Zhu Rongji; Economische hervormer binnen glasheldere grenzen

De opvallendste promotie in het nieuwe politburo in China betreft vice-premier Zhu Rongji. Als economische sterke man heeft hij de hollende inflatie bevochten, overspeculatie op de beurs aan banden gelegd en economische misdaad geknecht. Maar zijn rigoureuze heeft grenzen. Zhu blijft een planeconoom die de controle over groei en produktie graag bij de staat wenst te houden.

PEKING, 26 SEPT. In glashelder water gedijt geen vis. Econoom Yang Fan bedient zich van een verwijzing naar een klassiek Chinese uitspraak om een complexe vraag te beantwoorden. Komt het rigide economische beleid van vice-premier Zhu Rongji China ten goede? Yang legt uit: “Zhu stroomlijnt de Chinese economie. Daarmee acht hij de groei gegarandeerd, immers, zo redeneert hij, glasheldere regels resulteren in glasheldere resultaten. Maar het belangrijkste vergeet hij - een gezonde economie gedijt niet binnen het harnas van rigide controle.”

Yang is verbonden aan China's politiek-economische denktank in Peking, de Chinese academie voor sociale wetenschappen, en staat bekend als uitermate kritisch ten aanzien van het economisch beleid van vice-premier Zhu. Waar anderen het belang zien van het soberheidsbeleid van Zhu, die de Chinese economie een 'zachte landing' heeft bezorgd, ziet Yang vooral de nadelen. “Zhu krijgt geen genoeg van economische ingrepen. Hij is het zuiver produkt van een centraal geleide economie. Een voorstander van efficiënte planning. En dat bestaat nu eenmaal niet.” Westerse economen, voor wie het begrip efficiënte planning een contradictio in terminis is, zijn het daar mee eens.

Toch is Zhu, die vorige week bij de benoeming van het nieuwe polit-buro van de communistische partij is doorgestoten naar de derde positie binnen de partij hiërarchie, vooral buiten China populair. Buitenlandse investeerders hebben zelfs gezegd dat de promotie van Zhu de belangrijkste garantie is voor de continuïteit van China's economische hervormingsprogramma. Immers, met de positieverbetering van Zhu binnen het machtigste orgaan van de partij, is het vrijwel zeker dat Zhu de zittende premier Li Peng na het verstrijken van diens termijn in maart, zal opvolgen.

Zhu heeft een overtuigende staat van dienst, die de opmerkzaamheid van het buitenland heeft gekregen toen hij in de zomer van 1993 aan het hoofd kwam te staan van de toen nog oververhitte economie. Vanaf het moment dat hij de leiding kreeg, daalde de inflatie van 24 procent, naar minder dan 3 procent in 1994. Daarbij wist hij een sterke economische groei te handhaven, stegen de buitenlandse reserves naar record hoogten en is de geldstroom van buitenlandse investeringen, de op één na hoogste ter wereld geworden.

Het beleid dat het succesverhaal mogelijk heeft gemaakt, wordt gekenmerkt door rigoureuze aanpak en controle. Zo heeft Zhu sinds 1993 een uiterst behouden kredietpolitiek gevoerd en heeft hij de buitensporige ontwikkeling van de effectenmarkt aan banden gelegd. In zijn opdracht werden dit jaar en het jaar ervoor twee investeringsinstellingen gesloten nadat was gebleken dat sprake was van financieel misbruik. En de directeur van de Ontwikkelingsbank in Shenzhen werd, opnieuw in opdracht van Zhu, ontslagen toen bleek dat deze bank geld had gebruikt voor de illegale handel in aandelen.

Een dergelijke aanpak heeft Zhu de reputatie van een doortastende no nonsense figuur bezorgd - één van de weinige kopstukken binnen het Chinese leiderschap, die door heeft wat scheelt aan de Chinese economie. Volgens een buitenlandse diplomaat, geciteerd door het Hongkongse dagblad South China Morning Post, kan Zhu een gebrek aan durf niet verweten worden. Hij weet dat hoewel China snel kan groeien, snelle veranderingen onmogelijk zijn, aldus de diplomaat die de vice-premier regelmatig zegt te spreken. Veranderingen in China geschieden nu eenmaal geleidelijk.

Critici in China, zoals Yang, van het Instituut voor sociale wetenschappen in Peking, begrijpen de bewondering voor Zhu in het buitenland niet. “Hij is één-oog in het land der blinden”, zegt een collega econoom. “Hij is de beste keuze van het stel. En naarmate politici stijgen in hun positie, worden ze meer gematigd - uit zelfbehoud. Dat geldt ook voor Zhu.” De econoom wijst erop dat Zhu in de jaren vijftig minder conservatief was dan tegenwoordig.

Toen werd hij, door zijn bewondering voor decentralistische experimenten in Hongarije en het toenmalige Joegoslavië, uitgemaakt voor een aanhanger van 'rechts' en uit de partij gezet.

Die ervaring heeft hem er echter niet van weerhouden om zich na zijn rehabilitatie in 1979 volledig te storten op de sanering van de staatssector. “Zhu is niet tegen staatsplanning. Hij is tegen slechte staatsplanning”, aldus de econoom. Via een reeks van banen heeft de in Peking geschoolde elektro-ingenieur bewezen waartoe hij in staat is. Zo was hij werkzaam bij de staatscommissie voor economie, het ministerie voor de petroleum industrie, werd hij in 1987 burgemeester van Shanghai, waar hij later aantrad als partijchef en verhuisde hij in 1991 naar Peking, waar hij werd aangesteld als vice-premier. Vandaar ook dat Zhu degene is die nu de verantwoordelijk heeft gekregen om de lastige kwestie binnen China's economische hervormingsprogramma op te lossen: de sanering van de verliesdraaiende staatsbedrijven. “President Jiang Zemin heeft Zhu nodig voor de expertise en het oplossing van nare klussen. En Zhu heeft Jiang nodig voor de politieke steun. Anders kan hij nooit premier worden”, aldus de econoom.