Een geslaagde oversteek

De Rotterdamse Koopgoot heeft een bij zijn naam passende attractie: water. Een van de vloeibare ornamenten zou je de kinderfontein kunnen noemen. Via roosters in het voetpad voeren in kracht wisselende fonteintjes een moeilijk voorspelbare choreografie uit. Soms spuiten ze stevig hoog of bescheiden laag, dan weer houden ze een korte pauze waarin geen water te zien is. Net lang genoeg om de roostervloer in de breedte over te steken.

Het is een simpel succes. Hier herleven de vroegere nationale topattractie 'De Bedriegertjes' en de bruisende waterorgel-voorstellingen, die vanaf de jaren zestig volledig van de culturele agenda verdwenen. Half bezorgd en geamuseerd kijken ouders toe hoe hun kinderen fonteintjes naar beneden proberen te duwen, en wanneer het water in een lage fase is, proberen over te steken zonder nat te worden. Dat gaat natuurlijk vaak fout. Dat levert tussen het gemêleerde publiek veel oogcontact en gedeeld gelach op - meer dan op al die integratiefestivals met gescheiden podia bij elkaar. Slapstick heeft geen taal nodig.

Mooi is te zien hoe kinderen zich gedwongen voelen met elkaar mee te spelen en elkaar voor het publiek de loef af te steken. Dit is geen apenrots maar een apenstrandje, met zijn eigen hiërarchie. Met kleine kinderen die uitgelaten opgaan in dat levende water, in de handen klappend en niet ter zake sprongetjes makend. Met dromerige geesten die zichzelf vergeten en gehurkt toekijken. Met al een beetje verdorven geestjes die doortrapt het publiek bespelen en zich doelbewust door het water laten grijpen. En met eigenlijk al te grote jongens die hier de patser in wording nog op onschuldige wijze uit kunnen hangen. Die worden door het publiek neutraal bekeken, zolang ze de kleine spelers niet onder de voet lopen. Boeiend is ook het op het oog schiften van de ouders: de overbezorgde, de abject onverschillige en de wat betere. Die laatsten staan terughoudend in het publiek toe te kijken. Dit is een kinderzaak. Volwassenen mogen niet meedoen.

Soms is er een uitzondering. Zoals nu. Een oud, opvallend net gekleed echtpaar schuift heel langzaam langs - een boomlange man, gearmd met een kleine vrouw. Zodra hij het springende water in het oog krijgt, wordt de man er direct door gefascineerd. Hij kan zich niet herinneren ooit eerder zoiets moois gezien te hebben. Met een brede lach plaatst hij zich aan de rand van het waterrooster. De vrouw wil eigenlijk doorlopen. Zacht geeft ze wat rukjes aan zijn arm, maar hij buigt langzaam door de knieën en klopt met een hand op de kop van een fontein, pogend die naar beneden te duwen. Mooie getimed komt die inderdaad op dat moment lager te staan. Trots kijkt de man om naar zijn vrouw. Wat zelfbewust knikt die terug. Liever onttrok ze zich aan de publieksogen.

Maar haar echtgenoot wil meer. Uit lang aarzelend schuifelen aan de zijlijn blijkt zijn voornemen. Zoals die kinderen af en toe zo'n gevaarlijke oversteek wagen en droog de overkant halen - dat moet hij ook kunnen. De vrouw praat nog op hem in, al wetend dat het niet zal helpen en bij voorbaat vergeeflijk. Nu wat steviger gearmd beginnen ze aan een tocht over dat rooster.

Het is de lange pauze. Ze halen het net. De man maakt, vlak voordat het water weer opspeelt met zijn lange lichaam een sprongbeweging waar zijn voeten niet aan mee kunnen doen. Dan is de overkant bereikt. Er volgt geen hilarisch gejoel of belonend applaus. Deze meneer krijgt van het publiek dezelfde meelevende geluiden te horen als overstekende kinderen, maar geen flauwe, joviale extra's. Je zou Rotterdammers dit keer wellevend kunnen noemen.

Langzaam draait het echtpaar op de plaats en wacht op een pauze. En dan begin een tweede oversteek. Nu halen ze het net niet. Een welwillend fonteintje zorgt ervoor dat broek en schoenen van de man nat worden, maar niet de pantybenen van de vrouw. Dan begeeft het echtpaar zich weer gearmd tussen de winkelende stroom. Hij werpt nog enthousiast een blik achterom. Zij kijkt in zichzelf gekeerd voor zich uit, heel tevreden. Met iedereen.