Tweede Franeker

De maatstaven waarmee men de Leidse juridische faculteit meet lijken mij wat te eenzijdig. In de Elsevier/NIPO-enquête konden studenten hun eigen universiteit bekritiseren. Het artikel over een tweede Franeker rust voor een groot deel op opmerkingen van de dekaan van de Leidse juridische faculteit. Allemaal kritische mensen die zwakke plekken benadrukken om verbeteringen te forceren.

En die komen dan ook.

Er zijn ook andere maatstaven, bijvoorbeeld het grote aantal buitenlanders dat de Leidse juridische faculteit zoekt vanwege haar deskundig en gespecialiseerd onderwijs. Wij laten de laatste jaren meer dan 250 buitenlandse juridische studenten toe, wat het ons mogelijk maakt, alle eigen studenten die dat wensen, zonder extra kosten in het buitenland te laten studeren. Dat verhoogt het niveau van ons eindproduct en daar gaat het toch om. Zegt het niet iets dat enkele tientallen van de studenten die wij jaarlijks afleveren ten minste drie maanden in Frankrijk hebben gestudeerd, anderen in Engeland, Duitsland, Spanje of de VS, waarvan altijd wel één in Harvard? Zegt het niet iets dat de laatste twee jaar één van de vier Leidse juridische studenten in Oxford als beste buitenlandse afgestudeerde werd bekroond? Moeten wij niet, in plaats van naar scheuren in de muur kijken naar Harold B of Sven K die hun Leidse juridische diploma konden aanvullen met een trimester aan het Institut des Etudes Politiques in Parijs, een semester in Harvard en een postdoctoraal jaar in Oxford? En dat kon omdat die buitenlandse instellingen studenten met ons willen uitwisselen, waarbij zij op het niveau van ons juridisch onderwijs afgaan en niet op het meubilair (dat in Oxford nog vele malen ouder is dan in Leiden).