Aida in de Arena: kille diavertoning

Voorstelling: Aida van G. Verdi door Operama Spectacular o.l.v. Giuseppe Raffa m.m.v. o.a. Wilhelmenia Fernandez, Piero Giulacci, Roberta Mettelli, Mauro Augustini, Luigi Roni en Giancarlo Boldrini. Gezien: 27/9 Arena Amsterdam.

'Maestro' Giuseppe Raffa stond zaterdag met zijn 'Operama Spectacular' in de Amsterdam Arena oud zeer weg te werken. Vier jaar geleden was zijn voorstelling van Aida in de Parkhal van de Rai een fantastische mislukking, waarbij in de zaal veel meer drama viel te beleven dan op het podium. Kort na het begin kwam het publiek in opstand omdat men vrijwel niets zag. In de pauze eiste het morrende volk zijn geld terug.

In de Amsterdam Arena verliep de eenmalige voorstelling van Aida nu beter met bijna 30.000 toeschouwers, terwijl de officiële capaciteit was teruggebracht van 40.000 naar 32.000. Tussen het publiek waren er nog hele lege vakken en in de pauze, na de Triomfmars, liepen nogal wat mensen weg. Ze hadden het koud omdat het dak van de Arena open stond. Dat open dak was wel goed voor de akoestiek, omdat nagalm en echo's nu minder hinderlijk waren.

Met de luidsprekers over de hele Arena verspreid, was het geluid nu veel beter dan bij de twee vorige 'klassieke' evenementen in de Arena: een concert in de openingsweek en het optreden van Luciano Pavarotti op de laatste Koninginnedag. De klankbalans was ver in het voordeel van de luid versterkte zangers. De strijkers waren nauwelijks te horen, de in de Triomfmars voortdurend falende koperblazers vielen helaas erg op.

Te zien was er nu ook genoeg, zeker vanaf de tribunes, maar ook op de stoelen op de afgedekte grasmat. In de lage Rai-hal stonden 60 rijen stoelen op de vlakke vloer, nu stonden er 93. Niettemin was het onderste deel van het twee meter hoge podium voor de noordelijke tribune ook achteraan nog net te zien, al verschrompelden op de zuidelijke tribune de personages in het mega-toneelbeeld tot micro-mierenformaat.

Deze voorstelling had een andere opzet dan destijds, zonder traditioneel decor. Op het podium stond een piramide-achtig trappencomplex in drie lagen, waarop solisten, dansers en vijfhonderd figuranten zich bewogen. Op een projectiescherm van zestig meter breed en vijftien meter daarachter zag men een gevarieerde hoeveelheid Egyptische beelden: hiëroglyfen, sfinxen, tempels, piramides, lotusbloemen, doodsmaskers en godenbeelden. Er was veel en van alles wat, in willekeurig tempo en zonder dramatische opbouw - zoiets zou veel beter kunnen.

'Operama Spectacular' betekent een primitief soort 'Cinerama', de realiteit suggererende filmprojectie met drie camera's van 35 jaar geleden. Hoewel de vaak trillende beelden tal van aardbevingen in het oude Egypte deden vermoeden, bewogen ze ook af en toe zoals het was bedoeld. Soms lachwekkend - wanneer een piramide zich in tweeën kloonde.

Spectaculair was de voorstelling niet, omdat diaprojecties - ook op dit formaat - volstrekt vanzelfsprekend lijken. De enscenering zelf was niet anders dan men in de Arena van Verona ziet: vooral veel figuranten die rondlopen en/of stilstaan. De omvang van de Amsterdam Arena werd niet uitgebuit - geen Triomfmars over het veld, geen koperblazers hoog rondom.

De zangerscast was behoorlijk, maar met versterking lijkt ook dat niets bijzonders. 'Operama Spectacular' is volkomen steriel en zonder artistiek belang - als men een cd had gedraaid bij een playback-voorstelling, was het resultaat niet anders geweest. In de Arena was er wel een ander en jonger publiek, dat met al die platte plaatjes niet alleen een ouderwets maar ook een elitair beeld van opera kreeg. De meeste kaarten (75 tot 275 gulden) waren veel duurder dan bij de Nederlandse operagezelschappen, waar ook de niet-ingewijden dankzij de boventitels de inhoud van een opera kunnen volgen.