Voordeel bejaarden ondanks hogere belasting

Een droombegroting, zo wordt de rijksbegroting voor volgend jaar door vriend en vijand omschreven. Maar veel bejaarden zijn zich rot geschrokken. Ze moeten volgend jaar namelijk ruim vier procent meer belasting en sociale premies betalen. En toch stijgt de koopkracht van bejaarden, zo meldt diezelfde begroting. Rara?

Volgens de 'koopkrachtplaatjes' heeft iedereen volgend jaar meer te besteden en vooral AOW'ers zonder (of met een klein) aanvullend pensioen zien hun koopkracht stijgen. De berekeningen zijn omstreden, want door de individualisering van de samenleving gedragen steeds minder mensen zich volgens de modellen van het Centraal Planbureau. Maar de koopkrachtplaatjes geven een redelijk accuraat beeld van de inkomensontwikkeling van mensen die van een uitkering leven. Wanneer zij naast hun uitkering weinig of geen andere inkomsten hebben, bepaalt de overheid immers grotendeels hoeveel geld zij elke maand te besteden hebben. Honderdduizenden ouderen voldoen aan deze voorwaarde.Naast hun AOW-uitkering hebben zij in het beste geval een bescheiden aanvullend pensioen, en ontvangen zij een beperkt bedrag aan rente over hun tegoed bij de spaarbank.

De alleenstaande AOW-er gaat er volgend jaar 4,0 procent op vooruit. Heeft de AOW-er een aanvullend pensioen van 10.000 of 30.000 gulden dan stijgt de koopkracht met respectievelijk 1,25 en 0,75 procent.

De stijging van de koopkracht is het gevolg van een aantal maatregelen. Alle 65-plussers krijgen een fiscale aftrek van 500 gulden. Voor 65-plussers met een inkomen tot ruim 47.000 gulden geldt een extra aftrek van bijna 1.200 gulden voor gehuwden en bijna 2.200 gulden voor alleenstaanden.

Via deze extra aftrekposten wordt de stijging van het speciale 65-plus tarief van 15,55 tot 19,85 procent gecompenseerd. De belastingverzwaring voor ouderen is direct het gevolg van de herziening van de collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AAW en WAO) die vanaf 1 januari geldt.

Vanaf volgend jaar geldt de regeling Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsregelingen (Pemba). De kern van de wet is dat de werkgever voortaan de verantwoordelijkheid draagt voor de mate van arbeidsongeschiktheid van zijn werknemers. De WAO-premie die hij vanaf volgend jaar moet betalen, is afhankelijk van het aantal werknemers dat arbeidsongeschikt wordt.Doel van het kabinet is om werkgevers te stimuleren de arbeidsomstandigheden zodanig te verbeteren dat werknemers minder arbeidsongeschikt worden. De basispremie voor de WAO, die elke werkgever vanaf volgend jaar moet betalen, zal 7,55 procent bedragen.De zogenoemde gedifferentieerde premie, afhankelijk van het aantal werknemers dat arbeidsongeschikt wordt, zal gemiddeld uitkomen op ongeveer 0,3 procent.

Om werkgevers te compenseren wordt de zogenoemde overhevelingstoeslag verlaagd van 9,9 naar 1,7 procent. Deze toeslag is een compensatie die werkgevers sinds 1990 aan de werknemer betalen omdat werknemers zelf de premies voor de AAW en de AWBZ moesten gaan betalen. “Het is te betreuren dat we ons voor een dergelijk schlemielig percentage nog steeds zoveel administratieve rompslomp moet getrootsen”, verzucht de Rotterdamse fiscaal hoogleraar Leo Stevens deze week in het Weekblad fiscaal recht.

Als gevolg van de Pemba komt de AAW- en WAO-premie voor de werknemer te vervalen; dit zou tot een sterke stijging van de koopkracht leiden maar dit is gedeeltelijk 'afgeroomd' door een verhoging van de belastingen. De Pemba leidt tot een 'kleine revolutie' in de eerste belastingschijf. De premies dalen van 32,25 naar 27,50 procent, terwijl het belastingtarief stijgt van 5,05 tot 8,85. In totaal daalt het tarief eerste schijf van 37,3 naar 36,35 procent. 65-plussers betalen 19,85 procent (premiedeel 11 procent en belastingdeel 8,85 procent).

“Ouderen met alleen AOW of met daarnaast een klein aanvullend pensioen krijgen een extra voordeel”, vatte koningin-Beatrix vorige week dinsdag in de troonrede samen. Kamerleden van PvdA, VVD en D66 verwachten dat deze koopkrachtcijfers tot gevolg zal hebben dat ze afscheid kunnen nemen van hun collega's die namens de ouderenpartijen in de Tweede Kamer zitten.