Vrouwen Srebrenica: 'Waarom zwijgt iedereen?'

Vijf Bosnische vrouwen uit Srebrenica speuren in Nederland naar gegevens over de val van de moslimenclave in 1995.

ROTTERDAM, 27 SEPT. Sabaheta Fejzic (41) zag haar man voor het laatst op 11 juli 1995, om half een 's middags. Hij werd uit een groep vluchtelingen gepikt en moest op een apart transport. Haar zestienjarige zoon heeft ze op 13 juli voor het laatst gezien. Servische soldaten rukten hem uit haar armen. Sabaheta en haar zoon waren onafscheidelijk. Sabaheta: “Onder de ogen van de militairen van Dutchbat III werd mijn zoon opgepakt. Niets, maar dan ook niets deden ze. Ik zal het gezicht van die militair nooit vergeten. Hij stond erbij en keek ernaar. Maar het allerergste was: hij lachte.”

Op uitnodiging van minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking zijn deze week vijf Bosnische vrouwen uit Srebrenica op bezoek in Nederland. De vrouwen willen antwoord op hun vragen. Wat is er gebeurd in de dagen na de val? Waar zijn onze mannen naartoe gebracht?

Waarom heeft het Nederlandse bataljon niet ingegrepen? En, vooral, waarom houdt iedereen zijn mond?

Vijfhonderd foto's hebben ze nu gekregen van de Dutchbat-militairen. Als persoonlijke herinnering aan een man of zoon zijn de foto's waardevol en zullen ze worden gekoesterd door de nabestaanden. Maar de foto's zijn van vóór de val van Srebrenica. De foto's van de tijd van de val zijn nooit afgedrukt omdat er zich in Nederland 'ontwikkelingsproblemen in het laboratorium' hebben voorgedaan.

De vijfhonderd foto's geven geen informatie over wat er gebeurd is op 11 juli 1995 en de dagen daarna. Toen werd de moslim-enclave Srebrenica onder de voet gelopen door de Bosnische Serviërs onder leiding van generaal Mladic. De vrouwen werden in vrachtwagens afgevoerd naar Tuzla. Wat er met de 'weerbare mannen' is gebeurd, kan niemand met zekerheid zeggen. Bij etnische zuiveringen zijn volgens cijfers van het Rode Kruis naar schatting 8.000 moslims, voornamelijk mannen, om het leven gebracht. De VN-militairen van Dutchbat stonden machteloos toe te kijken, aldus het in oktober 1995 verschenen rapport dat gebaseerd is op gesprekken met 460 militairen.

De vrouwen hekelen de 'terughoudendheid' die betrokkenen nu aan de dag leggen. De aankomst op Schiphol was voor iedereen moeilijk. “Toen kwamen we in het land waarvan de soldaten opdracht hadden gekregen ons te beschermen. Srebrenica was door de VN tot 'veilig gebied' verklaard. Op het moment dat Srebrenica viel, waren er Nederlandse militairen. Waarom hebben zij ons niet beschermd? We spreken hier wel over meer dan achtduizend vermiste mensen”, zegt Sabaheta Fejzic.

Het antwoord van Dutchbat is altijd geweest: We konden niets doen, we stonden machteloos tegenover de Bosnische Serviërs. Dutchbat heeft in een onmogelijke situatie gezeten, met een taak waarvan tevoren bekend was dat zij onuitvoerbaar was. Andere landen hadden Srebrenica als standplaats geweigerd. De eerste verantwoordelijkheid om naar Bosnië te gaan ligt bij de regering die onder druk van de volksvertegenwoordiging hulptroepen wilde sturen. Voor de Dutchbatters zelf is die machteloosheid heel zwaar geweest, zo bleek uit de debriefing-gesprekken.

De ontmoeting van de vrouwen met de Dutchbat-afgevaardigden op maandag viel tegen. Het gesprek verliep volgens beide partijen stroef. Puur theater van de aanwezige officieren, zeggen de vrouwen achteraf. Sabaheta: “Alleen als wij zelf met iets kwamen wat wij zeker wisten, werd het door Dutchbat bevestigd. Ze lieten niet het achterste van hun tong zien terwijl wij voelden dat zij heel goed wisten waarover we het hadden.”

In de nacht van 12 op 13 juli (1995) hoorden de vrouwen vlakbij verschrikkelijk gehuil en geschreeuw van meisjes en mannen die werden afgevoerd. Sabaheta: “Op onze vraag of ze zich dat nog konden herinneren zeiden de militairen na enige aarzeling 'nee' maar toen ik vroeg of zij ook nog steeds wakker lagen van dat geschreeuw, zeiden ze volmondig 'ja'.”

Kolonel Everts, ex-commandant van Dutchbat II, prees de vrouwen om hun moed naar het hol van de leeuw te komen.

Zelf vond hij ook dat het contact met de vrouwen laat tot stand is gekomen maar hij noemde de ontmoeting een eerste stap in de goede richting.

Hun verwachtingen waren misschien te hoog gespannen, maar uit het gesprek kwam volgens de vrouwen weinig naar voren. Hatidza Hren (34): “We willen zo graag openheid. Dat is de enige weg naar begrip en verzoening. Wie zwijgt is medeplichtig. Wat is er gebeurd toen de militairen en onze mannen nog in de enclave waren? Dutchbat heeft hen als laatste gezien. Zij moeten iets weten maar ze zeggen niets.”

De dag met in Nederland wonende vluchtelingen uit Srebrenica afgelopen zaterdag was voor Hatidza een hoogtepunt. Na vijf jaar zag zij haar zusje en haar broer weer terug. Voor Suhreta Mujic was het een moeilijk onderdeel van het programma: een familiedag zonder familie. Ze kreeg wel veel bloemen van landgenoten. De opkomst was verder echter klein, zo'n dertig mensen gaven acte de présence. Volgens de Werkgroep Nederland-Srebrenica, die het bezoek heeft voorbereid en de vrouwen intensief begeleidt, liggen daar organisatorische oorzaken aan ten grondslag.

Suhreta (50) is de enige van de vrouwen die haar zonen nog een keer heeft teruggezien. Ze reed in de bus richting Sarajevo toen de bus in het dorpje Kravica werd gesommeerd te stoppen. Daar, op een soort campus zag zij haar zonen staan. In de houding, op de eerste rij, met achter hen nog honderden anderen. Suhreta weet niet wat er sindsdien met hen gebeurd is.

Haar man en zoons zijn nooit meer teruggekeerd. Als teken van rouw draagt Suhreta een hoofddoek.

De ontvangst door Tweede-Kamerleden afgelopen woensdag was 'kort en formeel'. Munira Hadzic: “We kregen niet de gelegenheid om werkelijk te zeggen wat we wilden. Aan de andere kant was het de eerste ontmoeting op hoger niveau en dat stemde ons tevreden. Het zou een eerste stap in de goede richting kunnen zijn. Hoekema heeft ons in ieder geval beloofd achter de NAVO-luchtopnames aan te gaan.”

Op het programma staan nog een ontmoeting met minister Pronk op maandag en vandaag een open dag voor iedereen die zich betrokken voelt bij het lot van de vrouwen uit Srebrenica in de Johanneskerk in Amersfoort. De vrouwen verwachten daar veel van, want een eerder bezoek aan 'gewone mensen' van het Vredesplatform Montfoort maakte hen zeer enhousiast. “Als iedereen die we ontmoet hebben zou hebben gereageerd als de mensen in Montfoort, was ons bezoek aan Nederland geslaagd geweest. Nu hebben we dat bij lange na nog niet gehaald.”