Chopin

Chopin, Fauré, Poulenc: werken voor cello en piano door Pieter Wispelwey en Paolo Giacometti (Channel Classics, ccs 10797) Chopin: Ballades, e.a. werken door Paul Komen (Globe, clo 5162)

Weinig componisten hebben zozeer te lijden onder hun biografie, of in veel gevallen vermeende biografie, dan Frédéric Chopin. De romantische visie op de in ballingschap in Parijs levende Pool heeft soms ook de interpretatie van zijn werk aangetast.

Het is waar, dat veel van Chopins muziek een nostalgische klank heeft, maar de zweem van melancholie die door pianisten vaak in iedere toon van zijn mazurka's, nocturnes en polonaises wordt gelegd, maakt dat veel uitvoeringen balanceren op de rand van de kitsch.

Wie de Cellosonate van Chopin hoort, een van zijn late werken, luistert naar een andere Chopin. Natuurlijk kent ook in dit werk momenten van droefgeestigheid en zijn er de onmiskenbare guirlandes van noten in te vinden die bij Chopin steeds terugkeren. Maar de stijl is over het algemeen strakker, soms zelfs bijna klassiek en Beethoveniaans. Zeker in de interpretatie van cellist Pieter Wispelwey en pianist Paolo Giacometti, die het werk samen met de Cellosonate van Poulenc en drie stukken van Fauré op cd zette. Een heldere uitvoering, expressief maar gelukkig zonder dweperigheid. Wispelwey en Giacometti voelen elkaar uitstekend aan en de pianist laat zich niet naar de achtergrond drukken.

Ook pianist Paul Komen is niet in de val van de zwaarmoedigheid getrapt bij zijn opname van de vier Ballades van Chopin (en de Berceuse, Barcarolle en Fantasia). Hij maakt voorzichtig en op een natuurlijke manier gebruik van het rubato, laat nadrukkelijk de grilligheid van de componist horen en versluiert niet de contrasten tussen intieme en breed opgezette passages - de ballades, een vorm die Chopin als het ware helemaal zelf ontwikkelde en waarin hij zich daarom grote vrijheden permitteerde, zijn daarvoor ook bij uitstek geschikt.