen om dit jaar aan de zelfgestelde eis van 'drie procent is drie procent' te voldoen, terwijl voor 1998 een lager tekort wordt verwacht.

DE BEGROTINGSNORM lijkt aldus binnen bereik te zijn voor de drie grote continentale economieën, terwijl de politieke stemming in Groot-Brittannië is omgeslagen. Het betekent niet dat alle risico's zijn verdwenen en zeker niet dat nu sprake is van de duurzame begrotingsdiscipline zoals het Stabiliteitspact voor deelnemers aan de EMU dat eist. Besluiten over essentiële structurele hervormingen zijn nog steeds niet genomen: Italië, Frankrijk en Duitsland halen de tekortnorm door lastenverhogingen, niet door ombuigingen. Alledrie hebben ze hervormingen van hun pensioenstelsels en aanpassingen van de starre arbeidsmarkten voor zich uit geschoven.

Zowel in Frankrijk als Duitsland staat de werkloosheid op eenzame na-oorlogse hoogte. Frankrijk worstelt met de omvorming van een staatsgeleide economie naar een marktgestuurde economie. In Duitsland is de herziening van het belastingstelsel in oeverloos politiek gekrakeel verschoven tot na de verkiezingen van volgend jaar. Zo dreigen de hoognodige structurele hervormingen, die de Europese economieën banen en nieuwe dynamiek kunnen geven, vermalen te worden in de politieke haast om op het allerlaatste moment de begrotingen onder de EMU-norm te krijgen.