Condoleance

Wij zaten bij een vriend in de tuin. Of liever gezegd, in de tuin van zijn ouders, die met vakantie waren.

De telefoon ging. De vader van de vriend was op reis onwel geworden. Ongerust stapten we op en brachten de vriend naar het vliegveld. De volgende dag werd ik gebeld door de universiteit: of ik op een congres de plaats van de vriend kon innemen. Zijn vader was immers in het buitenland overleden, had ik dat nog niet gehoord?

Direct gaf ik dat bericht door aan allen die in de tuin hadden gezeten op het moment dat de onheilstijding was binnengekomen. Wij spraken af condoleancebrieven te zullen schrijven.

Een paar dagen later verscheen een opgewekte en ontspannen vriend. Dat was allemaal goed afgelopen, zijn vader was gezond en wel weer thuis. Verbijsterd en beschaamd vertelden we hem welk bericht ons had bereikt, en dat er nu een paar merkwaardige brieven op weg waren naar zijn ouderlijk huis. Hij begreep onze opgelatenheid en zou brieven onderscheppen en vernietigen.

Geruime tijd later was het misverstand minder pijnlijk en wij vroegen de vriend of hij die brieven inderdaad in de kachel had gegooid. Nu was het zijn beurt een zwijgen te laten vallen. “Nee, die brieven heb ik niet te pakken gekregen. Jullie moeten weten, mijn vader is grafoloog.”