Een keukenbezem brengt de curlingsteen niet thuis

Afgelopen weekeinde werd in Zoetermeer voor een handvol toeschouwers om de Windmill Cup gestreden. De nationale ploeg won de belangrijkste Nederlandse curling-wedstrijd.

ZOETERMEER, 29 SEPT. Curling. Voor de kijker die er geen verstand van heeft, oogt het als een kolderiek spel. Mannen en vrouwen die stenen van een kleine twintig kilo van de ene kant van de ijsbaan naar de andere schuiven richting een roos die 'het huis' wordt genoemd. De steen wordt als een koning behandeld door twee van de vier teamleden, die op gladde schoenen met bezems het pad voor hem effenen. De aanvoerder van het team, skip genaamd, schreeuwt hoe zijn partners moeten bezemen om de steen zo goed mogelijk in 'het huis' te krijgen. Het zijn bijzondere rituelen.

Toch is curling een serieus spel, dat volgend jaar op de olympische kalender van Nagano staat als een officiële medaillesport. Landen als Canada en Schotland kennen een eeuwenoude traditie in het curlen. Alleen al in Canada, door Nederlandse spelers het Mekka van het curlen genoemd, beoefenen ongeveer een miljoen mensen het spel. Vorig jaar bezochten 128.000 toeschouwers het WK in het Noord-Amerikaanse land. En al is Nederland, met 125 curlers verdeeld over 5 clubs, een dwergstaat in deze sport; op de olympische Spelen van 2002 in Salt Lake City moet een team Nederland gaan vertegenwoordigen.

Om dat te bereiken zal Nederland betere faciliteiten voor het curling moeten creëren om meer beoefenaars te trekken. De visie van Rob Boymans, voorzitter van de Nederlandse Curlingbond: “In Nederland hebben we geen officiële wedstrijdbanen. Alleen de ijshallen van Zoetermeer, Utrecht en Tilburg zijn geschikt om op te spelen.” Die banen worden ook gebruikt door shorttrackers en ijshockeyers die diepe groeven in het ijs trekken. “De geringste oneffenheid kan een steen al uit de ideale lijn halen.”

In de ijshal van Zoetermeer streden afgelopen weekeinde veertig ploegen uit twaalf landen om de Windmill Cup, de belangrijkste Nederlandse curlingwedstrijd. Het Nederlandse herenteam verraste door de curlingclubs van Londen en Hamburg voor te blijven. Volgens Wim Neeleman, oud-lid van het Nederlands curlingteam, is een goede baan essentieel voor de ontwikkeling van de sport. “Als we een eigen baan hebben, kan er vaker getraind worden, want nu hebben we maar een beperkt aantal uren ijs. Een officiële baan leidt misschien tot meer bekendheid en pas dan kan onze sport zich ontdoen van het imago van 'die sport met fluitketels en bezems'. Momenteel zijn het vooral mensen in de categorie 25 tot 35 jaar en gepensioneerden die curling beoefenen. We hopen op den duur ook de jeugd erbij te betrekken.”

Dat een leek niet snel naar de ijshal komt om naar de sport te kijken is volgens Neeleman begrijpelijk. “Iemand die niets van cricket snapt, gaat ook niet op de BBC naar cricket kijken. Curling is in Nederland nog te klein om bekendheid te verwerven. Als je de spelregels niet begrijpt, is er niets aan.”

Curling laat zich typeren als jeu de boules op ijs, al is het volgens Boymans en Neeleman gecompliceerder en fysiek zwaarder. Daarom staan de 'vegers' ook in een T-shirt op het ijs. Maar de skip, de aanvoerder, zweet wellicht het meest. “De skip moet mentaal sterk zijn”, zegt Floris van Imhoff. De aanvoerder van het Nederlandse team wijst op een gangbare uitspraak in de curlingwereld: 'the team gets the glory, the skip gets the shit'. “Oftewel: als het goed gaat, dan krijgt de ploeg alle lof. Als het slecht gaat, dan heeft de skip het gedaan.”

Essentieel voor het spel zijn de bubbels. Dat zijn waterdruppels die met een soort douchekop op het ijs worden gespoten. Door de bevroren druppels kan een steen over het ijs lopen. “Op dat moment worden de bezems belangrijk”, zegt Rob Boymans. “Door krachtig te vegen ontdooien de druppels en drijft de steen als het ware over het water. Hierdoor kun je een steen sneller en langzamer laten bewegen. Door krachtig vegen kan de lengte van een worp zes meter langer worden. De bezems moeten van varkens- of paardenhaar zijn, of van kunststof. Je kunt niet gewoon bij Blokker binnenlopen en een keukenschrobber halen.”

Over het ontstaan van curling lopen de meningen uiteen. De oudste steen is in Schotland gevonden en dateert uit 1511. Boymans wijst echter op de gangbare gedachte dat Nederland weleens de bakermat van curling zou kunnen zijn. “Op een schilderij van Pieter Brueghel uit 1600 is een curlingtafereel te zien. Daaruit maak ik op dat Nederland de sport zou kunnen hebben uitgevonden.”

Als olympische sport is curling geen nieuwkomer, want al in 1924 stond het eenmalig op het programma. Tijdens de Spelen van 1994 in Lillehammer was het een demonstratiesport en volgend jaar zijn daadwerkelijk medailles te winnen met curling. In 2002 staat de sport van skippers, bubbels en volle huizen wederom op het programma en hoopt Nederland erbij te zijn.

Daar wordt nu met een eigen curlingbaan in het nieuw te bouwen ijscentrum in Zoetermeer een eerste aanzet toe gegeven. Verder moeten toernooien in Nederland volgens Floris van Imhoff iets serieuzer worden. “Gezelligheid is bij curlen erg belangrijk, maar je ziet bij zulke wedstrijden nog te veel recreanten die liever een glas schuiven dan een steen.”